ECLI:NL:CRVB:2019:175

ECLI:NL:CRVB:2019:175, Centrale Raad van Beroep, 16-01-2019, 14/5308 WIA

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 16-01-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/5308 WIA
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Overschrijding beroepstermijn door ernstig zieke gemachtigde. Gemachtigde stelt dat het zeer aannemelijk is dat zijn niet-tijdig reageren is veroorzaakt door zijn ziekte en de bijbehorende zware behandelingen. De Raad kan op grond van de door gemachtigde gegeven beantwoording van de vragen en de nader ingebrachte informatie van zijn behandelend specialist, niet tot het oordeel komen dat hij binnen de termijn niet in staat is geweest hoger beroep in te stellen.

Uitspraak

14. 5308 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

22 juli 2014, 13/5819 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 16 januari 2019

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft [naam gemachtigde] , advocaat (gemachtigde), hoger beroep ingesteld.

Bij brief van 24 september 2014 is gemachtigde op de hoogte gesteld van de overschrijding van de beroepstermijn zoals is bedoeld in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij brief van 20 oktober 2014 heeft gemachtigde meegedeeld wat de reden van de overschrijding is geweest.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting door de meervoudige kamer heeft plaatsgevonden op 2 maart 2016. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. F.A. Steeman.

De Raad heeft het onderzoek heropend.

Gemachtigde heeft desgevraagd nadere vragen van de Raad beantwoord en daarbij − ter onderbouwing van zijn standpunt − nadere stukken in het geding gebracht.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer.

Partijen hebben geen gebruik gemaakt van hun recht om op een (nadere) zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad ziet zich, ambtshalve, gesteld voor de vraag of de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar is te achten als bedoeld in artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht. Daartoe zijn gemachtigde bij brief van 7 april 2016 de volgende vragen gesteld:

2. Bij brief van 21 april 2016 heeft gemachtigde als volgt op die vragen geantwoord:

3. Bij brief van 7 juli 2017 heeft gemachtigde aanvullende informatie ingezonden bestaande uit een gedeeltelijke weergave van een op een Cd-rom opgenomen gesprek met zijn behandelaar dr. Leibsch. Desgevraagd heeft gemachtigde bij brief van 4 augustus 2017 een aantal exemplaren van de Cd-rom ingebracht en in die brief vermeld dat volgens zijn specialist sprake was van een “very high dose” en dat dit allerlei “side-effects” kan hebben. Volgens gemachtigde is uit de wav-opnames af te leiden dat het normaal is dat men nog niet goed functioneert qua energie, concentratie en geheugen na een zware bestralingsperiode. Gemachtigde heeft verwezen naar een artikel uit “Surgical Neurology International” waarin zijn unieke casus wordt beschreven en waaruit blijkt dat het zeer aannemelijk is dat zijn niet-tijdig reageren is veroorzaakt door zijn ziekte en de bijbehorende zware behandelingen.

4. De Raad kan, met alle begrip voor de ernstige ziekte en moeilijke omstandigheden waarin gemachtigde in september 2014 heeft verkeerd, op grond van de door hem gegeven beantwoording van de vragen en de nader ingebrachte informatie van zijn behandelend specialist, niet tot het oordeel komen dat gemachtigde binnen de termijn niet in staat is geweest hoger beroep in te stellen. De geluidsopname van de Cd-rom biedt daartoe onvoldoende aanknopingspunten en de behandelaar concludeert niet zelf dat gemachtigde niet in staat was adequaat te reageren. Gemachtigde geeft ook zelf aan dat hij na zijn terugkeer uit de Verenigde Staten geen directe overmatige hinder had van de behandeling. Hij heeft ook, na ontvangst van de uitspraak van de rechtbank, genoteerd dat hij in ieder geval op

26 augustus 2014 een (voorlopig) beroepschrift moest indienen. In een geval als dit, waarbij sprake is van langdurige behandeling in het buitenland wegens een ernstige aandoening, waarbij ook complicaties of gevolgproblemen kunnen ontstaan, dient in zijn algemeenheid een advocaat ook tijdig maatregelen te nemen teneinde de normale voortgang van de kantoorwerkzaamheden te waarborgen.

5. Ook anderszins zijn er geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.

6. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.

7. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door E.W. Akkerman, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2019.

(getekend) E.W. Akkerman

(getekend) P. Boer

md

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ABkort 2019/69 USZ 2019/75 AB 2019/263 met annotatie van R. Stijnen
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?