ECLI:NL:CRVB:2015:2517

ECLI:NL:CRVB:2015:2517, Centrale Raad van Beroep, 20-07-2015, 13/3709 WIA-W2

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 20-07-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13/3709 WIA-W2
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Wraking
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 6 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002320 BWBR0005537

Samenvatting

Afwijzing verzoek om wraking.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Blijkens de memorie van toelichting bij artikel 8:15 van de Awb is de ratio van het instituut van wraking gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid.

2. Verzoekster heeft aan haar verzoek van 6 mei 2015 om wraking van de behandelend rechters ten grondslag gelegd dat tijdens een inzage van de dossiers is gebleken dat niet alle gedingstukken aanwezig zijn. De gedingstukken vormen mede basis voor de rechtszaak en die basis wordt verzoekster ontnomen. Daarnaast heeft verzoekster aangevoerd dat ten onrechte geen uitstel van de zitting is verleend. Aangezien er medisch noodzakelijke rust is voorgeschreven acht verzoekster het niet verantwoord een zitting in te lassen die hindert in medische onderzoeken.

Een wrakingsgrond moet zijn gelegen in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op (de persoon van) de rechters die de zaak behandelen. Bij een beoordeling van een beroep op het ontbreken van de onpartijdigheid van de rechter dient voorts het uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing vormt voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (zie onder meer het arrest van de Hoge Raad van 21 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9141).

Op 11 maart jl. heeft verzoekster inzage gehad in de dossiers van haar hoger beroepen. De volgende dag heeft zij per faxbericht aangegeven dat er stukken ontbreken en vermeld om welke stukken het zou gaan. Op dat moment was het dossier in behandeling bij de wrakingskamer om op het eerdere wrakingsverzoek van verzoekster te beslissen. De wrakingskamer was uitsluitend gehouden te beslissen op het wrakingsverzoek, het lag niet op de weg van die kamer om inhoudelijk in te gaan op het faxbericht van verzoekster van

12 maart jl. Vastgesteld wordt dat de Raad tot op heden heeft nagelaten kenbaar te reageren op dit faxbericht. Dat zal in het vervolg van de procedure alsnog moeten gebeuren. Dat betekent echter niet dat er sprake is van een zwaarwegende aanwijzing dat de behandelend rechters vooringenomen zijn ten opzichte van verzoekster.

De afwijzing van het verzoek om uitstel van de behandeling ter zitting is een procedurele beslissing. Naar vaste rechtspraak (CRvB 17 maart 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP8906) is wraking niet bedoeld als rechtsmiddel tegen procedurele beslissingen en kunnen deze beslissingen slechts leiden tot toewijzing van een wrakingsverzoek als uit de procedurele beslissing blijkt van vooringenomenheid van de rechters die deze beslissing hebben genomen. Van dat laatste is geen sprake.

Artikel 8:18, vierde lid, van de Awb bepaalt dat in geval van misbruik de bestuursrechter kan bepalen dat een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen.

Gelet op het eerdere door verzoekster gedane verzoek om wraking en de aan het onderhavige verzoek ten grondslag gelegde argumenten, is de conclusie gerechtvaardigd dat verzoekster misbruik maakt van het wrakingsinstrument. Om die reden wordt bepaald dat een volgend verzoek om wraking van verzoekster in deze hoger beroepen niet in behandeling wordt genomen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- wijst het verzoek om wraking van de behandelend rechters af;

- bepaalt dat een volgend verzoek van verzoekster om wraking in deze hoger beroepen niet in

behandeling wordt genomen.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en B.J. van de Griend en

M. Hillen als leden, in tegenwoordigheid van J.L. Meijer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2015.

(getekend) A. Beuker-Tilstra

(getekend) J.L. Meijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?