ECLI:NL:CRVB:2016:1804

ECLI:NL:CRVB:2016:1804, Centrale Raad van Beroep, 17-05-2016, 15/3700 WWB

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 17-05-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/3700 WWB
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005537 BWBR0015703

Samenvatting

Geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Wel afzien van boete oplegging is van andere aard. Boeterapport is geen op zaak betrekking hebbend stuk.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellante ontvangt sinds 12 augustus 2013 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande.

In het kader van een rechtmatigheidsonderzoek heeft een medewerker vooronderzoek van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) van de gemeente Amsterdam de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bij brief van 30 juli 2014 verzocht een opgave te verstrekken van (mogelijk) door appellante ontvangen studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (studiefinanciering). DUO heeft bij brief van 12 augustus 2014 aan de DWI te kennen gegeven dat appellante over de periode van 1 juni 2014 tot en met de datum van de brief studiefinanciering heeft ontvangen.

Bij besluit van 13 augustus 2014 heeft het college het recht op bijstand van appellante met ingang van 13 augustus 2014 opgeschort op de grond dat appellante studiefinanciering ontvangt die hoger is dan de voor haar geldende bijstandsnorm. Tevens heeft het college appellante uitgenodigd voor een gesprek op 29 augustus 2014 en haar verzocht tijdens dit gesprek onder meer bewijsstukken over te leggen van de studiefinanciering alsmede een overeenkomst van de opleiding die zij volgt.

Bij besluit van 3 september 2014 heeft het college de bijstand van appellante met ingang van 1 juni 2014 ingetrokken op de grond dat appellante op 29 augustus 2014 niet op het gesprek is verschenen en de onder 1.3 genoemde stukken niet heeft overgelegd. Appellante heeft hiermee de op haar rustende inlichtingenverplichting geschonden.

Bij besluit van 8 september 2014 heeft het college de gemaakte kosten van bijstand over de periode van 1 juni 2014 tot en met 31 juli 2014 tot een bedrag van € 1.289,17 van appellante teruggevorderd.

Bij besluit van 22 oktober 2014 (bestreden besluit 1) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 3 september 2014 gegrond verklaard. De verlening van bijstand wordt per

1 juni 2014 voortgezet met dien verstande dat appellante in de maanden juni, juli en augustus 2014 wordt uitgesloten van bijstandsverlening omdat zij beschikte over de middelen om in de kosten van haar levensonderhoud te voorzien.

Bij besluit van 14 november 2014 (bestreden besluit 2) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 8 september 2014 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank de beroepen van appellante tegen de bestreden besluiten 1 en 2 ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd voor zover het beroep tegen bestreden besluit 2 ongegrond is verklaard.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Het geschil tussen partijen is beperkt tot de terugvordering van de in de maanden juni, juli en augustus 2014 gemaakte kosten van bijstand. Appellante heeft aangevoerd dat in haar geval sprake is van dringende redenen om van terugvordering af te zien.

Ingevolge artikel 58, eerste lid, van de WWB vordert het college van de gemeente die de bijstand heeft verleend de kosten van bijstand terug voor zover de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is ontvangen als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid. Ingevolge het achtste lid van dit artikel kan het college geheel of gedeeltelijk van terugvordering afzien indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.

Van dringende redenen is volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 29 maart 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AT2869) slechts sprake als deze zijn gelegen in onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen van een terugvordering voor de betrokkene. Het moet dan gaan om incidentele gevallen, waarin iets bijzonders en uitzonderlijks aan de hand is en waarin een individuele afweging van alle relevante omstandigheden plaatsvindt.

Appellante heeft aangevoerd dat zij behoort tot een bijzondere doelgroep van de DWI. Zij heeft geen eigen woonruimte, haar kinderen zijn uit huis geplaatst en zij heeft hoge schulden. Voorts heeft appellante betoogd dat het haar bevreemdt dat het college op grond van de hiervoor geschetste persoonlijke omstandigheden heeft afgezien van het opleggen van een boete, terwijl het college in dezelfde persoonlijke omstandigheden geen aanleiding zag om van terugvordering af te zien. Ten slotte heeft appellante aangevoerd dat de gevolgen van de terugvordering onevenredig zijn, nu DUO de studiefinanciering heeft omgezet in een schuld en DUO deze in de toekomst van haar zal terugvorderen.

In wat appellante heeft aangevoerd, zijn geen dringende redenen gelegen als bedoeld

in 4.3 om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. Het enkele feit dat appellante behoort tot een specifieke doelgroep levert als zodanig geen dringende reden op. Dat het college appellante door haar persoonlijke omstandigheden geen boete heeft opgelegd, kan evenmin als een dringende reden worden aangemerkt. Anders dan bij het opleggen van een boete, die een bestraffend karakter heeft en waarbij een evenredigheidstoets plaatsvindt, is de terugvordering een op herstel in de rechtmatige toestand gerichte maatregel waarbij de kosten van de verleende bijstand moeten worden terugbetaald als die ten onrechte zijn gemaakt. De enkele omstandigheid dat het college op grond van de persoonlijke omstandigheden van appellante heeft afgezien van het opleggen van een boete verplicht het college daarom niet om ook van terugvordering af te zien.

Zoals de Raad vaker heeft overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 16 april 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4668) wordt de omstandigheid dat DUO achteraf heeft vastgesteld dat appellante geen recht had op studiefinanciering en de uitgekeerde bedragen heeft geboekt als schuld, niet als dringende reden aangemerkt.

Appellante heeft voorts aangevoerd dat de rechtbank het college ten onrechte niet heeft gewezen op wat in artikel 8:42, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald. Het college is immers niet volledig geweest in het aan de rechtbank verstrekken van de relevante gegevens, omdat het college eerst op 13 maart 2015 het boeterapport van

29 augustus 2014 in de procedure heeft gebracht. Dit is in strijd met de goede procesorde.

In artikel 8:42, eerste lid, van de Awb is bepaald dat het bestuursorgaan binnen vier weken na de dag van verzending van het beroepschrift de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de bestuursrechter zendt en een verweerschrift indient. Aangezien het door het college overgelegde boeterapport bij de onderhavige besluitvorming geen rol heeft gespeeld, is het geen op de zaak betrekking hebbend stuk als hiervoor bedoeld. Bovendien heeft het college het desbetreffende stuk in de procedure gebracht in reactie op een door appellante ingediende beroepsgrond, waarna de rechtbank appellante tijdig in de gelegenheid heeft gesteld op dit stuk te reageren. Gelet hierop en op het gegeven dat de rechtbank het boeterapport in haar beoordeling heeft betrokken, is appellante niet in haar belangen geschaad. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Uit 4.3 tot en met 4.8 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, zal worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door W.H. Bel, in tegenwoordigheid van M.S. Spek als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2016.

(getekend) W.H. Bel

(getekend) M.S. Spek

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JWWB 2016/136
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?