OVERWEGINGEN
1. De Raad heeft vastgesteld dat in de uitspraak ten onrechte geen proceskostenveroordeling is opgenomen. De Raad heeft daarbij vastgesteld dat ten onrechte ook geen griffierechtheffingbepaling is opgenomen.
2. De Raad zal de onder 1 vermelde vergissingen herstellen door de uitspraak van 2 juli 2015 in evenvermelde zin te rectificeren.
3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gedaan. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 2 juli 2015, 14/104 MAW, 14/619 MAW, als volgt:
overweging 5 wordt gewijzigd in:
“Er is aanleiding om appellant met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 980,- wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand.”
De beslissing wordt aangevuld met:
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma als voorzitter en K.J. Kraan en M.T. Boerlage als leden, in tegenwoordigheid van C.M.A.V. van Kleef als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2015.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) C.M.A.V. van Kleef
HD