OVERWEGINGEN
1. De Raad heeft vastgesteld dat in zijn uitspraak van 6 december 2016 ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend voor verstrekte schriftelijke inlichtingen, waardoor het college is veroordeeld in de kosten van appellante voor verleende rechtsbijstand tot een bedrag van € 2.480,- in plaats van tot een bedrag van € 2.728,-.
2. De Raad wijzigt de uitspraak van 6 december 2016 als volgt.
- pagina 4, overweging 5, 2e volzin, wordt gewijzigd in:
“Deze kosten worden begroot op € 496,- (1 punt) in bezwaar, € 992,-
(2 punten) in beroep en op € 1.240,- (2,5 punt) in hoger beroep, dus in totaal op € 2.728,-.”
- de proceskostenveroordeling in de beslissing wordt gewijzigd in:
“- veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.728,-;”.
3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 6 december 2016, 16/2523 PW, als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door M. Hillen, in tegenwoordigheid van C.A.E. Bon als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 april 2017.
(getekend) M. Hillen
(getekend) C.A.E. Bon