ECLI:NL:CRVB:2015:1055

ECLI:NL:CRVB:2015:1055, Centrale Raad van Beroep, 20-03-2015, 13-1933 WAO

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 20-03-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13-1933 WAO
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 19 zaken
Aangehaald door 25 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002170 BWBR0002221 BWBR0002524 BWBR0005289 BWBR0005537 BWBR0032634

Samenvatting

Verzoek om herziening van eerdere uitspraak. Rechtseenheid. Een verzoek mag niet onredelijk laat worden ingediend. Een verzoek om herziening wordt in de regel geacht onredelijk laat te zijn ingediend, indien het verzoek is ingediend meer dan één jaar nadat de indiener bekend is geworden met de daarin gestelde nova dan wel, indien geen nova zijn gesteld, na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

Bij besluit van 10 oktober 1996 heeft het Uwv geweigerd verzoeker een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toe te kennen. Bij besluit van

6 november 2009 heeft het Uwv afwijzend beslist op een verzoek van verzoeker om het besluit van 10 oktober 1996 te herzien. Het door verzoeker tegen dat besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 5 januari 2010 ongegrond verklaard.

Het door verzoeker tegen het besluit van 5 januari 2010 ingestelde beroep is door de rechtbank Amsterdam bij uitspraak van 21 december 2010, 10/447, ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 28 maart 2012, waarvan nu herziening wordt gevraagd, heeft de Raad deze uitspraak bevestigd.

2. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren ze bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

3. De Raad oordeelt als volgt.

Gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 januari 2015, nr. 201407367/2/A4, ECLI:NL:RVS:2015:310, en het arrest van de Hoge Raad van 20 februari 2015, nr. 14/05686, ECLI:NL:HR:2015:357, moet in het belang van de rechtseenheid voorop worden gesteld dat van degene die om herziening vraagt van een uitspraak mag worden verlangd dat hij niet onredelijk lang wacht met de indiening van dat verzoek. Een onredelijk laat ingediend herzieningsverzoek moet niet-ontvankelijk worden verklaard.

Een verzoek om herziening wordt in de regel geacht onredelijk laat te zijn ingediend, indien het verzoek is ingediend meer dan één jaar nadat de indiener bekend is geworden met de daarin gestelde nova dan wel, indien geen nova zijn gesteld, na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht.

De hiervoor in 3.1.2 geformuleerde regel geldt niet voor het indienen van een verzoek om herziening van een uitspraak over een bestuurlijke boete. Een dergelijk verzoek is niet aan de in 3.1.2 vermelde termijn van één jaar gebonden.

In deze zaak, die geen betrekking heeft op een uitspraak over een bestuurlijke boete, is het herzieningsverzoek slechts onderbouwd met medische verklaringen die dateren van ver vóór de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht. Nu gesteld noch gebleken is dat verzoeker eerst minder dan een jaar voor de datum van indiening van het herzieningsverzoek bekend is geworden met deze verklaringen, moet worden geoordeeld dat het verzoek om herziening onredelijk laat is ingediend.

Gelet op 3.1.1 tot en met 3.2 moet het voorliggende herzieningsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van B. Fotchind als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2015.

(getekend) T.L. de Vries

(getekend) B. Fotchind

MK

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ABkort 2015/159 NJB 2015/828 RSV 2015/99 JB 2015/108 USZ 2015/181 met annotatie van A.A.M. Elzakkers
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?