ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2075

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2075, Centrale Raad van Beroep, 22-02-2013, 11-6750 Wsf

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 22-02-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11-6750 Wsf
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0003955 BWBR0011453 BWBR0011545

Samenvatting

Gelet op de door appellante gegeven, door haar moeder en de studentenpsycholoog als ter zake deskundige onderschreven uitgebreide beschrijving van de haar in de loop der jaren met haar vader opgedane negatieve ervaringen, is de Raad van oordeel dat de Minister bij het in acht nemen van alle in dit geval relevante factoren niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot de conclusie dat het hier niet gaat om een ernstig en structureel conflict als in artikel 3.14 van de Wsf 2000 bedoeld en in de artikelen 6 en 7 van het Bsf 2000 uitgewerkt. Vernietiging besluit. Nieuw besluit op bezwaar.

Uitspraak

11/6750 Wsf

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 11 oktober 2011, 11/293 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellante)

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)

Datum uitspraak: 22 februari 2013

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 januari 2013. Appellante is verschenen. De Minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J.M. Naber.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante heeft een verzoek gedaan om het inkomen van haar vader buiten beschouwing te laten (verzoek om loskoppeling).

1.2. Bij besluit van 23 december 2010 is dit verzoek afgewezen.

1.3. De Minister heeft het door appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar bij besluit van 23 maart 2011 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen dat besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat tussen appellante en haar vader geen sprake is van een langdurig ernstig verstoorde houding in de zin van de wet.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Zij heeft aangevoerd dat haar vader duidelijk geestelijk geweld tegen haar heeft gebruikt. Hij heeft haar gedwongen te kiezen tussen hem en haar moeder. Ook haar broertje heeft hij voor die keus gesteld. Toen zij niet wilde kiezen heeft hij het contact verbroken en sindsdien heeft zij ook geen contact meer met haar broertje. Haar situatie is vergelijkbaar met de situatie als waarvan sprake was in de uitspraak van de Raad van 29 februari 2008 (LJN BC5862).

4. De Raad overweegt het volgende.

4.1. In artikel 3.14, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) is bepaald dat op aanvraag van een studerende de aan hem toegekende aanvullende lening kan worden verstrekt in de vorm van een aanvullende beurs, indien er sprake is van een langdurig ernstig verstoorde verhouding tussen ouder en studerende. Daarbij is vermeld dat onder een langdurig ernstig verstoorde verhouding in ieder geval niet wordt begrepen een conflict van financiële aard dat verband houdt met de studie.

Ingevolge artikel 6, eerste lid, van het Besluit studiefinanciering 2000 (Bsf 2000) bestaat in ieder geval aanspraak op een aanvullende beurs, indien sprake is van een ernstig en structureel conflict tussen ouder en studerende.

Ingevolge artikel 7 van het Bsf 2000 is van zo’n conflict sprake, indien de ouder om ernstige redenen structureel weigert de veronderstelde ouderlijke bijdrage te verstrekken, en dient de ernst van een conflict te worden aangetoond aan de hand van een door een ter zake deskundige afgegeven verklaring.

4.2. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wsf 2000 doet het probleem van de weigerachtige ouders zich voor sinds het bestaan van de in 1986 ingevoerde Wet op de studiefinanciering, de voorloper van de Wsf 2000, en heeft de IB-Groep, als rechtsvoorganger van de Minister, destijds op basis van de hardheidsclausule in beleidsregels neergelegd beleid ontwikkeld waaraan de aanvragen om loskoppeling werden getoetst. Vanwege het structurele karakter van het probleem en de omvang ervan is toen een wettelijke basis wenselijk geacht waarbij het bestaande, onder invloed van de uitspraken van het College van beroep studiefinanciering, uitgekristalliseerde beleid in een algemene maatregel van bestuur werd vastgelegd. Daarbij is het woord “onverzoenlijk” bij conflict vervangen door “structureel”; daarmee is niet beoogd een inhoudelijke wijziging aan te brengen, maar geprobeerd tot uitdrukking te brengen dat onverzoenlijkheid te veel weg heeft van onverbiddelijkheid, welke immers eerst kan worden vastgesteld nadat de betrokken studerende of de weigerachtige ouder zal zijn weggevallen.

4.3. Blijkens de Nota van Toelichting bij het Bsf 2000 valt wat de aan de hand van een door een ter zake deskundige afgegeven verklaring aan te tonen ernst van het conflict betreft te denken aan een zodanig fundamentele en structurele verstoring van de relatie tussen ouder en kind dat ontkoppeling de enige weg is, zoals in gevallen waarbij ernstig lichamelijk of ernstig geestelijk geweld een rol heeft gespeeld.

4.4. Op een aanvraag om loskoppeling aan de hand van de in de Wsf 2000, het Bsf 2000 en de toelichtingen daarop moet van geval tot geval en op basis van de in het desbetreffende geval voorliggende concrete feiten en omstandigheden worden beslist.

5.1. Appellante heeft bij haar aanvraag een toelichting gegeven. Daarin heeft zij diverse voorvallen met haar vader beschreven. Zij heeft een verklaring van haar moeder van 22 november 2010, een verklaring van een aan de Rijksuniversiteit Groningen verbonden studentenpsycholoog van 2 november 2010 en een e-mail van haar vader van 3 februari 2010 overgelegd. In bezwaar heeft appellante nog een nadere toelichting gegeven. Daarbij heeft zij vermeld dat zij bang is geworden voor haar vader. Hij heeft nog een sleutel van haar kamer en zij durft daar ’s nachts niet meer te zijn. Daarom gaat zij verhuizen naar een andere kamer waar zij onvindbaar is voor haar vader.

5.2. Afgaande op hetgeen appellante onbetwist heeft aangevoerd, kan bezwaarlijk worden ontkend dat er sprake is van een (aanwijsbaar) conflict tussen appellante en haar vader en dat het daarbij in beduidende mate gaat om meer dan een conflict van “slechts” financiële aard in verband met haar studie. Dit conflict gaat ook verder dan het enkel ontbreken van een relatie, zoals na een echtscheiding vaker voorkomt. Voorts dateert het conflict niet van kort vóórdat appellante haar aanvraag om loskoppeling heeft ingediend, maar heeft het conflict zich gaandeweg vanaf begin 2009 steeds verder ontwikkeld en heeft die ontwikkeling ertoe geleid dat tussen appellante en haar vader geen contact meer bestaat. Op goede gronden kan dan ook worden staande gehouden dat er ten tijde in geding sprake was en sedertdien nog is van een langdurig conflict.

5.3. Gelet op de door appellante gegeven, door haar moeder en de studentenpsycholoog als ter zake deskundige onderschreven uitgebreide beschrijving van de haar in de loop der jaren met haar vader opgedane negatieve ervaringen, is de Raad van oordeel dat de Minister bij het in acht nemen van alle in dit geval relevante factoren niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot de conclusie dat het hier niet gaat om een ernstig en structureel conflict als in artikel 3.14 van de Wsf 2000 bedoeld en in de artikelen 6 en 7 van het Bsf 2000 uitgewerkt.

5.4. De Raad heeft in zijn oordeelsvorming vooral betekenis toegekend aan de omstandigheid dat de vader in vergaande mate geestelijke druk op appellante heeft uitgeoefend in een poging het contact tussen appellante en haar moeder te dwarsbomen. Hij heeft daarbij getracht ook het contact tussen appellante en haar broertje onmogelijk te maken. Voorts heeft hij - ongevraagd - zich toegang verschaft tot appellantes kamer toen zij op vakantie was en haar zo bang gemaakt dat zij zich gedwongen voelde te verhuizen naar een plek waar hij haar niet kan vinden. Een deel van haar persoonlijke spullen heeft appellante nog steeds niet van hem teruggekregen.

5.5. Gelet op het vorenstaande slaagt het hoger beroep van appellante. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd, het beroep tegen het bestreden besluit dient gegrond te worden verklaard en dat besluit moet worden vernietigd.

6. De Minister zal dienen te beoordelen of appellante voldoet aan de overige voorwaarden van artikel 3.14 van de Wsf 2000, zoals uitgewerkt in (de artikelen 6, 7 en 12 van) het Bsf 2000. De Raad kan de zaak daarom niet finaal afdoen. De Minister zal worden opgedragen opnieuw op het bezwaar van appellante te beslissen.

7. De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht de Minister te veroordelen in de proceskosten van appellante in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 14,99 aan reiskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 23 maart 2011;

- bepaalt dat de Minister een nieuw besluit neemt op het bezwaar van appellante met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- veroordeelt de Minister in de proceskosten van appellante in hoger beroep tot een bedrag groot € 14,99;

- bepaalt dat de Minister aan appellante het betaalde griffierecht van € 153,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en M.C. Bruning en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2013.

(getekend) T. Hoogenboom

(getekend) K.E. Haan

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RSV 2013/99
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?