OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 14 augustus 2013 betrof een procedure tussen verzoekster en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, die betrekking had op een voorziening in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning. De procedure had ten tijde van de uitspraak van de Raad vier jaar en ruim vijf maanden geduurd. In genoemde uitspraak is overwogen dat het vermoeden bestaat dat de redelijke termijn is geschonden door de Raad. Het onderzoek is vervolgens heropend.
De Staat heeft - kort weergegeven - uiteengezet dat wordt onderschreven dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM, in de rechterlijke fase is overschreden en dat verzoekster in aanmerking komt voor een vergoeding van schade. Daarbij is aangegeven dat een vergoeding van € 500,- redelijk kan worden geacht. De Staat is bereid dit bedrag aan verzoekster te vergoeden.
Verzoekster heeft verzocht om een schadevergoeding van € 500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van vier weken na de openbaarmaking van de uitspraak in de schadeprocedure tot aan de dag van algehele voldoening. De Raad ziet aanleiding dit toe te wijzen.
Het verzoek van verzoekster om de Staat te veroordelen tot vergoeding van de reis- en verletkosten in hoger beroep komt niet voor inwilliging in aanmerking. Omtrent de proceskosten heeft de Raad reeds beslist bij zijn uitspraak van 14 augustus 2013. Voor het overige is niet gebleken van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt de Staat der Nederlanden (Ministerie van Veiligheid en Justitie) tot betaling aan verzoekster van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf vier weken na de datum van openbaarmaking van deze uitspraak tot aan de dag van algehele voldoening.
Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap als voorzitter en J. Brand en W.H. Bel als leden, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2014.
(getekend) A.J. Schaap
(getekend) A.C. Oomkens