OVERWEGINGEN
1. De Raad heeft vastgesteld dat ten onterechte geen proceskostenveroordeling en griffierechtbepaling in de beslissing van de uitspraak van de Raad van 23 april 2019 is opgenomen.
2. De Raad zal de onder 1 vermelde beslissing herstellen door de uitspraak van 23 april 2019 te rectificeren. Zodoende bepaalt de Raad dat het college wordt veroordeeld in de kosten van betrokkenen tot een bedrag van € 1.024,- en dat van het college een griffierecht van € 501,- wordt geheven.
3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het ECLI-nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 23 april 2019 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door M. Schoneveld als voorzitter en P.W. van Straalen en
J.L. Boxum als leden, in tegenwoordigheid van S.A. de Graaff als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2019.
(getekend) M. Schoneveld
De griffier is verhinderd te ondertekenen
md