ECLI:NL:CRVB:2014:4114

ECLI:NL:CRVB:2014:4114, Centrale Raad van Beroep, 09-12-2014, 13-4192 WWB

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 09-12-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13-4192 WWB
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2013:4893
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0015703

Samenvatting

Weigering bijzondere bijstand voor de kosten van het afronden van de opleiding Audio Engineering Programme. Appellant heeft geen objectieve gegevens overgelegd waaruit de noodzaak tot het volgen of afronden van de opleiding blijkt. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de opleiding een bijdrage levert aan zijn arbeidsmarktperspectief.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Bij besluit van 2 juli 2012 heeft het college de aanvraag van appellant van 9 november 2011 om bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor de kosten van het afronden van de opleiding Audio Engineering Programme; BMC Level van het SAE Institute te Rotterdam (opleiding) afgewezen.

Bij besluit van 5 november 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant tegen het besluit van 2 juli 2012 ongegrond verklaard. Het college heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de opleiding niet noodzakelijk wordt geacht voor het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid. Appellant heeft geen informatie overgelegd waaruit blijkt dat er voor hem een baangarantie is na afronding van de opleiding of een reëel perspectief op arbeid. De algemene informatie over de opleiding die appellant tijdens de bezwaarprocedure heeft overgelegd, is daartoe onvoldoende.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft aangevoerd dat het afronden van de opleiding noodzakelijk is om een arbeidsperspectief te scheppen. Appellant heeft de opleiding bijna voltooid en het behalen van het diploma is noodzakelijk om in de branche aan het werk te kunnen komen. Appellant ziet deze opleiding als zijn enige kans om de bijstand te kunnen verlaten. Het college is niet in staat om een reëel arbeidsperspectief te scheppen, nu appellant vanwege zijn lichamelijke klachten niet ingeschakeld wordt in reguliere re-integratietrajecten.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de WWB dient eerst beoordeeld te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

Een aanvrager moet in het algemeen de feiten en omstandigheden aannemelijk maken die nopen tot inwilliging van de aanvraag om bijstand. Nu appellant geen objectieve gegevens heeft overgelegd waaruit de noodzaak tot het volgen of afronden van de opleiding blijkt, ziet de Raad geen aanleiding om tot een ander oordeel dan de rechtbank te komen. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de opleiding een bijdrage levert aan zijn arbeidsmarktperspectief. De enkele stelling van appellant dat hem de kans moet worden geboden om uit de bijstand te komen, is onvoldoende om de noodzaak tot het volgen van de opleiding aan te nemen. Dat appellant, naar hij stelt, genoodzaakt is de opleiding te volgen, omdat hij dan als zelfstandige aan de slag kan gaan, heeft hij niet aan de hand van objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk gemaakt. De opleidingskosten zijn dan ook geen noodzakelijke kosten als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB.

Uit 4.2 volgt dat het college de aanvraag om bijzondere bijstand op goede gronden heeft afgewezen.

Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Y.J. Klik, in tegenwoordigheid van C. Moustaïne als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2014.

(getekend) Y.J. Klik

(getekend) C. Moustaïne

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?