OVERWEGINGEN
1. De Raad heeft vastgesteld dat in de beslissing van de uitspraak het college ten onrechte is veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 3.430,- in plaats van tot een bedrag van € 4.410,-. De Raad heeft verder vastgesteld dat in de beslissing van de uitspraak ten onrechte is bepaald dat het college aan appellante het door haar in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 166,- in plaats van ten bedrage van
€ 210,- vergoedt.
2. De Raad zal de onder 1 vermelde beslissing herstellen door de uitspraak van 14 juli 2015 met de hiervoor vermelde bedragen te rectificeren.
3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het ECLI-nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 14 juli 2015, 14/1194 WWB, 14/1195 WWB, als volgt:
- overweging 5 wordt gewijzigd in:
“5. Aanleiding bestaat het college te veroordelen in de kosten van appellante. Deze worden begroot op € 1.960,- in bezwaar (een punt voor zowel het bezwaarschrift als het bijwonen van de hoorzitting inzake de blokkering en een punt voor zowel het bezwaarschrift als het bijwonen van de hoorzitting inzake de intrekking en de terugvordering), op € 1.470,- in beroep en op € 980,- in hoger beroep wegens verleende rechtsbijstand, in totaal dus € 4.410,-.”;
- de proceskostenveroordeling in de beslissing wordt gewijzigd in:
“- veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 4.410,-;”;
- de griffierechtbepaling in de beslissing wordt gewijzigd in:
“- bepaalt dat het college aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 210,- vergoedt.”.
Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs als voorzitter en P.W. van Straalen en
G.M.G. Hink als leden, in tegenwoordigheid van M.S. Boomhouwer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 december 2015.
(getekend) R.H.M. Roelofs
(getekend) M.S. Boomhouwer