ECLI:NL:CRVB:2015:2547

ECLI:NL:CRVB:2015:2547, Centrale Raad van Beroep, 30-07-2015, 14-3491 AW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 30-07-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14-3491 AW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 13 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0031794

Samenvatting

Appellant is beoordeeld en de beoordeling is niet goed genoeg voor doorstroming naar een seniorfunctie binnen de gebiedsgebonden politie (GGP). Door de rechter beperkt getoetst. Anders dan appellant heeft betoogd, heeft de korpschef niet in strijd met het verbod op reformatio in peius gehandeld door na bezwaar de kwalificatie ‘ruim voldoende’ te wijzigen in ‘voldoende’. Door deze aanpassing is appellant immers niet in een ongunstiger positie gebracht dan voordat hij rechtsmiddelen aanwendde, nu het eindoordeel van de beoordeling en daarmee het rechtsgevolg van het primaire besluit ongewijzigd is gebleven.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

Appellant is werkzaam in de functie van medewerker basispolitiezorg A in het [team] van de politieregio Noord- en Oost-Gelderland. Als neventaak was hij commandant van groep 30 van de Mobiele Eenheid.

Appellant heeft op 20 oktober 2012 verzocht om doorstroming naar een seniorfunctie binnen de gebiedsgebonden politie (GGP). In verband hiermee is in november 2012 een beoordeling opgemaakt over het functioneren van appellant in de periode van 1 november 2011 tot 28 november 2012. Het functioneren is op vier van de zes hoofdbestanddelen als ‘voldoende’ gewaardeerd, op één hoofdbestanddeel als ‘ruim voldoende’ en op één hoofdbestanddeel als ‘goed’. De functievervulling in het geheel is gewaardeerd als ‘voldoende’. Na het beoordelingsgesprek op 29 november 2012 heeft appellant zijn zienswijze gegeven. Bij besluit van 20 december 2012 heeft de beoordelingsautoriteit de beoordeling ongewijzigd vastgesteld.

Bij besluit van 27 december 2012 heeft de korpschef afwijzend beslist op het verzoek van appellant om doorstroming naar een seniorfunctie binnen de GGP. Aan dat besluit ligt ten grondslag dat de door appellant gewenste loopbaanstap valt onder de reikwijdte van het loopbaanbeleid van assistent A tot en met senior binnen de GGP. Op grond van dat beleid moet onder meer voldaan zijn aan de voorwaarde van ‘vakmanschap blijkend uit een recente beoordeling boven de norm’, wat in dit geval betekent dat de functievervulling als geheel ten minste als ‘goed’ moet zijn gewaardeerd. Aan die voorwaarde voldoet appellant niet, aldus de korpschef.

Bij besluit van 28 oktober 2013 (bestreden besluit) heeft de korpschef de bezwaren tegen de besluiten van 20 december 2012 en 27 december 2012 ongegrond verklaard. De waardering op het hoofdbestanddeel ‘overige taken’ is gewijzigd van ‘ruim voldoende’ in ‘voldoende’, omdat de waardering ‘ruim voldoende’ niet in het beoordelingsreglement voorkomt.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant die uitspraak op hierna te bespreken gronden bestreden.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 13 maart 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:905) is de toetsing van de inhoud van een beoordeling beperkt tot de beantwoording van de vraag of gezegd moet worden dat die beoordeling op onvoldoende gronden berust. Bij negatieve oordelen moet het betrokken bestuursorgaan met concrete feiten onderbouwen dat dat oordeel niet op onvoldoende gronden berust.

In de door appellant bestreden beoordeling is zijn functioneren op alle onderdelen en over het geheel (ten minste) voldoende en dus positief gewaardeerd, zodat het op de weg van appellant ligt om aannemelijk te maken dat deze beoordeling niet op voldoende gronden berust. De omstandigheid dat de beoordeling niet goed genoeg is voor doorstroming van appellant van de functie generalist GGP naar de functie senior GGP, levert geen grond op om de onder 4.1 bedoelde bewijslast ook in dit geval bij het bestuursorgaan te leggen.

Appellant wordt niet gevolgd in zijn betoog dat de waardering ‘voldoende’ die is toegekend aan zijn functioneren op de hoofdbestanddelen verkeerstaken, criminaliteitsbeheersing, contacten en overige taken en op de functievervulling niet past bij de veel positievere formuleringen in de toelichting op die waarderingen en dat het oordeel ‘voldoende’ daarom onhoudbaar is. In de toelichtingen op de waarderingen zijn de verschillende aspecten van het functioneren van appellant op genoemde bestanddelen genuanceerd besproken, waarbij naast positieve ook negatieve(re) aspecten aan de orde komen. Over het geheel genomen zijn deze toelichtingen in overeenstemming met de voor het betreffende bestanddeel gegeven waardering.

Anders dan appellant heeft betoogd, heeft de korpschef niet in strijd met het verbod op reformatio in peius gehandeld door na bezwaar de kwalificatie ‘ruim voldoende’ te wijzigen in ‘voldoende’. Door deze aanpassing is appellant immers niet in een ongunstiger positie gebracht dan voordat hij rechtsmiddelen aanwendde, nu het eindoordeel van de beoordeling en daarmee het rechtsgevolg van het primaire besluit ongewijzigd is gebleven.

Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat de bij het bestreden besluit gehandhaafde beoordeling in rechte standhoudt. Appellant heeft over de afwijzing van het verzoek om bevordering geen zelfstandige beroepsgronden ingediend. Dat brengt mee dat de rechtbank het beroep ook op dit onderdeel van het bestreden besluit terecht ongegrond heeft verklaard.

De conclusie is dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en R. Kooper en L.J.A. Damen als leden, in tegenwoordigheid van B. Rikhof als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2015.

(getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans

(getekend) B. Rikhof

IJ

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl TAR 2015/157 AB 2015/357 met annotatie van C.B. Modderman
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?