ECLI:NL:CRVB:2015:293

ECLI:NL:CRVB:2015:293, Centrale Raad van Beroep, 28-01-2015, 12-572 ZW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 28-01-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12-572 ZW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 7 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001888 BWBR0002524 BWBR0004045

Samenvatting

Beëindiging ZW-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

Met ingang van 7 februari 2000 is aan appellante een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een beoordeling is deze uitkering met ingang van 22 december 2005 ingetrokken omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.

Nadat appellante zich, terwijl zij een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontving, op 18 augustus 2010 ziek had gemeld, is haar een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) toegekend. Bij besluit van 23 februari 2011 heeft het Uwv aan appellante meegedeeld dat zij per 28 februari 2011 weer geschikt is om haar werk, ten minste één van de bij de

WAO-beoordeling in 2005 geduide functies, te doen en dat haar ZW-uitkering per die dag wordt beëindigd. Aan dit besluit ligt een rapport van een verzekeringsarts van 23 februari 2011 ten grondslag.

Bij besluit van 20 juni 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 23 februari 2011 ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit is door het Uwv een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van 15 juni 2011 ten grondslag gelegd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 15 juni 2011 de conclusie van de verzekeringsarts onderschreven dat appellante in staat is om ten minste één van de in 2005 geduide functies te verrichten.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het primaire medisch oordeel voldoende zorgvuldig heeft heroverwogen. Er is geen aanleiding om te oordelen dat de fysieke en psychische beperkingen van appellante zijn onderschat. Het feit dat het Uwv verschillende ziekmeldingen van appellante voor de ZW heeft geaccepteerd en dat er na de ziekmelding van 18 augustus 2010 uit zorgvuldigheidsoverwegingen enige tijd gemoeid is geweest met het verzamelen van informatie, gedurende welke periode appellante nog niet hersteld is gemeld, maakt dit niet anders.

Appellante heeft zich in hoger beroep (samengevat) op het standpunt gesteld dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat van onzorgvuldigheid bij de totstandkoming van het rapport van de verzekeringsarts niet is gebleken. Appellante heeft aangevoerd dat de in 2005 geduide functies, om medische redenen en door het vereiste opleidingsniveau van de geduide functies, niet passend zijn. Haar medische situatie was op de datum van de hersteldmelding niet wezenlijk anders dan op de datum van de ziekmelding. Appellante verzoekt de Raad dan ook om een onafhankelijk deskundige te benoemen.

Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Voor het toepasselijke wettelijke kader en de relevante rechtspraak wordt verwezen naar overweging 2.4 van de aangevallen uitspraak.

In de onderhavige ZW-beoordeling is in geding of het Uwv appellante terecht op en na de datum in geding 28 februari 2011 geschikt geacht heeft bevonden voor één van de in 2005 geselecteerde functies.

Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. De rapportages van de verzekeringsartsen van het Uwv vormen een voldoende medische grondslag voor het oordeel dat appellante met ingang van 28 februari 2011 geschikt is te achten voor ten minste één van de haar in het kader van de WAO-beoordeling in 2005 voorgehouden functies. Appellante heeft haar stelling, dat haar beperkingen op 28 februari 2011 ten opzichte van de situatie in 2005 zodanig zijn toegenomen dat zij niet in staat is om de in het kader van de WAO geselecteerde functies te vervullen, niet met medische gegevens onderbouwd. Dat appellante voor de datum in geding met mogelijk dezelfde klachten voor de ZW is geaccepteerd maakt dit niet anders. Voor een nader deskundig onderzoek bestaat daarom geen aanleiding.

Voorts wordt overwogen dat in het onderhavige geding in het kader van de ZW, de passendheid van de in het kader van de WAO-beoordeling geselecteerde functies niet ter discussie kan staan. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat appellante met ingang van 28 februari 2011 geschikt was te achten voor haar arbeid in de zin van de ZW.

De overwegingen 4.3 en 4.4 leiden tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.S. van der Kolk als voorzitter en C.C.W. Lange en

F.J.L. Pennings als leden, in tegenwoordigheid van K. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2015.

(getekend) J.S. van der Kolk

(getekend) K. de Jong

JvC

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?