ECLI:NL:CRVB:2018:1930

ECLI:NL:CRVB:2018:1930

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 28-06-2018
Datum publicatie 28-06-2018
Zaaknummer 16/4838 MAW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0003482

Samenvatting

Appellant had zoveel mogelijk in de positie moeten worden gebracht als was hij niet ontheven uit de [opleiding 1]. Hieruit volgt niet dat appellant in een gunstigere positie moet worden gebracht dan wanneer hij niet was ontheven, vaste rechtspraak. Beroep gegrond. Vernietiging besluit. De Raad zal zelf in de zaak voorzien door de primaire besluiten te herroepen en te bepalen dat appellant met ingang van 11 augustus 2014 een opleidingsplaats wordt toegewezen in de [opleiding 1] aan de [instituut].

Uitspraak

OVERWEGINGEN

Appellant volgde sinds augustus 2002 de [opleiding 1] tot [rang] bij het wapen der genie bij de [instituut] ( [instituut] ).

Op 4 april 2006 is appellant aan een Incidenteel Geneeskundig Onderzoek (IGO) onderworpen. De uitslag van het IGO luidde, voor zover hier van belang: “Belanghebbende voldoet – vermoedelijk blijvend – niet aan de basis medische eisen KL en wordt derhalve vermoedelijk blijvend dienstongeschikt geacht.”

Appellant is op 25 juni 2006 administratief ziek gemeld en vervolgens uit de opleiding aan de [instituut] ontheven. Per 12 september 2006 is hij administratief geplaatst bij de Individuele Begeleidingsdienst Koninklijke Landmacht (IBDKL). Bij besluit van

6 oktober 2008 is aan appellant met ingang van 1 januari 2009 eervol ontslag uit de militaire dienst verleend wegens blijvende ongeschiktheid voor de dienst uit hoofde van een ziekte of een gebrek.

Bij uitspraak van 19 december 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:2955) heeft de Raad de uitspraak van de Rechtbank ‘s-Gravenhage van 29 oktober 2012 (ECLI:NL:RBSGR:2012:BY3504) bevestigd, voor zover de rechtbank het ontslagbesluit heeft herroepen, en daarbij bepaald dat ook de ontheffing van appellant van de opleiding aan de [instituut] geen stand kon houden. De Raad heeft de aangevallen uitspraak vernietigd, voor zover daarbij is bepaald dat appellant rechtsherstel wordt geboden als in de uitspraak van de rechtbank op hoofdlijnen omschreven. Daargelaten dat niet gebleken is dat appellant om dit herstel heeft gevraagd, is hij uit zijn opleiding aan de [instituut] ontheven en heeft hij deze dus niet voltooid. Alleen al daarom kan hij niet zonder meer op dezelfde wijze worden behandeld als zijn vroegere jaargenoten aan de [instituut] die de opleiding wel hebben voltooid. Dit betekent dat appellant in staat moet worden gesteld zijn opleiding aan de [instituut] te vervolgen.

Bij besluit van 1 augustus 2014 (primair besluit 1) is appellant met ingang van

11 augustus 2014 een opleidingsplaats op de [opleiding 2] aan de [instituut] toegewezen (officiersopleiding kort model). Hiertegen heeft appellant bezwaar gemaakt. Appellant heeft daarbij aangevoerd dat hij, gelet op de onder 1.4 weergegeven uitspraak van de Raad, in staat moet worden gesteld zijn [opleiding 1] aan de [instituut] af te maken ( [opleiding 1] ).

Bij besluit van 28 oktober 2014 (primair besluit 2) is appellant te kennen gegeven dat hij het complete programma van de [opleiding 2] moet doorlopen. Ook hiertegen heeft appellant bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 23 april 2015 (bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de bezwaren van appellant tegen beide primaire besluiten ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat, gelet op het tijdsverloop sinds de ontheffing van appellant uit de [opleiding 1] in 2006 en de gewijzigde omstandigheden sinds die tijd, voor appellant een maatwerkoplossing is geconstrueerd. Van belang daarbij is ook dat appellant inmiddels zelf de bacheloropleiding [naam studie] heeft afgerond aan de Universiteit Twente.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de staatssecretaris met de bij het bestreden besluit gehandhaafde primaire besluiten, in combinatie met de verklaring namens de staatssecretaris dat appellant voor een loopbaan bij Defensie met het diploma van de [opleiding 2] dezelfde carrièrekansen heeft als met het diploma van de [opleiding 1] , in voldoende mate uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de Raad van 19 december 2013.

3. Naar aanleiding van wat partijen in hoger beroep hebben aangevoerd overweegt de Raad als volgt.

In de kern komt het betoog van appellant er op neer dat hij op grond van de uitspraak van de Raad van 19 december 2013 zoveel mogelijk in de positie had moeten worden gebracht dat hij niet was ontheven uit de [opleiding 1] . Dat is volgens appellant onvoldoende gebeurd. Dit betoog slaagt.

Uit het oordeel in de uitspraak van 19 december 2013 dat (ook) de ontheffing van appellant uit de opleiding aan de [instituut] geen stand kan houden en dat hij daarom in staat moet worden gesteld zijn opleiding aan de [instituut] te vervolgen, volgt dat appellant rechtspositioneel zoveel mogelijk in de positie had moeten worden gebracht als ware hij niet uit de opleiding ontheven. De Raad stelt vast dat de [opleiding 1] en de [opleiding 2] van elkaar verschillen in vakkenpakket, opleidingsduur en bevorderingsmomenten gedurende de opleiding. Dat betekent dat de staatssecretaris een onjuiste uitvoering heeft gegeven aan voornoemde uitspraak door appellant niet in de [opleiding 1] maar in de [opleiding 2] te plaatsen.

Uit 3.2 volgt niet dat appellant in een gunstigere positie moet worden gebracht dan wanneer hij niet was ontheven (vergelijk de uitspraak van 20 oktober 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3992). Dit betekent onder meer dat voor zijn bevordering(en) tijdens de opleiding tot [rang] de regels zoals die luidden bij aanvang van zijn opleiding in 2002, met name artikel 26, van de Beleidsregel aanstelling, functietoewijzing en bevordering defensie, in samenhang met het destijds van toepassing zijnde curriculum van de [opleiding 1] tot [rang], van toepassing zijn. Zoals appellant ter zitting van de Raad heeft erkend, mocht de staatssecretaris, gelet op het tijdsverloop, ook van appellant verlangen dat hij een aantal militaire vakken zou opfrissen dan wel opnieuw zou volgen.

Uit 3.1 tot en met 3.3 volgt dat het hoger beroep slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. De Raad zal zelf in de zaak voorzien door de primaire besluiten te herroepen en te bepalen dat appellant met ingang van 11 augustus 2014 een opleidingsplaats wordt toegewezen in de [opleiding 1] aan de [instituut] .

4. Van voor vergoeding in aanmerking komende kosten voor verleende rechtsbijstand aan appellant is de Raad niet gebleken.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 23 april 2015;

- herroept de besluiten van 1 augustus 2014 en van 28 oktober 2014 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 23 april 2015;

- bepaalt dat appellant met ingang van 11 augustus 2014 een opleidingsplaats wordt toegewezen in de [opleiding 1] aan de [instituut];

- bepaalt dat de staatssecretaris aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 418,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en

J.J.T. van den Corput en H. Benek als leden, in tegenwoordigheid van J.M.M. van Dalen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2018.

(getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans

(getekend) J.M.M. van Dalen

ew

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?