ECLI:NL:CRVB:2012:BY2834

ECLI:NL:CRVB:2012:BY2834, Centrale Raad van Beroep, 08-11-2012, 11-3423 AW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 08-11-2012
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11-3423 AW
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Ontslag wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziekte of gebrek. Het college heeft gedurende het dienstverband van appellant op meerdere momenten en op uiteenlopende wijze aan appellant duidelijk gemaakt dat hij onvoldoende functioneert. Hij is ondersteund met trainingen en coaching. Gelet daarop moet het appellant al geruime tijd voor het gesprek op 19 januari 2009 duidelijk zijn geweest dat zijn functioneren onder de maat was en moest verbeteren. Appellant heeft daartoe in meerdere, verwante functies de gelegenheid gehad, maar is daarin niet geslaagd. Het college heeft daarom terecht afgezien van een onderzoek om appellant op een andere functie binnen de gemeente Boxmeer te herplaatsen.

Uitspraak

11/3423 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 4 mei 2011, 10/1717 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer (college)

Datum uitspraak: 8 november 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J. Aberkrom hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 september 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Aberkrom. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. M.L.M. van de Laar, advocaat te ’s-Hertogenbosch, [v/d D.] en [R.].

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant was sinds 1 november 2000 in dienst van de gemeente [naam gemeente 1]. Hij werkte daar tot en met 14 september 2005 als systeembeheerder / helpdeskmedewerker, van 15 september 2005 tot en met 31 augustus 2007 als vakspecialist B/systeem- en databasebeheer en met ingang van 1 september 2007 als ondersteuner helpdesk- en applicatiebeheer. Van 9 maart 2009 tot en met 31 december 2009 was appellant gedetacheerd bij de gemeente [naam gemeente 2] als medewerker ict / helpdesk en met ingang van 1 januari 2010 was hij vrijgesteld van werkzaamheden.

1.2. Bij besluit van 21 oktober 2009 heeft het college de aanstelling van appellant per 1 juli 2010 beëindigd wegens ongeschiktheid anders dan op grond van ziekte of gebrek; het college vond het functioneren van appellant als ondersteuner helpdesk- en applicatiebeheer onvoldoende.

1.3. Bij besluit van 21 april 2010 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 21 oktober 2009 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, omdat er voldoende concrete aanwijzingen zijn dat appellant ongeschikt was voor het vervullen van zijn functie. Het college heeft appellant voldoende verbeterkansen geboden. Appellant heeft in de loop der jaren verschillende functies gehad, maar is er niet in geslaagd zijn functioneren te verbeteren. Trainingen, cursussen en evaluaties hebben evenmin tot de door het college gewenste verbetering geleid.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep - evenals in bezwaar en beroep - op het standpunt gesteld dat hij niet ontslagen had mogen worden, omdat hij naar behoren functioneerde en er onvoldoende informatie is waaruit het tegendeel blijkt. Het verslag van het functioneringsgesprek van 19 januari 2009 (gespreksverslag) is onjuist. Zijn ontslag had niet daarop mogen worden gebaseerd, omdat er tot dan toe geen aanwijzingen waren dat appellant niet goed functioneerde en er al langere tijd geen beoordeling meer had plaatsgevonden. Appellant heeft niet de kans gehad om zijn functioneren te verbeteren. De functie vakspecialist B/systeem- en databasebeheer was te zwaar om als verbeterkans te worden aangemerkt. Appellant heeft ten slotte gesteld dat het college ten onrechte niet heeft onderzocht of hij binnen de gemeente [naam gemeente 1] kon worden herplaatst.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Appellant is ontslagen uit de functie van ondersteuner helpdesk- en applicatiebeheer, omdat hij onvoldoende functioneerde. Het college heeft het ontslag grotendeels gebaseerd op het gespreksverslag waarin bij wijze van terugblik op de jaren 2007 en 2008 is vermeld dat appellant helpdeskvragen niet goed, niet volledig en/of niet nauwkeurig afwerkt, zaken vergeet en op zijn beloop laat, niet efficiënt en effectief werkt, een laag productieniveau heeft, niet proactief is en onvoldoende zelfstandigheid toont. Er zijn geen aanknopingspunten dat het gespreksverslag niet juist is. In dat gespreksverslag heeft het college aangesloten bij de beoordelingen over de jaren 2004 en 2005 waarin het functioneren van appellant op een aantal van de hiervoor genoemde punten ook al als onvoldoende (score c) is aangemerkt. Appellant heeft niets ondernomen tegen de in het verslag getrokken conclusie, dat hij niet op de juiste plek zit binnen de gemeente en heeft ingestemd met de daarop gevolgde detachering. Dat die beoordelingen betrekking hebben op het functioneren van appellant als systeembeheerder / helpdeskmedewerker maakt niet dat zij niet in ogenschouw genomen hadden mogen worden bij het besluit om appellant te ontslaan omdat het gaat om tekortkomingen in vaardigheden, houding en gedrag. Het stond het college daarom vrij om de conclusies van het gespreksverslag te voegen bij al hetgeen eerder al was geconstateerd. Het beeld dat dan oprijst, is dat van een aaneenschakeling van onvoldoende functioneren en een reeks van tekortkomingen. Zoals de Raad eerder heeft overwogen (CRvB, 31 mei 2012, LJN BW7766), kan zo’n reeks van tekortkomingen aan appellant worden tegengeworpen als grond voor zijn ontslag. De beroepsgrond slaagt niet.

4.2. Het college heeft gedurende het dienstverband van appellant op meerdere momenten en op uiteenlopende wijze aan appellant duidelijk gemaakt dat hij onvoldoende functioneert. Hij is ondersteund met trainingen en coaching. Gelet daarop moet het appellant al geruime tijd voor het gesprek op 19 januari 2009 duidelijk zijn geweest dat zijn functioneren onder de maat was en moest verbeteren. Appellant heeft daartoe in meerdere, verwante functies de gelegenheid gehad, maar is daarin niet geslaagd. Het college heeft daarom terecht afgezien van een onderzoek om appellant op een andere functie binnen de gemeente [naam gemeente 1] te herplaatsen. Ook deze beroepsgrond slaagt niet.

5. Het vorenstaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker als voorzitter en J.G. Treffers en G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als leden, in tegenwoordigheid van S.K. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 november 2012.

(getekend) K. Zeilemaker

(getekend) S.K. Dekker

HD

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl TAR 2013/49
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?