ECLI:NL:CRVB:2016:179

ECLI:NL:CRVB:2016:179, Centrale Raad van Beroep, 19-01-2016, 14/6373 WWB

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 19-01-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/6373 WWB
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 3 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001888 BWBR0004044 BWBR0004045 BWBR0013060 BWBR0015703

Samenvatting

Geen bijstand met terugwerkende kracht. Geen bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant ontving tot en met 28 augustus 2012 een uitkering op grond van de Ziektewet (Zw). Zijn aanvraag van 27 juli 2012 om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) is bij besluit van 7 november 2012, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 4 april 2013, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) afgewezen. Op 20 juni 2013 heeft appellant een aanvraag om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) ingediend. Deze aanvraag is bij besluit van 21 juni 2013 door het Uwv afgewezen.

Appellant heeft zich op 27 juni 2013 gemeld voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), met als gewenste ingangsdatum 29 juli 2012 (lees: 29 augustus 2012). Bij besluit van 6 augustus 2013 heeft het college aan appellant bijstand toegekend voor de periode van 27 juni 2013 tot en met 14 augustus 2013. Bij beslissing op bezwaar van 7 februari 2014 (bestreden besluit) heeft het college de ingangsdatum van de bijstand vervroegd naar 20 juni 2013, omdat appellant zich overeenkomstig het geldende beleid binnen twee weken na de afwijzing van zijn WW-aanvraag had gemeld.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellant stelt dat bijzondere omstandigheden toekenning van bijstand met terugwerkende kracht tot 29 augustus 2012 rechtvaardigen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Artikel 43, eerste lid, van de WWB bepaalt dat het college het recht op bijstand op schriftelijke aanvraag, of indien een schriftelijke aanvraag niet mogelijk is, ambtshalve vaststelt. In artikel 44, eerste lid, van de WWB is bepaald dat de bijstand wordt toegekend vanaf de dag van de melding om bijstand aan te vragen, tenzij op die dag nog geen recht op bijstand bestaat.

Volgens vaste rechtspraak inzake toepassing van artikel 43 en 44 van de WWB (uitspraak van 21 maart 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV8690) bestaat in beginsel geen recht op bijstand over een periode voorafgaand aan de datum waarop de betrokkene zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen of - in voorkomende gevallen - een aanvraag om bijstand heeft ingediend. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken indien bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen.

Van dergelijke bijzondere omstandigheden is niet gebleken. Anders dat appellant stelt, blijkt uit de door hem overgelegde stukken niet dat hij eerder heeft geïnformeerd naar mogelijke andere uitkeringen dan op grond van de WIA en dat de mogelijkheid van bijstand hem daarbij niet werd geopperd. Uit de door hem overgelegde machtiging van zijn moeder van 21 november 2012 blijkt slechts dat hij zijn moeder heeft gemachtigd voor hem te informeren naar andere mogelijke uitkeringen gedurende de bezwaarfase inzake zijn

WIA-uitkering, maar hieruit blijkt niet dat zijn moeder daadwerkelijk informatie hierover heeft ingewonnen. Uit de door appellant overgelegde brieven aan de Belastingdienst en aan het Uwv, noch uit de overige gedingstukken, blijkt dat appellant heeft geïnformeerd naar andere uitkeringen. Eventuele onvolledige of onjuiste informatievoorziening van de kant van het Uwv kan het college niet worden verweten, zodat dit geen bijzondere omstandigheid is als bedoeld in 4.1.

Dat appellant in de veronderstelling verkeerde dat hij niet in aanmerking kwam voor bijstand omdat hij nog ziek was, kan ook niet als bijzondere omstandigheid worden aangemerkt. Het had dan immers op zijn weg gelegen daarover bij het college te informeren. Dat appellant een grote schuldenlast heeft, die als gevolg van het gemis aan bijstand is toegenomen, kan ten slotte evenmin leiden tot het oordeel dat sprake is van bijzondere omstandigheden, ook niet in onderlinge samenhang bezien met de andere aangevoerde omstandigheden.

De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat in dit geval niet is gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden dat het college met terugwerkende kracht bijstand moest verlenen. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M. Hillen, in tegenwoordigheid van J.L. Meijer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2016.

(getekend) M. Hillen

(getekend) J.L. Meijer

HD

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?