OVERWEGINGEN
De Raad heeft vastgesteld dat er een fout is gemaakt bij de veroordeling in de proceskosten in die zin dat er twee punten zijn toegekend voor het indienen van een beroepschrift en het verschijnen ter zitting bij de rechtbank. Nu zowel appellant als zijn raadsman niet ter zitting bij de rechtbank zijn verschenen, dient slechts één punt te worden toegekend. Dit betekent dat de kosten in beroep worden begroot op € 472,- in plaats van € 944,-.
Tevens heeft de Raad vastgesteld dat de aangevallen uitspraak ten onrechte geheel is vernietigd. In overweging 2.4 en in het dictum bij het eerste gedachtestreepje dient de vernietiging van de aangevallen uitspraak te worden aangevuld met: “voor zover aangevochten”.
De Raad zal de onder 1 en 2 vermelde vergissingen herstellen door de uitspraak van
28 november 2013 in evenvermelde zin te rectificeren.
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het ECLI-nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 28 november 2013, 12/1531 AW, 12/1532 AW, 12/1533 AW, 13/2558 AW, 13/4727 AW, als volgt.
Overweging 2.4 wordt gewijzigd in: “Het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak, voor zover deze is aangevochten, moet worden vernietigd, evenals het bestreden besluit van
15 november 2010. Over de besluiten van 28 maart 2013 en 5 juli 2013 wordt beslist als hiervoor is aangegeven.”
Overweging 3 wordt gewijzigd in: “Aanleiding bestaat om het dagelijks bestuur te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 472,- in beroep en op € 1.416,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.”
In het dictum (“Beslissing”) worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- het eerste gedachtestreepje wordt gewijzigd in: “vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;”
- het bij het laatste gedachtestreepje genoemde bedrag van € 2.360,- wordt gewijzigd in
€ 1.888,-.
Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en
J.Th. Wolleswinkel en J.N.A. Bootsma als leden, in tegenwoordigheid van M. Sahin als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2014.
(getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans
(getekend) M. Sahin
JvC