ECLI:NL:CRVB:2013:2978

ECLI:NL:CRVB:2013:2978, Centrale Raad van Beroep, 11-12-2013, 11-7289 WMO

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 11-12-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11-7289 WMO
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Afwijzing aanvraag ten behoeve van een verhuiskostenvergoeding. Uit de zorgvuldig tot stand gekomen adviezen van CIZ en De MO-Zaak blijkt dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de verhuizing niet medisch noodzakelijk is. De noodzaak om te verhuizen wordt veroorzaakt door de gezinsgrootte, niet door de medische beperkingen van appellant.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Het linkerbeen van appellant is 10 centimeter korter dan zijn rechterbeen en daardoor heeft hij pijnklachten ontwikkeld in zijn rug en knie. Daarbij lijdt appellant aan een depressieve stoornis. Appellant woont met zijn echtgenote en vier kinderen in een tweekamerappartement op de begane grond.

In november 2010 heeft appellant een aanvraag ingediend ten behoeve van een verhuiskostenvergoeding.

Bij besluit van 16 december 2010 heeft het college de aanvraag van appellant afgewezen. Het college heeft, na van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ontvangen advies, vastgesteld dat appellant geen medische belemmeringen ondervindt bij het betreden, gebruik of verlaten van zijn woning. De noodzaak om te verhuizen wordt veroorzaakt door de gezinsgrootte, niet door de medische beperkingen van appellant. Dit standpunt is bevestigd door het door De MO-zaak in de bezwaarfase opgestelde advies.

Bij besluit van 24 mei 2011 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat uit de zorgvuldig tot stand gekomen adviezen van CIZ en De MO-Zaak blijkt dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de verhuizing niet medisch noodzakelijk is. Bovendien heeft de rechtbank onderschreven dat een verhuizing van een tweekamerappartement naar een grotere woning algemeen gebruikelijk en voorzienbaar is, gelet op de gezinsuitbreiding van de laatste jaren.

Ter zitting van de Raad heeft de gemachtigde van het college desgevraagd aangegeven dat in verband met de rechtspraak van deze Raad, in het bijzonder de uitspraak van

9 mei 2012, LJN BW6548, de afwijzingsgrond dat het algemeen gebruikelijk is om in de situatie van appellant te gaan verhuizen, is losgelaten. Wel kan de grondslag in het bestreden besluit dat er geen medische noodzaak bestaat voor de verhuizing, de afwijzing dragen.

De Raad overweegt als volgt.

Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt in essentie een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. Ook in hoger beroep houdt appellant staande dat hij om medische redenen, in het bijzonder zijn depressieve klachten, moet verhuizen. Appellant heeft een verklaring van zijn huisarts overgelegd waaruit blijkt dat appellant al jaren onder behandeling is voor zijn rug- en knieklachten en depressieve klachten. Het wonen in de veel te kleine woning draagt, volgens de huisarts, niet bij aan de verbetering van de depressieve stoornis van appellant.

De rechtbank heeft de gronden van beroep van appellant afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank. De door appellant in hoger beroep overgelegde verklaring van de huisarts levert geen nieuwe gezichtspunten op. Bij de door CIZ en De MO-zaak opgestelde adviezen is rekening gehouden met de medische beperkingen die appellant ondervindt.

Het hoger beroep slaag niet en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand en W.H. Bel en R.P.T. Elshoff als leden in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 december 2013.

(getekend) J. Brand

(getekend) G.J. van Gendt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?