ECLI:NL:CRVB:2016:157

ECLI:NL:CRVB:2016:157, Centrale Raad van Beroep, 15-01-2016, 14/5551 WIA

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 15-01-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/5551 WIA
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004045 BWBR0019057

Samenvatting

Weigering WIA-uitkering. Geen twijfel aan de medische beoordeling. Juiste vaststelling FML. De voorgehouden functies leveren wat betreft belasting geen overschrijding op van de belastbaarheid van appellant.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

Appellant heeft zich op 29 november 2011 vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet bij het Uwv ziek gemeld met interne klachten. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv bij besluit van

2 oktober 2013 vastgesteld dat appellant met ingang van 26 november 2013 geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat hij in staat moet worden geacht meer dan 65% te verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit is bij besluit van 26 februari 2014 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit ligt een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van 17 februari 2014 en een rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 24 februari 2014 ten grondslag.

Gedurende de beroepsfase heeft het Uwv alsnog een hoorzitting gehouden op 22 april 2014. In een rapport van 24 april 2014 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep geconcludeerd dat er geen aanleiding bestaat om de voor appellant per datum in geding vastgestelde belastbaarheid aan te passen.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat aan het bestreden besluit een zorgvuldig medisch onderzoek ten grondslag ligt en dat met de beperkingen van appellant rekening is gehouden in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft toegelicht waarom er niet meer beperkingen opgenomen dienen te worden. Ervan uitgaande dat de functionele mogelijkheden juist zijn vastgesteld, is het de rechtbank voorts niet gebleken dat de belasting van de voorgehouden functies de mogelijkheden van appellant overschrijdt. De rechtbank heeft aanleiding gezien te bepalen dat het Uwv het door appellant betaalde griffierecht dient te vergoeden, omdat appellant terecht beroep heeft ingesteld voor zover het de schending van de hoorplicht in de bezwaarprocedure betreft. Tevens heeft de rechtbank het Uwv veroordeeld in de door appellant gemaakte proceskosten.

In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt herhaald dat hij meer beperkingen heeft dan is aangenomen door het Uwv. Appellant is van mening dat zijn medische situatie onvoldoende zorgvuldig is onderzocht en dat er een deskundige moet worden benoemd.

Het Uwv heeft verzocht om bevestiging van de aangevallen uitspraak.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

De gronden die appellant heeft aangevoerd in hoger beroep zijn in essentie een herhaling van de gronden van het beroep bij de rechtbank. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak deze gronden besproken en is tot het oordeel gekomen dat deze niet kunnen slagen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat er geen aanleiding is tot twijfel aan de medische beoordeling door de verzekeringsartsen van het Uwv. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapporten van 17 februari 2014 en 24 april 2014 een concrete en deugdelijke afweging over de klachten van appellant gemaakt op grond van de dossierstukken en de beschikbare informatie van de behandelend sector. Appellant heeft geen medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij meer of anders beperkt is dan is opgenomen in de FML. Er is dan ook geen reden te twijfelen aan de door de verzekeringsartsen in de FML opgetekende belastbaarheid van appellant. De Raad ziet geen aanleiding om een deskundige te benoemen.

Terecht heeft de rechtbank geoordeeld dat de aan appellant voorgehouden functies wat betreft belasting geen overschrijding opleveren van de belastbaarheid van appellant.

Appellant heeft het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het griffierecht en de proceskosten niet aangevochten.

Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.3 is overwogen volgt dat het hoger beroep geen doel treft. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, voor zover aangevochten.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2016.

(getekend) J.W. Schuttel

(getekend) W. de Braal

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?