ECLI:NL:CRVB:2015:4980

ECLI:NL:CRVB:2015:4980, Centrale Raad van Beroep, 23-12-2015, 13/3712 WW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 23-12-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13/3712 WW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2016:1163
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001888 BWBR0004045

Samenvatting

Weigering WW-uitkering. Niet voldaan aan referte-eis.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

Appellante is werkzaam geweest als [naam functie] bij de [werkgever] . Op

7 december 2009 is zij uitgevallen voor deze werkzaamheden. Met ingang van

5 december 2011 is haar op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend.

Appellante is per 6 maart 2012 via uitzendbureau Tempo Team gaan werken als medewerker pensioenen bij [naam bank] te [plaatsnaam] . Op 25 april 2012 heeft zij zich ziek gemeld voor deze werkzaamheden. Het Uwv heeft appellante met ingang van

27 april 2012 een uitkering toegekend op grond van de Ziektewet (ZW). Met ingang van

19 juli 2012 is appellante weer geschikt verklaard voor haar arbeid en is de ZW-uitkering beƫindigd.

Appellante heeft op 20 juli 2012 een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) aangevraagd. Bij besluit van 21 augustus 2012 heeft het Uwv deze aanvraag afgewezen omdat appellante in de 36 weken voordat zij werkloos werd niet in tenminste 26 weken als werknemer heeft gewerkt.

Bij besluit van 18 januari 2013 (bestreden besluit) heeft het Uwv, voor zover hier van belang, het bezwaar van appellante tegen het besluit van 21 augustus 2012 ongegrond verklaard. Het Uwv heeft vastgesteld dat appellante in de 36 weken voordat zij werkloos werd in acht weken werkzaam is geweest als werknemer bij [naam bank] . Met betrekking tot de werkzaamheden bij [werkgever] en andere werkgevers heeft het Uwv vastgesteld dat de in deze dienstbetrekkingen gewerkte weken reeds zijn meegeteld bij het recht op loongerelateerde WGA-uitkering en daarom niet nogmaals in aanmerking kunnen worden genomen.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellante kan zich niet verenigen met dit oordeel van de rechtbank.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Artikel 17 van de WW bepaalde ten tijde hier in geding dat recht op uitkering ontstaat voor de werknemer indien hij in 36 weken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van werkloosheid in ten minste 26 weken als werknemer arbeid heeft verricht (referte-eis).

Artikel 17a, eerste lid, aanhef en onder a, van de WW bepaalde ten tijde hier in geding dat voor de vaststelling van het in artikel 17 bedoelde aantal van 36 weken niet in aanmerking worden genomen kalenderweken gedurende welke de werknemer wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid geen arbeid kon verrichten (voorverlenging).

Artikel 17a, tweede lid, van de WW bepaalde ten tijde hier in geding dat voor de vaststelling van het in artikel 17 bedoelde aantal van 26 weken de in een week verrichte arbeid slechts in aanmerking wordt genomen, voor zover deze betrekking heeft op de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden en op een of meer dienstbetrekkingen waarvoor eerstgenoemde dienstbetrekking in de plaats is gekomen, en voor zover deze niet reeds eerder heeft geleid tot het ontstaan van een recht op uitkering op grond van hoofdstuk II van de WW of op grond van hoofdstuk 7 van de Wet WIA.

Appellante heeft in de 36 weken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van werkloosheid op 19 juli 2012 enkel acht weken als werknemer gewerkt bij [naam bank] . Zij voldoet hiermee, gelet op het bepaalde in artikel 17 van de WW, niet aan de referte-eis. Gelet op het bepaalde in artikel 17a, tweede lid, van de WW, kunnen de bij voorverlenging eerder gewerkte weken niet meetellen voor de referte-eis omdat deze reeds zijn meegeteld bij het ontstaan van het recht op een loongerelateerde WGA-uitkering per

5 december 2011.

Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter en B.M. van Dun en C.C.W. Lange als leden, in tegenwoordigheid van V. van Rij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2015.

(getekend) H.G. Rottier

(getekend) V. van Rij

UM

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SZR-Updates.nl 2016-0031
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?