ECLI:NL:CRVB:2012:BY5000

ECLI:NL:CRVB:2012:BY5000, Centrale Raad van Beroep, 23-11-2012, 11-6586 ANW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 23-11-2012
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11-6586 ANW
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002656

Samenvatting

ANW-uitkering terecht met terugwerkende kracht beëindigd. Schending inlichtingenverplichting. Appellant is met een tweede vrouw gehuwd in Marokko. Erkenning van dit huwelijk is geen voorwaarde waaraan moet zijn voldaan voordat het als huwelijk in de zin van de Anw kan worden aangemerkt (LJN AO8071). In de Anw zijn geen voorwaarden gesteld aan de wijze waarop aan het huwelijk invulling wordt gegeven. De stelling dat het in Marokko rechtsgeldig gesloten huwelijk in strijd is met de Nederlandse openbare orde, en dat er daarom sprake is van een nietig huwelijk, kan niet slagen. Nog daargelaten de vraag welk recht van toepassing is op het in Marokko gesloten huwelijk, is ook naar Nederlands recht een in strijd met artikel 1:33 van het Burgerlijk Wetboek gesloten huwelijk geldig totdat dit huwelijk op verzoek is nietig verklaard door de rechter. Dit is gesteld noch gebleken.

Uitspraak

11/6586 ANW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 september 2011, 11/2550 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 23 november 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. N.H.G. Beltman, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Beltman en vergezeld door M.E. Mallaouch als tolk in de Arabische taal. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. van den Berg.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant, geboren [in] 1964, is op 29 augustus 1990 in het huwelijk getreden met C. van [M.]. Uit dat huwelijk zijn twee kinderen geboren. Op 9 november 2005 is het huwelijk ontbonden en op 14 februari 2007 is Van [M.] overleden. In verband hiermee is aan appellant met ingang van februari 2007 een nabestaandenuitkering en een halfwezenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (Anw) toegekend.

1.2. Bij besluit van 9 december 2010, dat in de plaats treedt van een eerder besluit van 3 december 2010, heeft de Svb aan appellant medegedeeld dat hij geen recht heeft op een nabestaandenuitkering, omdat hij op het moment van overlijden van Van [M.], in Marokko een gezamenlijke huishouding voerde met een andere persoon, N. [A.].

1.3. In bezwaar tegen het besluit van 9 december 2010 is aan het licht gekomen dat appellant op 24 november 2002 in Marokko in het huwelijk is getreden met [A.]. Appellant heeft een afschrift van de daarvan opgemaakte Marokkaanse huwelijksakte ingebracht. Op de dag van overlijden van Van [M.] was appellant nog steeds met [A.] gehuwd.

1.4. Bij besluit van 12 april 2011 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de Svb overwogen dat appellant op 24 november 2002 een rechtsgeldig huwelijk heeft gesloten met [A.] en het recht op een nabestaandenuitkering om die reden eindigt ingevolge artikel 16 van de Anw. Dit huwelijk was op 24 november 2002 in Nederland niet rechtsgeldig, omdat appellant op dat moment nog gehuwd was met Van [M.], maar vanaf de ontbinding op 9 november 2005 is het huwelijk in Nederland rechtsgeldig geworden. Appellant heeft zijn mededelingsplicht geschonden door het sluiten van het huwelijk met [A.] niet aan de Svb te melden. Op grond hiervan wordt de nabestaandenuitkering met ingang van februari 2007 ingetrokken.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft hiertoe overwogen dat het huwelijk van appellant met [A.] vanaf het moment van de ontbinding van het huwelijk met Van [M.] in Nederland als rechtsgeldig dient te worden beschouwd, omdat vanaf dat moment geen sprake meer is van een polygaam huwelijk en er dus geen strijd meer is met de Nederlandse openbare orde. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Raad van 12 oktober 1994, LJN ZB3269, is de rechtbank van oordeel dat appellant geen recht heeft op een nabestaandenuitkering, omdat hij na het overlijden van Van [M.] nog gehuwd was.

3. In hoger beroep heeft appellant zijn in eerdere fasen van de procedure voorgedragen gronden en argumenten in essentie herhaald. Appellant is van mening dat hij zijn mededelingsplicht niet heeft geschonden, omdat hij het in Marokko gesloten huwelijk met [A.] niet aan de Svb hoefde door te geven. Dit huwelijk is namelijk gesloten in strijd met de Nederlandse openbare orde, is daarom nietig en kan niet door de ontbinding van het huwelijk met Van [M.] alsnog als rechtsgeldig worden aangemerkt. Naar Nederlands recht was appellant aldus niet gehuwd na het overlijden van Van [M.]. Tot slot is appellant van mening dat zijn huwelijk met [A.] niet is aangegaan om in elkaars onderhoud te voorzien, zodat het behoeftebeginsel onverkort van toepassing is.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Tussen partijen is in geschil of de nabestaandenuitkering van appellant terecht met terugwerkende kracht is beëindigd op de grond dat appellant zijn mededelingsplicht heeft geschonden door niet aan de Svb te melden dat hij op 24 november 2002 in Marokko in het huwelijk is getreden.

4.2. Ingevolge artikel 16, eerste lid, onder b van de Anw eindigt het recht op nabestaandenuitkering onder meer indien de nabestaande in het huwelijk treedt. Tussen partijen is niet in geschil dat appellant op 24 november 2002 in Marokko een rechtsgeldig huwelijk heeft gesloten. Dit huwelijk is daarmee een huwelijk als bedoeld in de Anw.

4.3. Erkenning van dit huwelijk is geen voorwaarde waaraan moet zijn voldaan voordat het als huwelijk in de zin van de Anw kan worden aangemerkt (zie uitspraak van de Raad van 9 april 2004, LJN AO8071). De stelling dat het huwelijk wegens strijd met de (Nederlandse) openbare orde niet kan worden erkend, behoeft daarom geen bespreking.

4.4. De (enkele) stelling dat het in Marokko rechtsgeldig gesloten huwelijk in strijd is met de Nederlandse openbare orde, en dat er daarom (begrijpt de Raad) sprake is van een nietig huwelijk, kan evenmin slagen. Nog daargelaten de vraag welk recht van toepassing is op het in Marokko gesloten huwelijk, is ook naar Nederlands recht een in strijd met artikel 1:33 van het Burgerlijk Wetboek gesloten huwelijk geldig totdat dit huwelijk op verzoek is nietig verklaard door de rechter. Dit is gesteld noch gebleken.

4.5. Zoals de Raad eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 14 april 2010, LJN BM2487, zijn in de Anw geen voorwaarden gesteld aan de wijze waarop aan het huwelijk invulling wordt gegeven. De stelling van appellant dat hij niet is getrouwd om in elkaars onderhoud te voorzien, speelt dan ook geen rol bij de bepaling of er sprake is van een huwelijk in de zin van de Anw.

4.6. De Raad is voorts van oordeel dat appellant zijn mededelingsplicht jegens de Svb heeft geschonden door het sluiten van het huwelijk op 24 november 2002 niet bij de aanvraag om een nabestaandenuitkering te melden. Appellant had redelijkerwijs kunnen weten dat dit huwelijk invloed kon hebben op zijn recht op een nabestaandenuitkering.

4.7. Op grond van de overwegingen 4.2 tot en met 4.6 is de Raad van oordeel dat de Svb de nabestaandenuitkering van appellant terecht met terugwerkende kracht heeft beëindigd op grond van artikel 16, eerste lid, onder b van de Anw in verband met de artikelen 34 en 35 van de Anw. Hieruit vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak met verbetering van gronden wordt bevestigd.

5. Voor een veroordeling tot vergoeding van de proceskosten wordt geen aanleiding gezien.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en C.C.W. Lange en R.C. Schoemaker als leden, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 november 2012.

(getekend) J.W. Schuttel

(getekend) K.E. Haan

GdJ

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?