ECLI:NL:CRVB:2017:2991

ECLI:NL:CRVB:2017:2991, Centrale Raad van Beroep, 31-08-2017, 16/1207 AW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 31-08-2017
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16/1207 AW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0036599

Samenvatting

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Geen procesbelang. Appellant is tijdens de onderhandelingen over de beëindigingsovereenkomst bijgestaan door een advocaat. Er is daarom geen reden om aan te nemen dat bij hem onduidelijkheid bestond over de inhoud of de bedoeling van deze overeenkomst.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

Appellant was met ingang van 1 november 2008 aangesteld in de functie van

[functie] bij het Erasmus Universitair Medisch Centrum.

Bij besluit van 12 december 2013 heeft de raad van bestuur bepaald dat aan appellant met ingang van 1 januari 2014 andere werkzaamheden worden opgedragen omdat er niet langer financiering is voor zijn werkzaamheden ten behoeve van het [team].

Bij brief van 14 maart 2014 heeft appellant naar aanleiding van het besluit van

12 december 2013 verzocht om een formeel plaatsingsbesluit. Bij besluit van 24 maart 2014 heeft de raad van bestuur dit verzoek afgewezen.

Bij besluit van 21 november 2014 heeft de raad van bestuur appellant met ingang van

1 januari 2015 eervol ontslag verleend op grond van artikel 12.8, achtste lid, van de Cao universitair medische centra (Cao umc) omdat de opgedragen werkzaamheden niet passend bleken te zijn.

Bij besluit van 18 augustus 2014 (bestreden besluit) heeft de raad van bestuur de bezwaren van appellant tegen de besluiten van 12 december 2013 en 24 maart 2014 ongegrond verklaard.

Partijen hebben hangende het beroep van appellant tegen het bestreden besluit een “overeenkomst strekkende tot beëindiging dienstverband” (beëindigingsovereenkomst) gesloten, gedateerd op 31 maart 2015. Partijen hebben daarin, onder meer en kort weergegeven, vastgelegd dat:

- gelijktijdig met de ondertekening van deze overeenkomst een besluit wordt genomen tot ontslag van appellant met ingang van 1 juli 2015;

aan appellant een schadevergoeding wordt toegekend ter hoogte van drie maandsalarissen, inclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering naar rato;

het Sociaal Beleidskader niet van toepassing is en in plaats daarvan aan appellant een opleidingsbudget ter beschikking wordt gesteld;

de raad van bestuur het besluit tot ontslag van appellant per 1 januari 2015 op grond van artikel 12.8, achtste lid, van de Cao umc intrekt;

appellant na ontvangst van die intrekking zijn bezwaar tegen dat ontslagbesluit intrekt;

de raad van bestuur de disciplinaire strafbesluiten intrekt;

appellant na ontvangst van deze intrekkingen zijn beroep en bezwaar tegen die disciplinaire strafbesluiten intrekt;

appellant na ondertekening van deze overeenkomst zijn beroep inzake plaatsing intrekt;

partijen elkaar ieder van hun kant met de ondertekening van deze overeenkomst finale kwijting verlenen, verklaren dat zij, behoudens de nakoming van deze overeenkomst, niets meer van elkaar te vorderen hebben en geen rechtsmiddelen tegen elkaar zullen instellen behalve als gevolg van niet juiste naleving van deze overeenkomst.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. De Raad komt naar aanleiding van wat partijen hebben aangevoerd tot de volgende beoordeling.

De Raad dient allereerst ambtshalve de vraag te beantwoorden of appellant - gezien de tussen partijen gesloten beëindigingsovereenkomst - voldoende procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak. Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 24 november 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO4946) is daarvoor bepalend of het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben.

Door de beëindigingsovereenkomst - waarin het ontslag van appellant met ingang van

1 juli 2015 is vastgelegd - is het geschil tussen partijen over het opdragen van andere werkzaamheden en de weigering hiervoor een formeel plaatsingsbesluit af te geven, geheel achterhaald. Appellant heeft echter betoogd dat hij niet is gebonden aan de beëindigingsovereenkomst nu hij bij de totstandkoming daarvan is misleid door de raad van bestuur.

Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 13 oktober 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT8812) worden afspraken over de beëindiging van het ambtelijk dienstverband aangemerkt als een nadere regeling van de uitoefening van de aan het bestuursorgaan toekomende ontslagbevoegdheid. Aan zo'n ontslagregeling zijn partijen gebonden op grond van het beginsel van de rechtszekerheid, dat zowel voor het bestuursorgaan als voor de ambtenaar geldt. Dit kan anders zijn als sprake is van wilsgebreken of als zich zodanige bijzondere omstandigheden voordoen dat volledige nakoming van de afspraken niet of niet meer in redelijkheid kan worden verlangd.

Dat de raad van bestuur appellant zou hebben misleid, waardoor hij zou hebben gedwaald over de inhoud of bedoeling van de beëindigingsovereenkomst, heeft appellant niet aannemelijk kunnen maken. Appellant is tijdens de onderhandelingen over de beëindigingsovereenkomst bijgestaan door een advocaat. Er is daarom geen reden om aan te nemen dat bij hem onduidelijkheid bestond over de inhoud of de bedoeling van deze overeenkomst. In de beëindigingsovereenkomst is neergelegd dat het zogenoemde Sociaal Beleidskader niet van toepassing is en is een specifieke regeling opgenomen. Dat in april 2015 een nieuw Sociaal Beleidskader is ingevoerd is dus niet van belang en van misleiding door de raad van bestuur hierover kan geen sprake zijn. Verder is de stelling van appellant dat de werkzaamheden die hij tot 1 januari 2014 verrichtte nog steeds beschikbaar zijn, van geen belang voor deze overeenkomst. Volstrekt helder is dat de raad van bestuur tot beëindiging van het dienstverband van appellant wilde komen en niet tot een voortzetting daarvan, laat staan tot een voortzetting waarbij appellant zijn oude werkzaamheden zou hervatten. Ook op dit punt kan van misleiding geen sprake zijn. Ten slotte snijdt wat appellant heeft betoogd over de antedatering van de beëindigingsovereenkomst geen hout, nu uit het dossier blijkt dat hij en zijn advocaat bewust hebben ingestemd met datering van de overeenkomst op 31 maart 2015.

Uit al wat appellant verder heeft aangevoerd, zijn evenmin zodanig bijzondere omstandigheden naar voren gekomen dat niet meer in redelijkheid van appellant verlangd kan worden de overeenkomst na te komen. De conclusie is daarom dat er geen grond is om appellant niet gebonden te achten aan de beëindigingsovereenkomst. Nu uit die overeenkomst het ontslag van appellant per 1 juli 2015 volgt, valt niet in te zien dat hij nog belang heeft bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak.

Het verzoek van appellant om vergoeding van schade volgend uit zijn ontslag kan in dit geval ook geen procesbelang meebrengen, alleen al niet omdat het ontslag in deze zaak niet voorligt.

Uit 3.1 tot en met 3.6 volgt dat het hoger beroep van appellant, bij gebreke aan procesbelang, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4. De veroordeling tot vergoeding van schade waarom appellant heeft verzocht komt, gelet op het voorgaande, niet voor toewijzing in aanmerking.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.

Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend als voorzitter en C.H. Bangma en

M. Kraefft als leden, in tegenwoordigheid van J. Tuit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2017.

(getekend) B.J. van de Griend

(getekend) J. Tuit

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl TAR 2017/184
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?