BESLISSING
Datum uitspraak: 30 augustus 2016
16/777 ZW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 16 december 2015, 15/441
(aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: N. Talhaoui
Ter zitting zijn verschenen appellant en zijn gemachtigde, J.P.J. Franssen
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 11 mei 2016 heeft de Raad het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
De gemachtigde van appellant heeft in verzet - nogmaals - betoogd dat het hogerberoepschrift wel tijdig is ingediend. De eerste dag van de hogerberoepstermijn was donderdag
17 december 2015. Het optellen van 42 dagen bij 17 december 2015 betekent dat de laatste dag donderdag 28 januari 2016 was, zodat het hogerberoepschrift op die dag tijdig is ingediend.
Verder heeft de gemachtigde betoogd dat appellant het afschrift van de aangevallen uitspraak pas op 5 januari 2016 heeft ontvangen van zijn toenmalige gemachtigde, zodat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht.
De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. De termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift bedraagt zes weken
(artikel 6:7 van de Awb) en vangt aan met ingang van de dag waarop de aangevallen uitspraak is bekendgemaakt (artikel 6:8 van de Awb). De rechtbank heeft op (woensdag)
16 december 2015 een afschrift van de aangevallen uitspraak aan (de gemachtigde van) appellant gezonden. De eerste dag van de termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift is dan (donderdag) 17 december 2015. Dit betekent dat na
17 december 2015 nog 41 dagen resteerden om tijdig een hogerberoepschrift in te dienen. Het optellen van 41 dagen bij 17 december 2015 betekent dat de termijn eindigde op (woensdag)
27 januari 2016. Het hogerberoepschrift is verstuurd bij faxbericht van (donderdag)
28 januari 2016 en aldus één dag te laat ingediend.
Met betrekking tot de omstandigheid dat appellant het afschrift van de aangevallen uitspraak later heeft ontvangen is van belang of appellant op het tijdstip van ontvangst nog voldoende tijd had om tijdig hoger beroep in te stellen. Uitgaande van ontvangst op 5 januari 2016 stelt de Raad vast dat in dit geval aan deze voorwaarde is voldaan.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) N. Talhaoui (getekend) T.G.M. Simons
GdJ