ECLI:NL:CRVB:2016:257

ECLI:NL:CRVB:2016:257, Centrale Raad van Beroep, 21-01-2016, 13-6669 ABP

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 21-01-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13-6669 ABP
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Onbevoegdheid rechtbank. De betaalspecificatie waartegen appellant bezwaar heeft gemaakt betreft een privaatrechtelijke aangelegenheid. Geen besluit in de zin van art. 1:3, Awb. Een privaatrechtelijke aangelegenheid waarover - zoals ook is vermeld onder aan de bestreden beslissing - bij de sector kanton van de rechtbank geprocedeerd dient te worden.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. Bij betaalspecificatie van 19 februari 2010 is appellant geïnformeerd over de hoogte en de vaststelling van het aan hem ingaande 12 februari 2010 toegekende militair ouderdomspensioen. De bezwaren tegen het bedrag van het toegekende pensioen en de wijze waarop dit is vastgesteld zijn namens de Stichting Pensioenfonds ABP bij beslissing van

4 maart 2011 ongegrond verklaard. Tegen de beslissing van 4 maart 2011 heeft appellant beroep ingesteld bij de Commissie van Beroep van het ABP (commissie). De commissie heeft bij beslissing van 27 juli 2012 op het beroep beslist en zich onbevoegd verklaard om een oordeel te geven over de toepassing van de conversieregeling en de vaststelling van de correctiebedragen, omdat die kwesties onder verantwoordelijkheid vallen van de Staatssecretaris van Defensie. Voor het overige heeft de commissie het beroep van appellant ongegrond verklaard (bestreden beslissing).

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om van het hiertegen gerichte beroep kennis te nemen.

3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Met ingang van 1 januari 1996 is het Algemeen burgerlijk pensioenfonds geprivatiseerd. Ter uitvoering van de Wet privatisering ABP is de Stichting Pensioenfonds ABP opgericht. Die stichting is een rechtspersoon naar burgerlijk recht en in beginsel geen bestuursorgaan.

Per 1 juni 2001 is de Algemene militaire pensioenwet ingetrokken. Dit is bepaald in artikel 7 van de Kaderwet militaire pensioenen (Kaderwet), in samenhang met artikel I van het Koninklijk Besluit van 29 mei 2001, Stb. 2001, 260. Bij de Kaderwet en de daarbij behorende Conversieregeling militaire pensioenen is de overgang naar een nieuw militair pensioenstelsel op privaatrechtelijke basis geregeld. Vanaf 1 juni 2001 is op de berekening van een militair pensioen het ABP-reglement van toepassing.

Gezien de omzetting van het militair pensioenstelsel is sinds 1 juni 2001 niet langer de minister maar de Stichting Pensioenfonds ABP bevoegd om beslissingen te nemen over de pensioenberekeningen (zie uitspraak van 30 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:252). Die stichting is dus een rechtspersoon naar burgerlijk recht. De betaalspecificatie waartegen appellant bezwaar heeft gemaakt betreft dan ook een privaatrechtelijke aangelegenheid, ter zake waarvan aan de Stichting Pensioenfonds ABP (haar bestuur en andere organen hierin begrepen) geen openbaar gezag toekomt. Dit betekent dat noch de beslissing op het bezwaar tegen de betaalspecificatie noch de bestreden beslissing van de commissie een besluit is de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Hier is dus sprake van een privaatrechtelijke aangelegenheid waarover - zoals ook is vermeld onder aan de bestreden beslissing - bij de sector kanton van de rechtbank geprocedeerd dient te worden.

Voor zover appellant heeft bedoeld te verzoeken bij het nemen van het conversiebesluit in 2001 gemaakte fouten te herstellen, heeft de Stichting Pensioenfonds ABP zich terecht onbevoegd verklaard hierover te beslissen. Dit conversiebesluit betrof een publiekrechtelijke rechtshandeling, waarmee de minister op grond van artikel 3 van de Kaderwet in het individuele geval de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel markeert en die het startpunt vormde voor de uitvoering van het pensioen op privaatrechtelijke grondslag door de Stichting Pensioenfonds ABP. Alleen de minister is hiertoe bevoegd.

Dit betekent dat de rechtbank zich terecht onbevoegd heeft verklaard om van het beroep van appellant kennis te nemen. De aangevallen uitspraak komt dus voor bevestiging in aanmerking.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van M.S. Boomhouwer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2016.

(getekend) A. Beuker-Tilstra

(getekend) M.S. Boomhouwer

HD

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl PJ 2016/53
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?