OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Op grond van artikel 8:88, aanhef en onder a, van de Awb is de bestuursrechter bevoegd op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van de schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van een onrechtmatig besluit.
2. De Raad wijst het verzoek van betrokkene toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van schade in de vorm van wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Voor de wijze waarop het Uwv de wettelijke rente dient te berekenen, verwijst hij naar zijn uitspraak van
25 januari 2012 (ECLI:NL:CRVB:2012:BV1958).
Er is aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De kosten van rechtsbijstand worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 1.536,- in het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Voor vergoeding komen verder in aanmerking de gemaakte kosten van € 170,- in verband met het opvragen van medische informatie en de reiskosten van betrokkene naar de zitting van de Raad en naar de deskundige ten bedrage van in totaal € 49,50 (op basis van tweede klas openbaar vervoer).
Het verzoek om vergoeding van portokosten wordt afgewezen omdat, gelet op het limitatieve karakter van het Bpb, portokosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Dit geldt ook voor telefoonkosten en de kosten van consulten hypnotherapie/psychotherapie.
De totale kostenveroordeling komt uit op een bedrag van € 1.755,50.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv tot betaling aan betrokkene van vergoeding van schade als onder 2
vermeld;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.755,50.
Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2019.
(getekend) M. Greebe
(getekend) R.L. Rijnen