ECLI:NL:CRVB:2017:4511

ECLI:NL:CRVB:2017:4511, Centrale Raad van Beroep, 26-12-2017, 16/1310 WIA

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 26-12-2017
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16/1310 WIA
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0004045 BWBR0011478 BWBR0019057

Samenvatting

Medische grondslag bestreden besluit door rechtbank met juistheid onderschreven. Informatie behandelend sector is betrokken bij beoordeling. Uwv heeft voldoende en overtuigend beeld gegeven van begeleidingsbehoefte voor zover die gevolg is van medische toestand van appellant. Geen nieuwe medische gegevens overgelegd, waaruit blijkt dat onvoldoende rekening is gehouden met beperkingen van appellant. Jobcoach speelt in kader van arbeidsongeschiktheidsbeoordeling geen rol.

Uitspraak

16. 1310 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de tussenuitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 15 september 2015, 14/3584 (aangevallen tussenuitspraak) en de uitspraak van de rechtbank

Noord-Holland van 19 januari 2016, 14/3584 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 26 januari 2018

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.G. Burgers, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter zitting van 15 december 2017 behandeld. Namens appellant is verschenen mr. Burgers. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W. van Nieuwburg.

OVERWEGINGEN

Op 24 april 2012 heeft appellant zich met psychische klachten ziek gemeld vanuit een

situatie dat hij uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontving. Na een beoordeling op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen heeft het Uwv appellant bij besluit van 6 maart 2014 met ingang van 22 april 2014 in aanmerking gebracht voor een loongerelateerde WGA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%. Het arbeidsongeschiktheidspercentage van appellant is vastgesteld op 54,29. Het hiertegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 28 juli 2014 (bestreden besluit) ongegrond verklaard, onder verwijzing naar een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. De mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 43,66%.

De rechtbank heeft bij de aangevallen tussenuitspraak overwogen dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag berust, maar dat de daaraan ten grondslag gelegde arbeidskundige motivering niet in stand kan blijven omdat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft nagelaten te onderzoeken of en te onderbouwen dat bij inschakeling van een jobcoach bij de concrete uitoefening van de geselecteerde functies die mate en intensiteit van begeleiding mogelijk is die tegemoetkomt aan de specifieke beperkingen van appellant. Ook heeft deze arbeidsdeskundige niet bezien of van werkgevers in redelijkheid gevergd kan worden een jobcoach op de werkplek toe te laten om appellant te begeleiden. De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld het gebrek in de motivering van het bestreden besluit te herstellen. Hierop heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep op

12 oktober 2015 nader gerapporteerd.

In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat met het arbeidskundig rapport van 12 oktober 2015 voldoende inzichtelijk is gemotiveerd dat in de geduide functies begeleiding door een jobcoach is te realiseren en dat van werkgevers in redelijkheid kan worden gevergd een jobcoach op de werkplek toe te laten om appellant te begeleiden. De rechtbank heeft in wat appellant hier tegenover heeft gesteld geen aanleiding gezien te twijfelen aan de juistheid van de bevindingen van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit is vernietigd en de rechtsgevolgen van het bestreden besluit zijn in stand gelaten.

Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat het medisch onderzoek door het Uwv onzorgvuldig is geweest, omdat daarbij onvoldoende rekening is gehouden met de informatie van de behandelend sector. Hij heeft daartoe verwezen naar een behandelplan van

GGZ-Noord van 18 augustus 2014, een voortgangsrapportage van 1 september 2014 en een rapportageoverzicht van de laatste twintig rapporten tot 8 december 2014, waaraan de rechtbank volgens appellant ten onrechte is voorbijgegaan. Appellant is van mening dat hij volledig arbeidsongeschikt is door beperkingen op het gebied van persoonlijk functioneren. Ten onrechte is er geen rekening mee gehouden dat appellant veel moeite heeft met omgaan met autoriteit en niet kan samenwerken. De begeleidingsbehoefte van appellant is niet juist ingeschat, terwijl van werkgevers niet kan worden gevergd de noodzakelijke langdurige intensieve begeleiding, al dan niet door een jobcoach, te (laten) bieden. Verder heeft appellant er moeite mee dat het Uwv herhaaldelijk de gelegenheid is geboden omissies te herstellen.

Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit. Het Uwv heeft geen medische onderbouwing gezien voor het standpunt van appellant dat zijn belastbaarheid is overschat. Het Uwv heeft voorts verwezen naar een arbeidskundig rapport van 2 mei 2016, waarin is vermeld dat volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen sprake is van dusdanige problematiek dat aan een werkgever of collega’s eisen worden gesteld die buiten proportie zijn. Het betreft een niveau van begeleiding dat van leidinggevenden en collega’s in redelijkheid verwacht mag worden. Wellicht is coaching door een jobcoach in aanvang aan te bevelen, om werkgever en collega’s handvatten aan te reiken. Dit is echter niet blijvend. De eventuele inzet van een jobcoach is daarbij te zien als een re-integratieaspect, aldus het Uwv.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

De rechtbank heeft met juistheid de medische grondslag van het bestreden besluit onderschreven. De Raad stelt zich achter de overwegingen 4.2 tot en met 4.7 in de aangevallen tussenuitspraak over die grondslag en maakt deze tot de zijne. Daaraan wordt het volgende toegevoegd.

Dat de rechtbank is voorbijgegaan aan de door appellant verstrekte informatie van de behandelend sector wordt niet gevolgd, omdat de door appellant ingebrachte medische stukken in 4.6 van de tussenuitspraak zijn genoemd, terwijl ook andere informatie van de GGZ is betrokken bij de beoordeling.

Het standpunt van het Uwv dat, mede aan de hand van wat in de uitspraak van de Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:913 is uiteengezet, er geen sprake is van een bijzondere begeleidingsbehoefte in kwalitatieve zin, maar van een begeleidingsbehoefte waarin kan worden voorzien door de enkele aanwezigheid van een leidinggevende en/of collega’s, kan worden gevolgd. Het Uwv heeft een voldoende en overtuigend beeld gegeven van de begeleidingsbehoefte voor zover die het gevolg is van de medische toestand van appellant. In wat door appellant naar voren is gebracht zijn onvoldoende aanknopingspunten te vinden om aan te nemen dat hij op medische gronden niet kan samenwerken, dat hij niet kan werken onder een leidinggevende en dat de voor hem op grond van zijn medische toestand noodzakelijke begeleiding uitgaat boven wat door het Uwv is aangenomen. Appellant heeft verder geen nieuwe medische gegevens overgelegd, waaruit blijkt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen van appellant.

De voorziening van de jobcoach kan worden aangevraagd ten behoeve van de

re-integratie in passend werk, maar kan in het kader van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling geen rol spelen.

De geschiktheid van de geselecteerde functies voor appellant is afdoende gemotiveerd in de rapporten van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 21 juli 2014, 16 maart 2015 en 12 oktober 2015.

Dat het appellant onaangenaam heeft getroffen dat het Uwv in beroep herstelmogelijkheden zijn geboden is te begrijpen, maar kan in het kader van een rechterlijke beoordeling niet leiden tot een vernietiging van de bestreden uitspraken, omdat de rechtbank daarbij niet buiten haar wettelijke mogelijkheden is getreden. De rechtbank heeft daarom terecht een proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uit wat is overwogen in 3.2 tot en met 3.7 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen tussenuitspraak en de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, zullen worden bevestigd.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

5. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M.J. Hilhorst-Hagen als voorzitter en D. Hardonk-Prins en C.W.J. Schoor als leden, in tegenwoordigheid van R.H. Budde als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2018.

(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

(getekend) R.H. Budde

UM

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?