ECLI:NL:CRVB:2018:29

ECLI:NL:CRVB:2018:29, Centrale Raad van Beroep, 04-01-2018, 15/3026 AW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 04-01-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/3026 AW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001840

Samenvatting

Geen verband tussen klokkenluidersmeldingen en rechtspositionele gevolgen. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat noch in het dossier, noch in wat appellante ter zitting heeft verklaard, aanknopingspunten zijn te vinden voor haar betoog dat de rechtspositionele besluiten op enigerlei wijze voortvloeien uit haar klokkenluidersmeldingen. Uit de dossierstukken volgt dat het college zich genoodzaakt heeft gezien om appellante tijdelijk werkzaamheden in een ander team op te dragen omdat zij in februari 2009 het vertrouwen in haar leidinggevende had opgezegd. Over de afwijzing van haar verzoek om te worden teruggeplaatst in haar oude functie is reeds in de uitspraak van de Raad van 23 januari 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:165) overwogen dat aanwijzingen ontbreken dat de besluitvorming van het college is beïnvloed doordat appellante zich opwierp als klokkenluider. Vervolgens is na een zoektocht naar een geschikte functie voor appellante binnen de gemeente een impasse ontstaan die geleid heeft tot het ontslag van appellante.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. Voor een weergave van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de uitspraak van de Raad van heden in de zaak 15/3025 AW. De Raad volstaat hier met het volgende.

Appellante was werkzaam bij de gemeente Maastricht. Bij brieven van 17 april 2009 en 10 april 2012 heeft appellante bij het college meldingen gedaan van het vermoeden van een misstand (klokkenluidersmeldingen).

Op 22 mei 2012 heeft appellante bij afzonderlijke brieven het college verzocht om haar op grond van artikel 17 van de Regeling melding vermoeden misstand van de gemeente Maastricht (Regeling) te ondersteunen en rechtsbijstand te verlenen in verband met haar klokkenluidersmeldingen. Bij besluit van 20 september 2012 heeft het college afwijzend beslist op het verzoek ten aanzien van de melding van 17 april 2009. Met dit besluit heeft het college bedoeld om tevens afwijzend te beslissen op het verzoek over de melding van 10 april 2012.

Bij besluit van 10 januari 2013 (bestreden besluit) is, voor zover van belang, het bezwaar tegen het besluit van 20 september 2012 ongegrond verklaard. Daaraan is ten grondslag gelegd dat geen concrete aanwijzingen bestaan voor een oorzakelijk verband tussen het melden van een misstand en de door appellante gestelde nadelige gevolgen voor haar rechtspositie. De getroffen rechtspositionele maatregelen vloeien voort uit het functioneren van appellante. Er bestaat daarom geen aanleiding om het verzoek om rechtsbijstand toe te wijzen. 2. Bij de aangevallen uitspraak, voor zover van belang, heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Appellante heeft betoogd dat een aantal formele gebreken kleeft aan het bestreden besluit. Voor een bespreking van deze gronden verwijst de Raad naar zijn uitspraak van heden in de zaak 15/3025 AW. Uit deze uitspraak volgt dat deze gronden geen doel treffen.

Ingevolge artikel 17, eerste lid, van de Regeling zal de ambtenaar als gevolg van de melding van een vermoeden van een misstand geen nadelige gevolgen ondervinden voor zijn rechtspositie. Onder nadelige gevolgen wordt in ieder geval verstaan de in dit artikel genoemde besluiten, voor zover deze besluiten worden genomen vanwege de door de ambtenaar gedane melding van een vermoeden van een misstand. Ingevolge het tweede lid draagt het college er zorg voor dat de melder ook anderszins bij de uitoefening van zijn functie geen nadelige gevolgen van de melding ondervindt.

De verzoeken van appellante om haar rechtsbijstand te verlenen zijn door het college beoordeeld op de voet van artikel 17 van de Regeling, waarbij het college als voorwaarde heeft gehanteerd dat een redelijk vermoeden van een verband tussen de klokkenluidersmeldingen en de door appellante bedoelde nadelige gevolgen moet bestaan om voor rechtsbijstand in aanmerking te komen. Dit acht de Raad niet onredelijk. Volgens het college ontbreekt in dit geval een dergelijk verband.

Appellante heeft betoogd dat de op haar betrekking hebbende rechtspositionele besluiten die zijn genomen na haar klokkenluidersmeldingen wel degelijk zijn ingegeven door die meldingen. Appellante verwijst in dit verband - kort gezegd - naar de dossierstukken en met name naar de chronologie van de opvolgende gebeurtenissen. Zij stelt zich op het standpunt dat wanneer een klokkenluidersmelding is gedaan en vervolgens nadelige maatregelen jegens de klokkenluider zijn getroffen, de bewijslast moet worden omgekeerd, zodat op het college de bewijslast rust om aan te tonen dat een verband tussen de meldingen en de getroffen maatregelen ontbreekt. Zij vindt steun voor deze opvatting in de Resolutie van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 29 april 2010 (1729 (2010)) en Aanbeveling CM/Rec (2014)7 van 30 april 2014 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa.

De Raad kan zich niet verenigen met appellantes stellingname omtrent de bewijslastverdeling. Van appellante mag worden gevraagd dat zij een begin van aannemelijkheid aandraagt van een verband tussen de door haar bedoelde nadelige gevolgen en haar klokkenluidersmeldingen. Vooropgesteld dat de door appellante genoemde Resolutie en Aanbeveling geen ieder verbindende bepalingen als bedoeld in artikel 94 van de Grondwet bevatten die rechtstreeks inroepbaar zijn, ziet de Raad hierin geen aanleiding voor een ander oordeel.

Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat noch in het dossier, noch in wat appellante ter zitting heeft verklaard, aanknopingspunten zijn te vinden voor haar betoog dat de rechtspositionele besluiten op enigerlei wijze voortvloeien uit haar klokkenluidersmeldingen. Uit de dossierstukken volgt dat het college zich genoodzaakt heeft gezien om appellante tijdelijk werkzaamheden in een ander team op te dragen omdat zij in februari 2009 het vertrouwen in haar leidinggevende had opgezegd. Over de afwijzing van haar verzoek om te worden teruggeplaatst in haar oude functie is reeds in de uitspraak van de Raad van 23 januari 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:165) overwogen dat aanwijzingen ontbreken dat de besluitvorming van het college is beïnvloed doordat appellante zich opwierp als klokkenluider. Vervolgens is na een zoektocht naar een geschikte functie voor appellante binnen de gemeente een impasse ontstaan die geleid heeft tot het ontslag van appellante. Uit de uitspraak van de Raad van heden in de zaak 15/3025 AW volgt dat het ontslag in rechte standhoudt en dat het college geen overwegend aandeel heeft gehad in de situatie die tot dat ontslag heeft geleid. Het beroep van appellante op de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Heinisch v. Duitsland (EHRM 21 juli 2011, nr. 28274/08) slaagt niet, reeds omdat er in het geval van appellante geen aanknopingspunten zijn voor een verband tussen het ontslagbesluit en de klokkenluidersmeldingen.

Uit wat is overwogen onder 4.1 tot en met 4.6 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en

J.J.T. van den Corput en R. Kooper als leden, in tegenwoordigheid van A. Mansourova als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2018.

(getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans

(getekend) A. Mansourova

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ABkort 2018/36 TAR 2018/40
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?