ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3674

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3674, Centrale Raad van Beroep, 08-03-2013, 12-1541 WAO

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 08-03-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12-1541 WAO
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001888

Samenvatting

Weigering een WAO-uitkering toe te kennen. Het nadeel is dat de medische situatie op de gestelde eerste arbeidsongeschiktheidsdag door de late aanvraag mogelijk niet meer met zekerheid is vast te stellen, voor rekening en risico van appellant komt en dat dit ook in dit geval aan de orde is.

Uitspraak

12/1541 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van

15 februari 2012, 10/7623 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 8 maart 2013

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.B.B. Beelaard, advocaat, hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingezonden.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 december 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Beelaard. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.F. Bär.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is in het verleden onder meer werkzaam geweest als medewerker in de tuinbouw. Hij is in 1990 uitgevallen met gezondheidsklachten en heeft vanaf 30 december 1992 een uitkering ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW/WAO) ontvangen. Bij besluit van 23 december 1993 is deze uitkering met ingang van 30 december 1993 ingetrokken. Tegen het besluit van 23 december 1993 heeft appellant geen rechtsmiddel aangewend. Appellant heeft zijn werkzaamheden hervat in februari 1996 en zich op 3 september 1996 opnieuw ziek gemeld in verband met maag- en rugklachten. Hierna ontving appellant een Ziektewetuitkering, welke is beëindigd op en na 23 januari 1997. De rechtbank heeft, na inschakeling van een tweetal deskundigen, bij uitspraak van

4 november 1998 (97/1557 ZW) het beroep tegen het beëindigingsbesluit in het kader van de Ziektewet ongegrond verklaard. Appellant ontving vervolgens met ingang van 23 januari 1997 een uitkering op grond van de Wet Werk en Bijstand.

1.2. Met een brief van 25 februari 2010 heeft appellant zich tot het Uwv gewend, daarbij aangegeven dat hij zichzelf niet in staat acht werkzaamheden te verrichten en verzocht om opnieuw in aanmerking te komen voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Bij besluit van 25 maart 2010 heeft het Uwv geweigerd appellant een WAO-uitkering toe te kennen onder overweging dat hij sinds 23 januari 1997 niet meer verzekerd was voor de werknemersverzekeringen waaronder de WAO en dat hij langer dan vijf jaar geleden een WAO-uitkering had ontvangen.

1.3. Naar aanleiding van het bezwaar van appellant tegen het besluit van 25 maart 2010 heeft de bezwaarverzekeringsarts van het Uwv M. Keus het dossier bestudeerd en daarbij tevens de namens appellant ingebrachte medische informatie betrokken. In de rapportage van 8 juni 2010 concludeert Keus dat de voorhanden informatie zeker niet overtuigend wijst op een tijdens de, reeds vele jaren geleden gepasseerde, WAO-verzekerde periode ingetreden toegenomen arbeidsongeschiktheid. Al niet duidelijk is of er sprake is van toegenomen klachten die tevens een gevolg zouden zijn van een eventuele zelfde ziekteoorzaak, laat staan van toegenomen beperkingen. In aanvullende rapportages van 17 augustus 2010 en 4 oktober 2010 heeft Keus voorts gereageerd op naderhand ingezonden stukken, waaronder de in het kader van de eerdere Ziektewet-procedure uitgebrachte expertiserapporten van de sociaal geneeskundige J.C. Streng, de psychiater E. Hoencamp en de na de hoorzitting toegezonden informatie in verband met de gestelde psychische problemen van appellant. De ingezonden stukken hebben Keus geen aanleiding gegeven terug te komen op zijn eerder ingenomen standpunt. 1.4. Bij beslissing op bezwaar van 4 oktober 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het in overweging 1.2 genoemde besluit tot weigering van de WAO-uitkering gehandhaafd, onder verwijzing naar de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts.

2.1. Namens appellant is beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en is aangevoerd dat zijn lichamelijke en psychische klachten zijn ontstaan in 1991 na een ongeval met een bromfiets. Voorts is aangevoerd dat vanaf 1995 deze klachten zijn toegenomen en dat onder meer uit een verwijzing van de huisarts naar het RIAGG in 1998 van nog verdere toename is gebleken.

2.2. Ter zitting van de rechtbank op 26 mei 2011 heeft appellant een brief van de psychiater G.T. Calor van 25 mei 2011 overgelegd, waarna de rechtbank aanleiding heeft gezien het onderzoek ter zitting te schorsen teneinde partijen de gelegenheid te geven over en weer te reageren en zelf informatie bij de psychiater Calor op te vragen.

2.3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant ingediende beroep ongegrond verklaard. Onder verwijzing naar de jurisprudentie van de Raad (bijvoorbeeld de uitspraak van 5 maart 2004, LJN AO9259) komt, aldus de rechtbank, het nadeel dat de medische situatie op de gestelde eerste arbeidsongeschiktheidsdag door de late aanvraag mogelijk niet meer met zekerheid is vast te stellen, voor rekening en risico van appellant en dat dit ook in dit geval aan de orde is.

2.4. De rechtbank heeft, kort samengevat, overwogen dat de gedingstukken onvoldoende aanknopingspunten bieden voor het standpunt dat sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid in de periode eind 1997/begin 1998 uit dezelfde oorzaak. Daarbij hecht de rechtbank met name waarde aan bevindingen en conclusies zoals die blijken uit het rapport van de destijds in de Ziektewetprocedure door de rechtbank ingeschakelde psychiater Hoencamp van 16 maart 1998 omdat het onderzoek van deze deskundige heeft plaatsgevonden in de periode dat appellant toegenomen psychische klachten claimt, namelijk op 19 januari 1998. Hoencamp vond ten tijde van het onderzoek geen aanwijzingen voor een affectieve stoornis dan wel depressie in engere zin. Al met al is hij tot de conclusie gekomen dat er geen primaire psychopathologie aan de basis lag van eventuele beperkingen ten aanzien van arbeid. Wel is appellant door de huisarts op 20 januari 1998 verwezen naar het RIAGG, doch uit de brief van deze instantie van 28 mei 1998, blijkt dat een psychotherapeutische intake, behandeling en diagnosestelling bij appellant niet mogelijk was omdat hij bij elke vraag bleef benadrukken dat hij uitsluitend lichamelijke pijnklachten had. Evenmin is, aldus de rechtbank, onomstotelijk komen vast te staan dat appellant rond 1997 (kortdurend) wegens psychische klachten onder behandeling was bij psychiater Calor. Deze psychiater beschikt niet over medische gegevens van rond die datum, terwijl evenmin uit de overige beschikbare stukken, bijvoorbeeld de brief van de huisarts van 14 september 2010, blijkt dat appellant bij deze psychiater rond 1997 onder behandeling was. De diagnose die psychiater Calor in zijn brief van 25 mei 2011 ten aanzien van eiser stelt, kan dan ook geen betrekking hebben op de periode eind 1997/begin 1998. Nu niet is gebleken van toegenomen arbeidsongeschiktheid die onafgebroken vier weken heeft geduurd, heeft het Uwv naar het oordeel van de rechtbank terecht geweigerd appellant een WAO-uitkering toe te kennen.

3. In hoger beroep stelt appellant zich op het standpunt dat hij in voldoende mate aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is geweest van een toename van arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na de datum van intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering die voortkomt uit dezelfde oorzaak als de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan destijds een WAO-uitkering werd genoten. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft hij onder meer een afspraakkaart van zijn behandelend psychiater Calor met vermelding van vijf consulten in de periode van 14 januari tot en met 3 juni 1997, een brief van I-psy van 10 oktober 2008 en een brief van de psychiater M.S. Jessurun van 1 april 2012 overgelegd. Voorts heeft hij opgemerkt dat bij het onderzoek door Hoencamp op 19 januari 1998 geen tolk aanwezig is geweest en dat, ondanks dat hij zich volgens Hoencamp redelijk in het Nederlands kon uiten, appellant op dat moment niet in staat was vragen goed te doorgronden en alles naar voren te brengen wat van belang was.

4.1. De Raad oordeelt als volgt.

4.2. Allereerst kan worden vastgesteld dat de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat, indien een betrokkene eerst geruime tijd na de aanvang van de gestelde arbeidsongeschiktheid een aanvraag om een arbeidsongeschiktheidsuitkering indient, naar vaste rechtspraak van de Raad het nadeel dat de medische situatie van betrokkene op de gestelde eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet meer met zekerheid is vast te stellen voor zijn rekening en risico komt. Terecht heeft de rechtbank overwogen dat een zodanige situatie in dit geval aan de orde is nu appellant zijn aanvraag om een arbeidsongeschiktheidsuitkering ongeveer twaalf jaar na de door hem gestelde arbeidsongeschiktheid in de periode eind 1997/begin 1998 heeft ingediend.

4.3. Vervolgens heeft de rechtbank de beroepsgronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom deze niet slagen. Hetgeen appellant heeft aangevoerd biedt onvoldoende aanknopingspunten om het oordeel van de rechtbank en de overwegingen die daaraan ten grondslag hebben gelegen onjuist te achten. Hieraan kan nog worden toegevoegd dat uit het dossier niet kan worden opgemaakt welke ziekte-oorzaak ten grondslag heeft gelegen aan de eerdere WAO-uitkering op grond waarvan een toename van de gestelde -psychische- klachten en beperkingen kan worden aangenomen. Ook uit de in hoger beroep ingezonden stukken is niet gebleken van toename van arbeidsongeschiktheid. Desgevraagd heeft de psychiater Calor in de beroepsfase geantwoord dat hij niet meer over een medisch dossier van appellant uit 1997 beschikt. De thans ingezonden afspraakkaart geeft geen informatie over behandeling van psychische klachten. Opvallend is dat appellant zich kennelijk ook in 2002 voor behandeling tot Calor heeft gewend, maar dat deze in zijn brief van 28 oktober 2011 aan de rechtbank geen enkele opmerking maakt over de ernst van de klachten of omvang van de behandeling destijds. Voorts wordt in de brief van I-psy van 10 oktober 2008 meegedeeld dat de depressieve klachten van appellant zijn ontstaan na een auto-ongeval. Appellant heeft echter verklaard dat hij een bromfietsongeluk heeft gehad in 1991, waarna zijn psychische klachten zouden zijn ontstaan. In de stukken van de huisarts wordt weliswaar gesproken over een aanrijding met een auto in België, doch deze heeft eerst in september 2006 plaatsgevonden. Ten slotte kan worden vastgesteld dat het onderzoek door Hoencamp werd verricht in het kader van een Ziektewetbeoordeling. Daargelaten de vraag of het onderzoek zorgvuldig is geweest is van belang dat dit onderzoek zag op de periode op en na 23 januari 1997, terwijl de aanvraag tot toekenning van een WAO-uitkering is ingediend in verband met de gestelde toename van arbeidsongeschiktheid in een periode die daarna is gelegen.

4.4. Het hoger beroep slaagt, gezien de overwegingen 4.2 en 4.3, niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2013.

(getekend) C.W.J. Schoor

(getekend) Z. Karekezi

TM

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?