ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5123

ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5123, Centrale Raad van Beroep, 21-03-2013, 12-1877 WUV

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 21-03-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12-1877 WUV
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002844

Samenvatting

Brief waarbij appellant heeft verzocht om vergoeding van de extra kosten die zijn gemaakt vanwege de verzorging en verpleging thuis van zijn echtgenote, in de periode voorafgaande aan haar overlijden. Zij was vervolgde en uitkeringsgerechtigde ingevolge de Wuv. Bij brief heeft verweerder de aanvraag buiten behandeling gesteld. Daartoe is overwogen dat een wettelijke titel voor toekenning ontbreekt, omdat aanspraken op grond van de Wuv persoonsgebonden zijn voor het in leven zijnde oorlogsslachtoffer. De Raad overweegt dat het inleidend verzoek van appellant strekt tot vergoeding van kosten die zijn gemaakt ten behoeve van zijn inmiddels overleden echtgenote. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat appellant bij dit verzoek geen belanghebbende is in de zin van art. 1:2 Awb (CRvB 16 maart 2006, LJN: AV7750). Het verzoek van appellant is daarom geen aanvraag in de zin van art. 1:3, lid 3 Awb. Dit betekent dat de brief van verweerder geen beschikking is als bedoeld in het tweede lid. Een afwijzing zoals deze is naar haar aard ook niet gericht op rechtsgevolg. De brief is dus geen besluit. Op grond van art. 6:2, aanhef en onder a, van de Awb moet de brief echter, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, met een besluit gelijk worden gesteld. De wetsgeschiedenis stelt buiten twijfel dat dit artikelonderdeel mede betrekking heeft op de schriftelijke afwijzing van een verzoek van een niet-belanghebbende om een besluit te nemen (PG Awb II, p. 383-384). Bij het nemen van het bestreden besluit is dit niet onderkend. Toch is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Op grond van de artikelen 7:1 en 8:1 van de Awb staat bezwaar alleen open voor een belanghebbende. Dat is appellant niet. Ook de hiervoor bedoelde wetsgeschiedenis maakt duidelijk dat in deze situatie niet-ontvankelijkverklaring moet volgen.

Uitspraak

12/1877 WUV

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[A te B] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)

Datum uitspraak: 21 maart 2013

PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 15 maart 2012, kenmerk BZ01435720 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940 1945 (Wuv).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 februari 2013. Appellant is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.

OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. De echtgenote van appellant, [echtgenote], was vervolgde en uitkeringsgerechtigde ingevolge de Wuv. Zij is op [overlijdensdatum] overleden. Bij brief van 1 december 2011 heeft appellant - voor zover hier van belang - verzocht om vergoeding van de extra kosten die zijn gemaakt vanwege haar verzorging en verpleging thuis, in de periode voorafgaande aan haar overlijden.

1.2. Bij brief van 30 januari 2012 heeft verweerder de aanvraag buiten behandeling gesteld. Daartoe is overwogen dat een wettelijke titel voor toekenning ontbreekt, omdat aanspraken op grond van de Wuv persoonsgebonden zijn voor het in leven zijnde oorlogsslachtoffer.

1.3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het hiertegen gerichte bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard. Daartoe is overwogen dat de brief van 30 januari 2012 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd, overweegt de Raad als volgt.

2.1. Het inleidend verzoek van appellant strekt tot vergoeding van kosten die zijn gemaakt ten behoeve van zijn inmiddels overleden echtgenote. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat appellant bij dit verzoek geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van de Awb (CRvB 16 maart 2006, LJN AV7750). Het verzoek van appellant is daarom geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb.

2.2. Dit betekent dat de brief van 30 januari 2012 - die blijkens het verhandelde ter zitting moet worden aangemerkt als een afwijzing van het verzoek - geen beschikking is als bedoeld in het tweede lid. Een afwijzing zoals deze is naar haar aard ook niet gericht op rechtsgevolg. De brief is dus geen besluit.

2.3. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder a, van de Awb moet de brief echter, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, met een besluit gelijk worden gesteld. De wetsgeschiedenis stelt buiten twijfel dat dit artikelonderdeel mede betrekking heeft op de schriftelijke afwijzing van een verzoek van een niet-belanghebbende om een besluit te nemen (PG Awb II, p. 383-384). Bij het nemen van het bestreden besluit is dit niet onderkend.

2.4. Toch is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Op grond van de artikelen 7:1 en 8:1 van de Awb staat bezwaar alleen open voor een belanghebbende. Dat is appellant - als gezegd - niet. Ook de onder 2.3 bedoelde wetsgeschiedenis maakt duidelijk dat in deze situatie niet-ontvankelijkverklaring moet volgen.

2.5. Het beroep tegen het bestreden besluit is dus ongegrond.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en R. Kooper en G.L.M.J. Stevens als leden, in tegenwoordigheid van B. Rikhof als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2013.

(getekend) A. Beuker-Tilstra

(getekend) B. Rikhof

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2013/909 AB 2013/199 met annotatie van J.A.F. Peters ABkort 2013/135 JB 2013/103 met annotatie van A.M.M.M. Bots USZ 2013/160 JIN 2013/126 met annotatie van A.M.M.M. Bots
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?