ECLI:NL:CRVB:2019:3919

ECLI:NL:CRVB:2019:3919, Centrale Raad van Beroep, 05-12-2019, 18/3384 AW-R

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 05-12-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 18/3384 AW-R
Rechtsgebied Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:CRVB:2019:2807
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358

Samenvatting

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 22 augustus 2019, 18/3384 AW, 18/3879 AW, 18/6074 AW, ECLI:NL:CRVB:2019:2807. Zie ECLI:NL:CRVB:2019:3981 voor de gerectificeerde tekst.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. Op grond van artikel 8:75, in samenhang met artikel 8:108, van de Algemene wet bestuursrecht, kan de Raad een partij veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

Gelet op de beslissing in de uitspraak van 22 augustus 2019, komen voor wat betreft de verleende rechtsbijstand aan betrokkene in hoger beroep (alleen) de proceshandelingen die zijn verricht bij wijze van verweer tegen het hoger beroep van de staatssecretaris in aanmerking voor een proceskostenvergoeding. Deze proceshandelingen betreffen het indienen van een verweerschrift en het verschijnen ter zitting. Het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) kent 1 punt toe voor elk van beide proceshandelingen.

Namens betrokkene is in reactie op het voornemen tot rectificatie aangevoerd dat sprake is van samenhangende zaken zodat met toepassing van het Bpb wegingsfactor 1,5 moet worden toegepast. De Raad volgt dit niet, nu het aantal zaken waarin verweer is gevoerd, zoals bedoeld onder 1.1, niet 4 of meer is.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de kosten die voor vergoeding in aanmerking komen moeten worden begroot op € 1.024,- in totaal wegens twee toegekende punten ter waarde van € 512,- per punt met wegingsfactor 1.

2. De Raad maakt van de gelegenheid gebruik om het eerdere bij brief van 26 september 2019 meegedeelde herstel van de omissie met betrekking tot het heffen van een griffierecht van

€ 508,- van de staatssecretaris mee te nemen bij de verbetering van de uitspraak.

3. Het bovenstaande betekent dat in de uitspraak rechtsoverweging 5 moet worden vervangen door:

5. De Raad ziet aanleiding om de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten van betrokkene voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 1.024,-.

en de beslissing moet worden aangevuld met de volgende twee bepalingen:

- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 1.024;

- bepaalt dat van de staatssecretaris een griffierecht van € 508,- wordt geheven.

4. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 22 augustus 2019 als in de overwegingen is weergegeven.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma als voorzitter en J.J.T. van den Corput en

J.C.F. Talman als leden, in tegenwoordigheid van M. Buur als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 december 2019.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) M. Buur

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?