ECLI:NL:CRVB:2012:BX9397

ECLI:NL:CRVB:2012:BX9397, Centrale Raad van Beroep, 05-10-2012, 12-764 WIA

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 05-10-2012
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12-764 WIA
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0019057

Samenvatting

Afwijzing aanvraag WIA-uitkering: niet arbeidsongeschikt in de zin van de Wet WIA, minder dan 35% arbeidsongeschikt. Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek voldoende zorgvuldig en volledig is geweest. Bij het opstellen van de Functionele Mogelijkhedenlijst is voldoende rekening gehouden met de medische beperkingen van appellant . Ten aanzien van de in hoger beroep ingezonden verklaring van NOAGG heeft de bezwaarverzekeringsarts in zijn nadere reactie opgemerkt dat deze betrekking heeft op een onderzoek ver na de datum in geding en ook overigens gegevens bevat die reeds eerder bij de beoordeling zijn betrokken. Zijn standpunt kan worden ongeschreven dat niet goed te verklaren valt dat in de beschrijvende analyse van NOAGG gesproken wordt van een matige depressie, terwijl bij de diagnose volgens DSM IV-TR classificatie wordt gesproken van een ernstige depressieve stoornis. Voorts heeft de bezwaarverzekeringsarts opgemerkt dat de aard van een depressieve stoornis gewoonlijk na verloop van tijd een zekere verbetering vertoont. Hij acht het terecht opvallend dat gesproken wordt van een eenmalige depressieve episode welke dan vanaf 2010 onafgebroken zou bestaan.

Uitspraak

12/764 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 9 december 2011, 11/2038 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 5 oktober 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. El Ahmadi hoger beroep ingesteld en een nader stuk ingezonden.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. El Ahmadi. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M.M. Schalkwijk.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is wegens lichamelijke en psychische klachten op 29 december 2008 uitgevallen voor zijn werk als magazijnmedewerker/orderverzamelaar bij een overslagbedrijf voor tuinen en buitenleven. In september 2010 heeft hij een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd.

1.2. Na vaststelling van de beperkingen van appellant bij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek is bij arbeidskundig onderzoek het verlies aan loonwaarde berekend op 5,15%, hetgeen leidt tot een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.

1.3. Bij besluit van 26 november 2010 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant met ingang van 7 januari 2011 geen recht op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) ontstaat, omdat appellant niet als arbeidsongeschikt in de zin van die wet wordt beschouwd.

1.4. Bij beslissing op bezwaar van 10 mei 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 26 november 2010, onder verwijzing naar de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts S. Groeneveld van 3 mei 2011 en bezwaararbeidsdeskundige J.G. Schipper van 6 mei 2011, ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat, op grond van de beschikbare medische gegevens, de medische beperkingen van appellant niet zijn onderschat. Omdat een afdoende inzichtelijke arbeidskundige toelichting eerst in beroep is gegeven heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen ervan geheel in stand gelaten.

3. Het hoger beroep is gericht tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. Appellant heeft zijn in bezwaar en beroep aangevoerde standpunt herhaald dat bij het vaststellen van zijn beperkingen onvoldoende rekening is gehouden met zijn psychische en lichamelijke klachten die gepaard gaan met moeheid. Hij acht zichzelf vanwege zijn klachten niet in staat tot het vervullen van de geselecteerde functies. Ter onderbouwing van zijn betoog is in hoger beroep een rapportage ingezonden van het Centrum voor Transculturele Geestelijke Gezondheidszorg (NOAGG) van 17 juli 2012.

4. De Raad oordeelt als volgt.

4.1. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek voldoende zorgvuldig en volledig is geweest. Terecht is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat de verzekeringsartsen bij het opstellen van de Functionele Mogelijkhedenlijst voldoende rekening hebben gehouden met de medische beperkingen van appellant en voorts dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende gemotiveerd heeft waarom de in beroep door appellant overgelegde stukken geen aanleiding hebben gegeven om meer of verdergaande beperkingen aan te nemen. Ten aanzien van de in hoger beroep ingezonden verklaring van NOAGG heeft de bezwaarverzekeringsarts in zijn nadere reactie van 31 juli 2012 opgemerkt dat deze betrekking heeft op een onderzoek ver na de datum in geding en ook overigens gegevens bevat die reeds eerder bij de beoordeling zijn betrokken. Zijn standpunt kan worden ongeschreven dat niet goed te verklaren valt dat in de beschrijvende analyse van NOAGG gesproken wordt van een matige depressie, terwijl bij de diagnose volgens DSM IV-TR classificatie wordt gesproken van een ernstige depressieve stoornis. Voorts heeft de bezwaarverzekeringsarts opgemerkt dat de aard van een depressieve stoornis gewoonlijk na verloop van tijd een zekere verbetering vertoont. Hij acht het terecht opvallend dat gesproken wordt van een eenmalige depressieve episode welke dan vanaf 2010 onafgebroken zou bestaan.

4.2. Ten slotte kan worden vastgesteld dat er evenmin aanknopingspunten zijn het oordeel van de bezwaararbeidsdeskundige, dat de belasting die is verbonden aan de functies die bij de schatting in aanmerking zijn genomen de voor appellant vastgestelde belastbaarheid niet overschrijdt, niet juist te achten.

4.3. Uit het overwogene onder 4.1 en 4.2 volgt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.

4.4. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2012.

(getekend) M.C. Bruning

(getekend) K.E. Haan

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?