ECLI:NL:CRVB:2014:3146

ECLI:NL:CRVB:2014:3146, Centrale Raad van Beroep, 23-09-2014, 14-100 WWB

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 23-09-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14-100 WWB
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0015703

Samenvatting

Proceskostenveroordeling omdat het college volledig tegemoet is gekomen aan appellant.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Bij besluit van 13 augustus 2013 heeft het college de bijstand van appellant ingetrokken met ingang van 5 augustus 2013. Bij besluit van 7 november 2013 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 13 augustus 2013 niet-ontvankelijk verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

Het college heeft op 9 januari 2014 een nieuw besluit genomen waarbij het besluit van

13 augustus 2013 is herroepen en appellant met ingang van 5 augustus 2013 bijstand is verleend.

Appellant heeft op 18 april 2014, voor zover hier van belang, meegedeeld dat hij enkel aanspraak maakt op een veroordeling van het college in de kosten van rechtsbijstand in beroep en in hoger beroep.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Appellant heeft het hoger beroep niet ingetrokken. Uit zijn onder 4.1 genoemde schrijven van 18 april 2014 blijkt dat appellant de procedure slechts wenst voort te zetten om een vergoeding van de proceskosten in beroep en in hoger beroep te verkrijgen. Appellant wenst, zo kan uit die brief worden afgeleid, geen oordeel over de aangevallen uitspraak. Nu appellant geen oordeel wenst over de aangevallen uitspraak, heeft hij bij een dergelijk oordeel ook geen procesbelang. Nu evenmin procesbelang kan worden ontleend aan de verzochte veroordeling in de proceskosten, dient het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Vervolgens wordt bezien of in de omstandigheden van het geval grond is gelegen om over te gaan tot een proceskostenveroordeling. Een dergelijke grond kan zijn gelegen in de omstandigheid dat het bestuursorgaan aan de indiener van het beroep is tegemoet gekomen in welk geval, indien het hoger beroep zou zijn ingetrokken, met toepassing van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht een proceskostenveroordeling mogelijk is.

De Raad stelt vast dat het college met het onder 4 genoemde besluit volledig is tegemoet gekomen aan het hoger beroep van appellant.

Het college heeft aangevoerd dat geen plaats is voor een proceskostenveroordeling. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat verzoeker op 16 oktober 2013 opnieuw bijstand heeft aangevraagd en op die datum voldeed aan de voorwaarden om voor bijstand in aanmerking te komen. Het college heeft verzoeker uit coulance met ingang van 5 augustus 2013 in aanmerking gebracht voor bijstand.

In geval van een tegemoetkomen door het bestuursorgaan wordt in beginsel een proceskostenveroordeling uitgesproken. Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden. In zijn uitspraak van 16 mei 2006 (ECLI:NL:CRVB:2006:AX6776) heeft de Raad overwogen dat het gegeven dat onverplicht en bij wege van coulance is tegemoet gekomen, in beginsel niet een dergelijke bijzondere omstandigheid oplevert. Indien, bijvoorbeeld, de noodzaak om beroep (of hoger beroep) in te stellen uitsluitend is te wijten aan de handelwijze van de betrokkene zelf, kan wel gesproken worden van een bijzondere omstandigheid. Zie de uitspraak van de Raad van 12 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:397.

In hetgeen door het college is aangevoerd is geen bijzondere omstandigheid gelegen op grond waarvan een uitzondering moet worden gemaakt op het uitgangspunt dat bij een tegemoetkomen door het bestuursorgaan in beginsel een proceskostenveroordeling wordt uitgesproken.

Nu het college appellant na het instellen van beroep en hoger beroep tegemoet is gekomen, ziet de Raad aanleiding het college te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 974,- in beroep en op € 487,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk;

- veroordeelt het college in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.461,-;

- bepaalt dat het college aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht

van € 162,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door Y.J. Klik, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 september 2014.

(getekend) Y.J. Klik

(getekend) J.T.P. Pot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?