ECLI:NL:CRVB:2016:2080

ECLI:NL:CRVB:2016:2080, Centrale Raad van Beroep, 31-05-2016, 15/5921 WWB

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 31-05-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/5921 WWB
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Aanvraag bijstand met toepassing van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling gesteld. Gevraagde bankafschriften niet (niet alle) overgelegd.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Op 28 oktober 2014 heeft appellante een aanvraag om bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) ingediend. Bij brief van 11 november 2014 heeft de Sociale Dienst Drechtsteden appellante uitgenodigd voor een afspraak op 18 november 2014 en haar verzocht nader genoemde gegevens mee te nemen, waaronder afschriften van alle bankrekeningen van de laatste drie maanden van 2014. Appellante heeft tijdens het gesprek op 18 november 2014 niet alle gevraagde gegevens overgelegd. Bij brief van 20 november 2014 heeft het bestuur appellante daarom verzocht binnen zeven werkdagen nog enkele ontbrekende gegevens over te leggen, waaronder nader genoemde afschriften van de spaarrekening op naam van de zoon van appellante, nader genoemde afschriften van de spaarrekening op naam van de dochter van appellante en nader genoemde afschriften van de Direct kwartaal rekening van appellante over de periode van 28 juli 2014 tot 28 oktober 2014.

Appellante heeft niet op de in 1.1 genoemde brief gereageerd, waarna het bestuur appellante bij brief van 28 november 2014 nogmaals in de gelegenheid heeft gesteld de nader genoemde gegevens binnen zeven dagen over te leggen. Daarbij heeft het bestuur aan appellante medegedeeld dat het niet of niet volledig verstrekken van de gevraagde gegevens tot gevolg kan hebben dat de aanvraag met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten behandeling wordt gelaten. Appellante heeft ook op deze brief niet gereageerd.

Bij besluit van 16 december 2014, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 16 april 2015 (bestreden besluit), heeft het bestuur de aanvraag met toepassing van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling gesteld.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft aangevoerd dat niet valt in te zien dat louter door het ontbreken van enkele bankafschriften geen inzicht kan worden verkregen in de financiële situatie van appellante en het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Voorts heeft zij aangevoerd dat artikel 4:5 van de Awb niet verplicht tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag en dat het bestuur, binnen het kader van de verplichtingen en verantwoordelijkheid die op het bestuur jegens haar burgers rust, in dit geval aan die bepaling een te rigide uitleg heeft gegeven.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen. Van een onvolledige of ongenoegzame aanvraag is onder andere sprake indien onvoldoende gegevens of bescheiden worden verstrekt om een goede beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken. Gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb gaat het daarbij om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

Voor de beoordeling of de aanvrager verkeert in bijstandbehoevende omstandigheden is de financiële situatie van de aanvrager een essentieel gegeven. De aanvrager is gehouden de voor een goede beoordeling van de aanvraag vereiste gegevens over te leggen. Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 4 januari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP1399) is het bijstandsverlenend orgaan in het kader van het onderzoek naar het recht op bijstand bevoegd om gegevens te vragen die betrekking hebben op de financiële situatie over de periode die onmiddellijk voorafgaat aan de datum met ingang waarvan bijstand wordt gevraagd.

Niet in geschil is dat appellante niet binnen de gegeven hersteltermijn de gevraagde bankafschriften heeft overgelegd. Appellante heeft ook geen uitstel gevraagd om de gevraagde bankafschriften alsnog over te leggen. Als gevolg hiervan heeft het bestuur geen goed overzicht verkregen van de financiële situatie van appellante. Zoals uit 4.2 blijkt is de financiële situatie van de aanvrager een essentieel gegeven. De beroepsgrond van appellante dat de wel overgelegde bankafschriften voldoende zijn om een goed beeld te krijgen van haar financiële situatie, slaagt niet. Het bestuur heeft terecht alle opgevraagde bankafschriften van belang geacht voor de beoordeling van de aanvraag. Het moet appellante, op wie als aanvrager de bewijslast rust, dan ook verweten worden dat zij op de brieven van 20 november 2014 en 28 november 2014 niet heeft gereageerd.

Uit 4.3 volgt dat het bestuur bevoegd was de aanvraag van appellante met toepassing van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling te laten. In wat appellante naar voren heeft gebracht met betrekking tot de wijze waarop het bestuur van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt, zijn geen omstandigheden gelegen op grond waarvan het bestuur van die bevoegdheid redelijkerwijs geen gebruik heeft kunnen maken.

Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak bevestigd dient te worden.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door G.M.G. Hink, in tegenwoordigheid van P.C. de Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2016.

(getekend) G.M.G. Hink

(getekend) P.C. de Wit

IJ

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?