ECLI:NL:CRVB:2014:841

ECLI:NL:CRVB:2014:841, Centrale Raad van Beroep, 13-03-2014, 12-3507 AOR

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 13-03-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12-3507 AOR
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Invaliditeitsuitkering berekend naar een uitkeringspercentage van 10, een (geclausuleerde) vergoeding van vrije geneeskundige behandelingen en vier uur huishoudelijke hulp per week. Voldoende medische onderbouwing. Geen aanknopingspunten om het door verweerster ingenomen standpunt onjuist te achten.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant, geboren in 1941 in het toenmalig Nederlands-Indiƫ, heeft in februari 2011 een aanvraag ingediend om toekenningen op grond van de AOR.

Bij besluit van 22 november 2011 is appellant aangemerkt als oorlogsslachtoffer in de zin van de AOR. Aanvaard is dat bij appellant sprake is van psychisch oorlogsletsel en dat hij als gevolg daarvan voor 20% ongeschikt is voor het verrichten van passende arbeid. Op grond hiervan is appellant in aanmerking gebracht voor een invaliditeitsuitkering berekend naar een uitkeringspercentage van 10, een (geclausuleerde) vergoeding van vrije geneeskundige behandelingen en vier uur huishoudelijke hulp per week. Het hiertegen gemaakte bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Blijkens een ter zitting gedane mededeling handhaaft appellant niet langer een gesteld verband tussen zijn lichamelijke klachten en het oorlogsgeweld.

Het in het bestreden besluit verwoorde standpunt van verweerster is in eerste instantie gebaseerd op de bevindingen van A.S.E.P. Textor, arts, die appellant thuis heeft bezocht. Deze arts heeft geconcludeerd dat bij appellant sprake is van psychische klachten en dat deze klachten geringe tot matige beperkingen geven in drie van de vier rubrieken van de

AMA-scales. Daarbij is aangegeven dat de beperkingen in rubriek 1 het gevolg zijn van nachtelijke pijnklachten door de (non-causale) heup- en schouderproblematiek. De totale psychische invaliditeit wordt bepaald op 25% waarvan 15% in verband wordt gebracht met het oorlogsgeweld. Aldus kwam Textor tot een (afgerond) arbeidsongeschiktheidspercentage van 20. Het bezwaarschrift heeft verweerster voorgelegd aan een andere geneeskundige adviseur, de arts F.A.M. van den Brand. Deze adviseur onderschrijft de conclusies van Textor.

De Raad acht het bestreden besluit met deze adviezen voldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd. In de voorhanden medische gegevens heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden om het door verweerster ingenomen standpunt onjuist te achten.

De arts R.J. Roelofs, die appellant heeft onderzocht in het kader van de Wet uitkeringen

burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, heeft weliswaar, anders dan Textor, de beperkingen in rubriek 1 causaal geacht, maar wat daar verder ook van zij, die beperkingen kunnen ten tijde hier van belang niet leiden tot een hoger invaliditeitspercentage. Het bedoelde gegeven doet op zichzelf beschouwd immers niet af aan het oordeel dat de totale psychische invaliditeit op 25% ware te bepalen, waarvan 10% als non-causaal, namelijk samenhangend met vaders overlijden en gestoorde familieverhoudingen, is te beschouwen. Onder verwijzing naar zijn uitspraak van 20 februari 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:589) merkt de Raad nog op dat appellant, als hij verergering vermoedt van zijn causale arbeidsongeschiktheid, een hernieuwd verzoek bij verweerster kan indienen waarna verweerster dient te beoordelen of de arbeidsongeschiktheid bij appellant mogelijk voor zijn 70ste jaar is toegenomen.

Het voorgaande betekent dat het bestreden besluit in rechte stand houdt en dat het beroep van appellant ongegrond moet worden verklaard.

De Raad ziet tot slot geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van P. Uijtdewillegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2014.

(getekend) B.J. van de Griend

(getekend) P. Uijtdewillegen

HD

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?