ECLI:NL:CRVB:2016:4400

ECLI:NL:CRVB:2016:4400, Centrale Raad van Beroep, 18-11-2016, 16/641 WIA

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 18-11-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16/641 WIA
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0019057

Samenvatting

Uitgangspunt bestuursrechter onafhankelijke deskundige. Rapport Oppedijk en Van Belkum geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. Vastgestelde beperkingen herleid tot medische stoornissen op datum in geding. Uitgebreide reactie op argumenten verzekeringsarts bezwaar en beroep en weerlegging op overtuigende wijze. Hoger beroep slaagt. Opdracht nieuwe beoordeling door Uwv.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

Appellante heeft laatstelijk gewerkt als medewerkster van een kringloopwinkel. Aan haar is over de periode 19 mei 2010 tot 19 december 2012 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 100%.

Bij besluit van 24 februari 2012 is aan appellante medegedeeld dat haar mate van arbeidsongeschiktheid is gewijzigd. Onderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige heeft uitgewezen dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante moet worden vastgesteld op 0%. Wanneer haar arbeidsongeschiktheid niet wijzigt, komt zij na 19 december 2012 niet in aanmerking voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Na onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft het Uwv vastgesteld dat er onveranderd geen verlies aan verdiencapaciteit resteert. Het door appellante tegen het besluit van 24 februari 2012 gemaakte bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 17 oktober 2012 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft aanleiding gezien een deskundige te benoemen. Zij heeft dr. E.H. Horwitz, psychiater bij het UMCG, benoemd als deskundige en hem verzocht een onderzoek in te stellen. Op 19 februari 2014 heeft de rechtbank een deskundigenrapport ontvangen gedateerd 5 november 2013, uitgebracht door drs. D.W. Oppedijk, psychiater bij het Universitair Centrum Psychiatrie van het UMCG, in samenwerking met drs. S.M. van Belkum, psychiater i.o.

Het Uwv heeft bij brief van 17 maart 2014 meegedeeld dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep naar aanleiding van het deskundigenrapport op 11 maart 2014 een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) heeft opgesteld, waarin is opgenomen dat appellante sterk beperkt is voor conflicthantering. Deze gewijzigde FML is voor de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geen reden geweest om de eerder vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid te herzien.

De rechtbank heeft Oppedijk en Van Belkum verzocht te reageren op het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 11 maart 2014. Bij brief van 11 mei 2015 hebben Oppedijk en Van Belkum bericht dat zij niet kunnen instemmen met de vaststelling van de belastbaarheid zoals die is neergelegd in de FML van 11 maart 2014. Het Uwv heeft bij brief van 8 juli 2015 laten weten dat voor de verzekeringsarts bezwaar en beroep het rapport en de nadere reactie van de deskundigen geen aanleiding zijn voor het aannemen van verdergaande beperkingen.

De rechtbank heeft aanleiding gezien het rapport van de deskundigen niet te volgen. De rechtbank is van oordeel dat de deskundigen wat betreft de aspecten doelmatig handelen, samenwerken met anderen, in staat zijn gevoelens te uiten en het hanteren van emotionele problemen van derden onvoldoende, althans onvoldoende kenbaar, zijn ingegaan op het rapport van 11 maart 2014, waarin de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gesteld dat er geen specifieke beperkingen zijn in de routine van het dagelijks leven. De rechtbank is van oordeel dat de motivering door de deskundigen geen aanknopingspunt biedt om het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet te volgen. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard.

In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank ten onrechte geen doorslaggevende betekenis heeft toegekend aan de door haar ingeschakelde deskundige.

Het Uwv heeft verzocht om bevestiging van de aangevallen uitspraak.

4. De Raad oordeelt als volgt.

De rechtbank heeft de deskundigen de vraag voorgelegd welke beperkingen appellante had op 19 december 2012, zijnde de laatste dag van de periode waarover aan appellante een loongerelateerde WGA-uitkering is toegekend. Om proceseconomische redenen zal ook de Raad deze datum als de datum in geding bezien.

Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige volgt indien de door deze deskundige gebezigde motivering hem overtuigend voorkomt. Deze situatie doet zich hier voor. Het uitgebrachte deskundigenrapport van Oppedijk en Van Belkum geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. De vastgestelde beperkingen zijn duidelijk herleid tot de medische stoornissen die bij appellante aanwezig waren op de datum in geding. De door het Uwv bij monde van de verzekeringsarts bezwaar en beroep tegen het rapport aangevoerde bezwaren vormen geen aanleiding de uiteindelijke conclusie van de deskundigen niet te volgen. Daarbij is van belang dat Oppedijk en Van Belkum uitgebreid hebben gereageerd op de argumenten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en deze op overtuigende wijze hebben weerlegd. In tegenstelling tot de rechtbank kent de Raad in deze zaak beslissende betekenis toe aan de conclusies van de door de rechtbank ingeschakelde deskundigen Oppedijk en Van Belkum.

Uit 4.2 volgt dat het hoger beroep van appellante slaagt. De Raad zal de aangevallen uitspraak vernietigen en, doende wat de rechtbank zou behoren te doen, ook het bestreden besluit vernietigen. Het Uwv dient opnieuw op het bezwaar tegen het besluit van 17 oktober 2012 te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. De Raad ziet geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien of een bestuurlijke lus toe te passen, nu in wezen een geheel nieuwe verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige beoordeling dient plaats te vinden. De Raad ziet met het oog op een voortvarende ontwikkeling wel aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht te bepalen dat beroep tegen het nieuwe besluit slechts kan worden ingesteld bij de Raad.

5. Er bestaat aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 1.240,- in beroep en op € 992,- in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen als voorzitter en R.E. Bakker en P. Vrolijk als leden, in tegenwoordigheid van L.L. van den IJssel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 november 2016.

(getekend) J.P.M. Zeijen

(getekend) L.L. van den IJssel

NW

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SZR-Updates.nl 2016-1157
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?