ECLI:NL:CRVB:2018:4270

ECLI:NL:CRVB:2018:4270, Centrale Raad van Beroep, 27-12-2018, 17/4440 WW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 27-12-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 17/4440 WW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 11 zaken
10 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001888 BWBR0004043 BWBR0004045 BWBR0004613 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0008656 BWBR0011708 BWBR0013008 BWBR0019057

Samenvatting

Verzoek om terug te komen van het eerder genomen terugvorderingsbesluit terecht afgewezen. Geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

17. 4440 WW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 19 mei 2017, 16/8301 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 27 december 2018

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M. Smit hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 november 2018. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. W.J.A. Vis. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. van Nederveen en mr. E. van Onzen.

OVERWEGINGEN

Appellante was sinds 1 november 2011 in het genot van een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Bij besluit van 15 mei 2013 heeft het Uwv met ingang van 2 januari 2012 prepensioen dat appellante vanaf die datum ontving op de uitkering in mindering gebracht en is een bedrag van € 25.951,24 van appellante teruggevorderd. Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 15 mei 2013. Bij beslissing op bezwaar van 14 augustus 2013 is dat bezwaar ongegrond verklaard en heeft het Uwv het besluit van 15 mei 2013 gehandhaafd. Appellante heeft daartegen geen rechtsmiddelen aangewend.

Op 8 maart 2016 heeft appellante het Uwv verzocht terug te komen van het besluit van 15 mei 2013.

Bij besluit van 14 maart 2016 heeft het Uwv dat verzoek afgewezen, omdat geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden.

2. Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 14 maart 2016. Bij beslissing op bezwaar van 11 oktober 2016 (bestreden besluit) heeft het Uwv dat bezwaar ongegrond verklaard. Het Uwv heeft onder verwijzing naar de rechtspraak van de Raad gesteld dat appellante gehouden was om nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden naar voren te brengen. Nieuw gebleken feiten en omstandigheden worden gedefinieerd als feiten en omstandigheden die zijn voorgevallen ná het nemen van een eerdere beslissing, of die niet vóór het nemen van een eerdere beslissing konden worden aangevoerd. In de beslissing van 14 augustus 2013 heeft het Uwv meegedeeld op grond van welke wet en regelgeving de eerdere beslissing is genomen. Tevens zijn alle feiten en omstandigheden beschreven en is er ingegaan op de vraag of het redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat pensioen gekort diende te worden. De bezwaren kunnen daarom niet worden gezien als nieuwe feiten en omstandigheden. Alle bezwaren heeft appellante eerder aangevoerd of had zij eerder kunnen aanvoeren.

3. Appellante heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank dat beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het standpunt van het Uwv onderschreven dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Evenmin had appellante de evidente onjuistheid van het besluit van 15 mei 2013 aangetoond, noch was er sprake van bijzondere omstandigheden die het Uwv aanleiding hadden moeten geven tot een andere beslissing te komen.

Appellante heeft in hoger beroep haar eerdere gronden herhaald en gesteld dat wel sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden. Appellant stelt in dat verband dat het prepensioen uit eigen zak is gefinancierd waardoor het Uwv dit prepensioen, conform de uitspraak van de Raad van 15 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1039, niet had mogen korten op de

WW-uitkering. Appellante heeft er voorts op gewezen dat het evident onredelijk is om niet op de eerdere besluitvorming terug te komen nu er niet mocht worden gekort en omdat het pensioen lager uitvalt in verband met de verschuiving van de pensioenleeftijd.

Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit en heeft gesteld dat geen sprake was van evidente onredelijkheid.

5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

In artikel 4:6, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat, indien na een geheel of gedeeltelijke afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan, de aanvrager gehouden is nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan, wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, het bestuursorgaan zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 van de Awb de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking.

In zijn uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:4872) heeft de Raad zijn rechtspraak over de toetsing door de bestuursrechter van besluiten over een herhaalde aanvraag of een verzoek om terug te komen van een besluit gewijzigd. Voor een geval als het onderhavige brengt dit mee dat het Uwv het verzoek om terug te komen van het besluit van 15 mei 2013 kan afwijzen als er geen nieuw gebleken feiten of omstandigheden zijn, onder verwijzing naar dat besluit. Dat kan anders zijn als het besluit ten aanzien van het verzoek om terug te komen evident onredelijk is.

Volgens vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld de eerder tussen partijen gedane uitspraak van de raad van 31 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:363) worden onder nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6, eerste lid, van de Awb verstaan feiten of omstandigheden die ná het eerdere besluit zijn voorgevallen, dan wel feiten of omstandigheden die weliswaar vóór het eerdere besluit zijn voorgevallen, maar die niet vóór dat besluit konden worden aangevoerd. Nieuw gebleken feiten zijn ook bewijsstukken van al eerder gestelde feiten of omstandigheden, als deze bewijsstukken niet eerder konden worden overgelegd. Rechterlijke uitspraken worden op grond van vaste rechtspraak (zie onder meer de uitspraak van de Raad van 12 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1984) niet aangemerkt als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

De (enkele) stelling van appellante, dat zij (een deel van) het per 1 januari 2012 tot uitbetaling gekomen prepensioen uit eigen middelen heeft gefinancierd, is geen nieuw feit of veranderde omstandigheid. Appellante had dat immers, ook indien die stelling juist is, in het kader van haar bezwaren tegen het besluit van 15 mei 2013 aan de orde kunnen stellen.

Gelet op de hiervoor weergegeven vaste rechtspraak is de uitspraak van de Raad van 15 maart 2017, waarnaar appellante in haar hoger beroep heeft verwezen, evenmin een nieuw feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6, eerste lid, van de Awb.

Hetgeen appellante heeft aangevoerd is onvoldoende om te oordelen dat het besluit om niet terug te komen van de beslissing van 15 mei 2013 evident onredelijk is.

Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.C.W. Lange als voorzitter en H.G. Rottier en

G.A.J. van den Hurk als leden, in tegenwoordigheid van B. Dogan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2018.

(getekend) C.C.W. Lange

(getekend) B. Dogan

RB

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?