ECLI:NL:CRVB:2018:3376

ECLI:NL:CRVB:2018:3376, Centrale Raad van Beroep, 18-10-2018, 18/221 WAJONG

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 18-10-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 18/221 WAJONG
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0008657

Samenvatting

Vaststelling proceskostenveroordeling in beroep. De rechtbank heeft de proceshandelingen ten onrechte niet in de proceskostenveroordeling betrokken.

Uitspraak

18. 221 WAJONG

Datum uitspraak: 18 oktober 2018

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van

19 december 2017, 15/3749 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A.A. Bouwman, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Naar aanleiding van een vraag van de Raad heeft het Uwv stukken ingezonden. Appellante heeft hierop gereageerd.

Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek onder toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

Voor een overzicht van het verloop van de procedure verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

Het Uwv heeft in beroep een gewijzigde beslissing op bezwaar van 28 augustus 2017 afgegeven, waarbij het bezwaar van appellante tegen een besluit van 12 november 2014 alsnog gegrond is verklaard en aan appellante alsnog een op de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) gebaseerde uitkering is toegekend. Bij brief van 4 oktober 2017 heeft appellante het beroep ingetrokken en gelijktijdig verzocht het Uwv te veroordelen in de kosten van het geding.

2. De rechtbank heeft het Uwv veroordeeld tot vergoeding van de kosten die appellante voor verleende rechtsbijstand heeft moeten maken. Zij heeft hierbij 1 punt toegekend voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 495,- en een wegingsfactor 1, in totaal € 990,-.

In beroep heeft appellante ‒ kort gezegd ‒ aangevoerd dat de rechtbank de kostenveroordeling op een te laag bedrag heeft vastgesteld. Appellante heeft daartoe, onder meer, aangevoerd dat de zaak bewerkelijk, feitelijk complex en belastend was, waardoor een wegingsfactor 1,5 dient te worden toegepast. Bij de vaststelling van de proceskosten in beroep heeft de rechtbank verder ten onrechte geen vergoeding toegekend voor het op verzoek van de rechtbank inbrengen van nadere stukken, de schriftelijke zienswijzen van appellante naar aanleiding van het rapport en het nadere rapport van de deskundige en haar gegeven reactie op de gewijzigde beslissing op bezwaar van 28 augustus 2017. Ook heeft de rechtbank ten onrechte geen vergoeding toegekend voor de door appellante gevorderde reiskosten voor het bijwonen van de zitting. Appellante heeft verder verzocht om vergoeding van de wettelijke rente.

Het Uwv heeft in verweer naar voren gebracht dat de rechtbank terecht wegingsfactor 1 heeft toegepast, omdat de zaak gemiddeld van gewicht is. Verder heeft het Uwv zich kunnen vinden in het standpunt van appellante dat de door haar gemaakte kosten voor het op verzoek van de rechtbank verstrekken van nadere stukken, de schriftelijke zienswijze van 28 maart 2017 naar aanleiding van het rapport van de deskundige, en de door appellante gemaakte reiskosten voor het bijwonen van de zitting voor vergoeding in aanmerking dienen te komen. De overige proceshandelingen komen volgens het Uwv niet voor vergoeding in aanmerking. Op 12 april 2018 heeft het Uwv een besluit ingezonden waarin de wettelijke rente aan appellante is vergoed.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) dient bij de berekening van een vergoeding voor de kosten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand een wegingsfactor te worden toegepast die bepaald wordt door het gewicht van de zaak. In dat verband wordt in het Bpb een onderscheid gemaakt tussen zeer lichte, lichte, gemiddelde, zware en zeer zware zaken, waarvoor wegingsfactoren gelden van, onderscheidenlijk, 0,25, 0,5, 1, 1,5 en 2.

Uit vaste rechtspraak volgt dat als uitgangspunt heeft te gelden dat behandeling van een zaak in beroep in beginsel behoort tot de categorie gemiddeld (wegingsfactor 1), tenzij er duidelijke redenen zijn om hiervan af te wijken. Een andere wegingsfactor dan 1 wordt slechts gehanteerd bij een naar juridische en/of feitelijke complexiteit van het gemiddelde afwijkende zaak.

De omstandigheid dat tussen partijen intensief is gecorrespondeerd en becommentarieerd en dat de afhandeling van de zaak lang heeft geduurd, maakt niet dat sprake is van een zaak van meer dan gemiddeld gewicht. De omstandigheid dat de rechtbank in deze zaak aanleiding heeft gezien om een deskundige te benoemen, doet er niet aan af dat het hier een reguliere medische zaak betreft zonder bijzondere bijkomende aspecten. De rechtbank heeft in dit geval de zaak terecht als zijnde van gemiddeld gewicht aangemerkt en wegingsfactor 1 toegepast.

Het op verzoek van rechtbank op 6 april 2016 verstrekken van medische stukken/inlichtingen door appellante betreft een proceshandeling als bedoeld in artikel 8:45, eerste lid, van de Awb, waarvoor op grond van het Bpb 0,5 punt dient te worden toegekend. De reactie van appellante van 28 maart 2017 op het rapport van de deskundige betreft een proceshandeling als bedoeld in artikel 8:47, vijfde lid, van de Awb, waarvoor 0,5 punt dient te worden toegekend. De reactie van appellante op de brief van de rechtbank van 9 juni 2017 komt eveneens voor vergoeding in aanmerking, nu deze zienswijze op verzoek van de rechtbank is ingediend. Ook hiervoor dient 0,5 punt te worden toegekend. De rechtbank heeft deze proceshandelingen ten onrechte niet in de proceskostenveroordeling betrokken. Dit geldt evenzeer voor de door appellante gevorderde reiskosten van € 10,- voor het bijwonen van de zitting van 16 februari 2017. De brief van 4 oktober 2017, waarbij het beroep van appellante is ingetrokken, betreft geen proceshandeling die voor vergoeding in aanmerking komt.

Uit 4.4 volgt dat het hoger beroep van appellante slaagt en dat de aangevallen uitspraak vernietigd dient te worden. De Raad zal de proceskostenveroordeling in beroep alsnog vaststellen met inachtneming van hetgeen onder 4.4 is overwogen, en daarbij tevens het door appellante ingediende beroepschrift (1 punt) en verschijnen ter zitting van de rechtbank

(1 punt) betrekken. In totaal is dit 3,5 punt met een waarde per punt van € 501,- en een wegingsfactor 1. De reiskosten bedragen € 10,-. De door het Uwv te vergoeden proceskosten in beroep bedragen daarmee in totaal € 1.763,50.

5. Er bestaat aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten van appellante in hoger beroep. Ter zake wordt 1 punt toegekend voor het indienen van het hogerberoepschrift met een waarde per punt van € 501,-. Nu het hoger beroep uitsluitend betrekking heeft op de vergoeding van proceskosten wordt de wegingsfactor gesteld op 0,5 (licht). De proceskosten in hoger beroep worden daarom op € 250,50 gesteld.

6. De voor vergoeding in aanmerking komende kosten in beroep en hoger beroep bedragen in totaal € 2.014,-.

7. Met betrekking tot het verzoek van appellante tot vergoeding van de wettelijke rente, beperkt de Raad zich tot de constatering dat het Uwv de wettelijke rente aan appellante heeft vergoed.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van J.R. Trox als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2018.

(getekend) E.J.J.M. Weyers

(getekend) J.R. Trox

SSa

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?