ECLI:NL:CRVB:2014:3499

ECLI:NL:CRVB:2014:3499, Centrale Raad van Beroep, 29-10-2014, 12-5535 WMO

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 29-10-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12-5535 WMO
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 5 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002170 BWBR0002614 BWBR0005537 BWBR0008253 BWBR0015703 BWBR0020031

Samenvatting

Het college is in hoger beroep alsnog geheel aan appellante tegemoetgekomen. Hoger beroep niet-ontvankelijk. Geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten nu de procedure in beroep en hoger beroep het gevolg is van de handelwijze van appellante. Eerst in hoger beroep heeft appellante de vereiste aankoopnota van een fiets met hulpmotor overgelegd.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

Bij besluit van 15 februari 2011 heeft het college aan appellante op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een tegemoetkoming in de kosten van de aanschaf van een fiets met hulpmotor toegekend van € 2.073,-. In het besluit is vermeld dat appellante verplicht is binnen zes maanden na dagtekening van het besluit kopieën van de definitieve aankoopnota en het betaalbewijs op te sturen naar de Dienst Wonen, Zorg en Samenleven (DWZS) van de gemeente Amsterdam. Tevens is vermeld dat het niet voldoen aan deze verplichting leidt tot intrekking van het toekenningsbesluit en terugvordering van het toegekende bedrag.

Omdat appellante geen nota en betalingsbewijs binnen de gestelde termijn heeft opgestuurd naar de DWZS heeft het college bij besluit van 4 november 2011 het besluit van

15 februari 2011 ingetrokken en het bedrag van € 2.073,- teruggevorderd.

Bij besluit van 22 februari 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellante tegen het besluit van 4 november 2011 ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat tijdens de bezwaarprocedure niet alsnog een aankoopnota en betaalbewijs is overgelegd. Voorts is niet op andere wijze aangetoond dat het uitgekeerde bedrag is besteed aan een fiets met hulpmotor.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. Appellante wordt niet gevolgd in haar stelling dat zij aan haar verplichting om het aankoopbedrag te verantwoorden heeft voldaan doordat zij in maart 2011 de aankoopnota van de fiets met hulpmotor naar de DWZS heeft verzonden. Het college ontkent immers de ontvangst van de door appellante niet aangetekend verzonden aankoopnota en het komt voor risico van appellante dat de aankoopnota niet door het college is ontvangen.

Het college heeft bij brief van 9 april 2014 te kennen gegeven dat bij interne navraag niet is gebleken dat appellante, zoals zij stelt, na de uitspraak van de rechtbank een aankoopnota heeft afgegeven bij de receptie van de DWZS.

Vervolgens heeft het college bij brief van 16 april 2014 te kennen gegeven dat gelet op de van appellante op 16 april 2014 ontvangen aankoopnota met betrekking tot de fiets met hulpmotor wordt afgezien van terugvordering van de tegemoetkoming.

Appellante heeft de Raad daarop verzocht om het college te veroordelen tot het vergoeden van de proceskosten (bestaande uit de eigen bijdrage) in beroep en hoger beroep en te bepalen dat het college aan appellante het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Met de onder 3.2 vermelde brief van het college staat genoegzaam vast dat het college het bestreden besluit en het besluit van 4 november 2011 niet langer handhaaft.

Appellante heeft het hoger beroep niet ingetrokken. Nu het college in hoger beroep alsnog geheel aan appellante is tegemoetgekomen bestaat er tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer. Er bestaat voor appellante geen procesbelang meer bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak. Ingevolge vaste rechtspraak van de Raad kan geen procesbelang worden ontleend aan de verzochte veroordeling tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep moet dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

6. Er bestaat geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten nu de procedure in beroep en hoger beroep het gevolg is van de handelwijze van appellante. Het college is uiteindelijk aan appellante tegemoetgekomen op grond van de door haar eerst in hoger beroep overgelegde vereiste aankoopnota van een fiets met hulpmotor. Het college ontkent een eerdere ontvangst van de aankoopnota en voor de stelling van appellante dat zij deze nota reeds eerder heeft overgelegd maar deze nota bij de DWZS zoek is geraakt, ontbreekt ieder bewijs.

7. Gezien hetgeen onder 6 is overwogen bestaat er evenmin aanleiding om onder toepassing van artikel 25, tweede lid, van de Beroepswet te bepalen dat het college het griffierecht aan appellante dient te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2014.

(getekend) J. Brand

(getekend) R.L. Rijnen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ABkort 2014/391 JB 2014/253
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?