OVERWEGINGEN
De Raad wijzigt de uitspraak van 28 juli 2017 als volgt.
Pagina 4, 3.5, wordt:
De Raad ziet grond voor veroordeling van het Uwv in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.485,- wegens in hoger beroep verleende rechtsbijstand. Verder dient het Uwv de nota ten bedrage van € 240,- van psycholoog drs. H. Groven van 16 juni 2012, wegens een door hem op 16 juni 2012 opgesteld rapport, te vergoeden. Appellant heeft tevens om vergoeding van de nota van Groven van
1 september 2012, ten bedrage van € 120,- wegens consultatie in augustus 2012, verzocht. Nu niet is gebleken van een door Groven opgesteld rapport van augustus 2012, komt deze nota niet voor vergoeding door het Uwv in aanmerking. Ten slotte dient het Uwv de reiskosten van appellant in hoger beroep te vergoeden tot een (forfaitair bepaald) bedrag van in totaal
€ 86,20. In totaal komt dit neer op een proceskostenveroordeling in hoger beroep tot een bedrag van € 1.811,20. De rechtbank had het Uwv al veroordeeld in de door appellant in beroep gemaakte proceskosten en bij het gewijzigde besluit op bezwaar van 17 februari 2017 zijn de kosten in bezwaar door het Uwv vergoed.
Pagina 6, onder beslissing wordt:
De Centrale Raad van Beroep
€ 1.811,20;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (Ministerie van Veiligheid en Justitie) tot betaling aan appellant van een schadevergoeding van schade tot een bedrag van € 3.500,-.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert de uitspraak van 28 juli 2017, 12/3068 Wajong, als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door R.E. Bakker, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 november 2017.
(getekend) R.E. Bakker
(getekend) M.D.F. de Moor