ECLI:NL:CRVB:2016:175

ECLI:NL:CRVB:2016:175, Centrale Raad van Beroep, 19-01-2016, 14/5991 WWB e.v.

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 19-01-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/5991 WWB e.v.
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2015:5500
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0015703

Samenvatting

Te laat bezwaar. Verzending besluit aannemelijk. Vermoeden ontvangst niet ontzenuwd.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant ontving bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). Bij besluit van

12 juni 2013, verzonden op 21 juni 2013 (besluit 1), heeft het college de bijstand van appellant met ingang van 24 februari 2012 ingetrokken. Bij besluit van 1 juli 2013, verzonden op 2 juli 2013 (besluit 2), heeft het college de gemaakte kosten van bijstand over de periode van 24 februari 2012 tot en met 28 februari 2013 van appellant teruggevorderd tot een bedrag van € 10.981,06. Bij brieven van 29 augustus 2013, bij het college op diezelfde datum ontvangen, heeft appellant bezwaar gemaakt tegen de besluiten 1 en 2.

Bij besluit van 19 december 2013 (bestreden besluit 1) heeft het college het bezwaar tegen besluit 1 niet-ontvankelijk verklaard. Bij besluit van eveneens 19 december 2013 (bestreden besluit 2) heeft het college ook het bezwaar tegen besluit 2 niet-ontvankelijk verklaard. Aan de bestreden besluiten ligt ten grondslag dat appellant de termijn van zes weken voor het indienen van een bezwaarschrift heeft overschreden en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hij de besluiten 1 en 2 destijds niet heeft ontvangen. Er waren problemen met de postbezorging. Het college was hiervan op de hoogte en er was met appellant afgesproken dat hij post van de gemeente ook per e-mail zou ontvangen. Dit was echter in dit geval niet gebeurd. Nadat appellant per toeval kennis had genomen van het bestaan van die besluiten heeft hij ze direct, op 27 augustus 2013, opgevraagd en op de kortst mogelijke termijn alsnog bezwaar ingesteld. Onder die omstandigheden kan hem niet worden aangerekend dat hij niet tijdig bezwaar heeft ingesteld. Daarbij komt nog dat appellant vanwege zijn depressieve klachten niet in staat was om zijn belangen te behartigen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Indien een geadresseerde stelt dat hij een niet aangetekend verzonden besluit niet heeft ontvangen, is het in beginsel aan het bestuursorgaan om aannemelijk te maken dat het besluit wel op het adres van de geadresseerde is ontvangen. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt evenwel het vermoeden van ontvangst van het besluit op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Daartoe is in ieder geval vereist dat het besluit is voorzien van de juiste adressering, een verzenddatum en dat sprake is van een deugdelijke verzendadministratie. Voorts dient niet gebleken te zijn van recente problemen bij de verzending van poststukken. Indien het bestuursorgaan de verzending van het besluit aannemelijk heeft gemaakt, ligt het vervolgens op de weg van de geadresseerde dit vermoeden te ontzenuwen. Hiertoe is niet vereist dat de geadresseerde aannemelijk maakt dat het besluit niet op zijn adres is ontvangen. Voldoende is dat op grond van hetgeen hij aanvoert de ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld. Slaagt de betrokkene daarin, dan zal de ontvangst van het besluit slechts aannemelijk geoordeeld kunnen worden indien het bestuursorgaan daarvoor nader bewijs levert. Tegen de achtergrond van het hiervoor vermelde beoordelingskader wordt het volgende overwogen.

Niet in geschil is dat het college de verzending van de besluiten 1 en 2 naar het juiste adres aannemelijk heeft gemaakt. Voorts is niet gebleken van recente problemen met de verzending van poststukken. Appellant heeft zijn stelling dat er problemen waren met de postbezorging niet met objectieve stukken onderbouwd. Zo blijkt uit het dossier niet dat hij bij het college melding heeft gemaakt van een slechte postbezorging. Dat het college een of meerdere keren stukken per e-mail aan appellant heeft toegezonden betekent niet dat daarover afspraken met appellant waren gemaakt in verband met problemen met de postbezorging. Daarvan is niet gebleken. Het ligt daarom op de weg van appellant om het vermoeden dat hij de besluiten heeft ontvangen te ontzenuwen. Appellant is hierin niet geslaagd. De verklaring van de vader van appellant, inhoudende dat hij tweemaal per week de post uit de brievenbus van appellant haalde, maar daarbij nooit een besluit van het college heeft gezien, is daartoe onvoldoende. Hierbij is van belang dat appellant ter zitting van de rechtbank heeft verklaard dat hij zelf ook af en toe de post ophaalde en niet uitsluit dat hij de besluiten wel heeft ontvangen, maar dat hij die niet heeft bekeken, omdat hij in die tijd geen interesse in de post had die hij ontving.

Ook de subsidiair aangevoerde beroepsgrond dat appellant vanwege zijn psychische gesteldheid niet in staat was om tijdig bezwaar in te stellen slaagt niet. Noch uit het medisch onderzoeksverslag van Stichting Sap van 29 januari 2013, noch uit de informatie van de huisarts van 5 november 2015, is dit af te leiden. In deze stukken wordt weliswaar informatie gegeven over de psychische klachten van appellant, maar daaruit blijkt niet dat appellant gedurende de bezwaartermijn niet in staat was om, desnoods een pro-forma, bezwaarschrift in te dienen of iemand anders te vragen dit voor hem te doen.

Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door P.W. van Straalen, in tegenwoordigheid van P.C. de Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2016.

(getekend) P.W. van Straalen

(getekend) P.C. de Wit

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?