ECLI:NL:CRVB:2016:3307

ECLI:NL:CRVB:2016:3307, Centrale Raad van Beroep, 06-09-2016, 16/837 PW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 06-09-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16/837 PW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 6 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0015703

Samenvatting

Ten onrechte herziening van bijstand over 1 maand. Storting van derde moet als lening worden aangemerkt over periode zonder inkomen. Geen middel.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellante heeft zich, voor zover hier van belang, op 20 mei 2014 gemeld voor algemene bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). De aanvraag is op 20 juni 2014 opgemaakt en geformaliseerd. Bij besluit van 25 juni 2014 heeft het dagelijks bestuur aan appellante met ingang van 20 mei 2014 bijstand toegekend naar de norm voor een alleenstaande.

Naar aanleiding van een aanvraag om een individuele inkomenstoeslag 2015 heeft het dagelijks bestuur aan appellante verzocht bankafschriften van haar ING-rekening met nummer [rekeningnummer] over te leggen. Daaruit is onder meer gebleken dat [naam V] (V) op 5 juni 2014 aan appellante een bedrag van € 500,-, met de omschrijving “lening” heeft overgemaakt. Bij besluit van 13 april 2015 heeft het dagelijks bestuur de bijstand van appellante over juni 2014 herzien met dien verstande dat daarop alsnog een bedrag van

€ 500,- in mindering is gebracht. Daaraan is ten grondslag gelegd dat dit bedrag als middel in de zin van artikel 31, eerste lid, van de Participatiewet (PW) moet worden aangemerkt.

Bij besluit van 15 juni 2015 (bestreden besluit) heeft het dagelijks bestuur het bezwaar tegen dat besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft het dagelijks bestuur zich op het standpunt gesteld dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een geldlening met een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank, samengevat, overwogen dat weliswaar aannemelijk is dat appellante geld van V heeft geleend, maar dat uit geen van de in het geding gebrachte verklaringen blijkt dat aan de geldlening een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting was verbonden. Het dagelijks bestuur heeft dus terecht het bedrag van € 500,- als middel in aanmerking genomen en op grond daarvan de bijstand van appellante over juni 2014 herzien.

3. In hoger beroep heeft appellante zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Vooropgesteld wordt dat kasstortingen en bijschrijvingen op een bankrekening van een bijstandontvanger in beginsel als in aanmerking te nemen middelen in de zin van artikel 31, eerste lid, van de WWB en de PW worden beschouwd. Als deze betalingen een terugkerend of periodiek karakter hebben, door betrokkene kunnen worden aangewend voor de algemeen noodzakelijke bestaanskosten en zien op een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan, is voorts sprake van inkomsten als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de WWB en de PW. De stelling dat sprake is van geleende bedragen die moeten worden terugbetaald, leidt op zichzelf niet tot een ander oordeel. Een geldlening is immers in artikel 31, tweede lid, van de WWB en de PW niet uitgezonderd van het middelenbegrip. Voorts worden periodieke betalingen van derden - ongeacht in welke vorm deze worden verstrekt en waarover vrijelijk kan worden beschikt - naar vaste rechtspraak als inkomen van de bijstandontvanger aangemerkt (uitspraak van 22 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY9138). Dat bij een aannemelijk gemaakte lening de schuldenlast van betrokkene toeneemt, is - in gevallen als hier waarin geen sprake is van een als vermogen aan te merken middel - niet van belang. Hetzelfde geldt voor de vraag of aan de lening een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting is verbonden.

Naar eveneens vaste rechtspraak (uitspraken van 25 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3872 en 15 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3188) kan wat onder 4.1 ten aanzien van de bijstandontvanger is overwogen anders zijn indien een betrokkene, in een periode waarin hij (nog) geen bijstand of ander inkomen ontvangt, ter voorziening in de kosten van levensonderhoud is aangewezen op het aangaan van geldleningen. Daartoe dient de betrokkene allereerst aannemelijk te maken dat hij geen ander inkomen heeft. Daarnaast van wie, wanneer, op welke wijze en tot welk bedrag hij de lening heeft ontvangen, dat uiterlijk bij de betaling de afspraak is gemaakt dat het een lening betreft - en dat die dus moet worden terugbetaald - en dat die lening voor levensonderhoud is bedoeld. Aldus ontstaat een situatie die vergelijkbaar is met het geval dat een bijstandverlenend orgaan - na een aanvraag maar voordat daarop is beslist - een voorschot in de vorm van een geldlening zou hebben verstrekt.

Appellante heeft aannemelijk gemaakt dat zij op het moment van de betaling van het bedrag van € 500,- op 5 juni 2014 niet over ander inkomen of in aanmerking te nemen middelen beschikte. In dat verband is van belang dat het dagelijks bestuur aan appellante - op een later tijdstip - met ingang van 20 mei 2014 bijstand naar de norm voor een alleenstaande heeft toegekend en dat het vermogen op dat moment is vastgesteld op € 897,- negatief. Uit de stukken blijkt voorts dat appellante steeds consistent heeft verklaard dat het bedrag van

€ 500,- van V was geleend (en aan hem moest worden terugbetaald). Verder blijkt uit een

e-mailbericht van V van 2 juni 2014 dat hij aan appellante vanwege haar geldzorgen een aanbod heeft gedaan om een bedrag van € 500,- van hem te lenen en dat V op 5 juni 2014

€ 500,- op de bankrekening van appellante heeft overgemaakt met de omschrijving “lening”. Ten slotte heeft V verklaard dat hij appellante uit medemenselijkheid tijdelijk de helpende hand heeft geboden en dat de lening in twee termijnen contant is afgelost. Naar het oordeel van de Raad doet zich in dit geval de in 4.2 beschreven uitzonderingssituatie voor. Mede gelet op het verhandelde ter zitting ziet de Raad geen grond voor twijfel of het geleende bedrag ook daadwerkelijk aan V is terugbetaald. In het licht van de overige omstandigheden kan het enkele feit dat deze terugbetaling niet op een bankafschrift zichtbaar is gemaakt niet tot een ander oordeel leiden.

Uit 4.3 volgt dat het bedrag van € 500,- in dit geval niet als middel, meer in het bijzonder als inkomen, kan worden aangemerkt, zodat voor herziening van de bijstand over juni 2014 door het dagelijks bestuur geen grondslag aanwezig was. De rechtbank heeft dit niet onderkend, zodat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen zal de Raad het bestreden besluit vernietigen en het besluit van 13 april 2015 herroepen.

5. Aanleiding bestaat het dagelijks bestuur te veroordelen in de kosten van appellante. Deze kosten worden begroot op € 992,- in bezwaar, € 992, - in beroep en € 992,- in hoger beroep wegens verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 15 juni 2015;

- herroept het besluit van 13 april 2015 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van

het vernietigde besluit van 15 juni 2015;

- veroordeelt het dagelijks bestuur in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.976,-;

- bepaalt dat het dagelijks bestuur aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde

griffierecht van in totaal € 169,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs als voorzitter en J.H.M. van de Ven en

J.M.A. van der Kolk-Severijns als leden, in tegenwoordigheid van M.S. Spek als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 september 2016.

(getekend) R.H.M. Roelofs

(getekend) M.S. Spek

HD

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2016/1776
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?