ECLI:NL:CRVB:2020:1437

ECLI:NL:CRVB:2020:1437, Centrale Raad van Beroep, 07-07-2020, 18/3885 PW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 07-07-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 18/3885 PW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0015703 BWBR0035362

Samenvatting

Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten aanschaf nieuwe koelkast. Bijzondere omstandigheden niet aannemelijk gemaakt.

Uitspraak

18 3885 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Datum uitspraak: 7 juli 2020

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 7 juni 2018, 17/2498 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Maastricht (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. I. Wudka, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Op 8 februari 2017 heeft appellant een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (PW) voor de kosten van de aanschaf van een nieuwe koelkast. Bij besluit van 21 februari 2017, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 29 juni 2017 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag afgewezen. Aan het bestreden besluit heeft het college, kort weergegeven, ten grondslag gelegd dat de kosten voor een nieuwe koelkast algemene kosten zijn die appellant uit zijn inkomen moet kunnen voldoen of daarvoor een lening kan aanvragen. Dat appellant schulden heeft en dat aan hem voorzieningen zijn toegekend op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), in de vorm van een scootmobiel en huishoudelijke hulp, zijn geen bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de PW.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Appellant heeft op de hierna te bespreken grond hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de PW dient eerst te worden beoordeeld of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte dient de vraag te worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

De kosten van een koelkast zijn incidentele algemene kosten van het bestaan, die in beginsel uit het inkomen op bijstandsniveau dienen te worden voldaan. Ook als voor het maken van deze kosten een objectieve noodzaak bestaat kan daarvoor alleen bijzondere bijstand worden verleend als sprake is van bijzondere omstandigheden en de kosten niet uit het inkomen en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan.

Appellant heeft als enige beroepsgrond aangevoerd dat, gelet op de hem toegekende Wmo-voorzieningen, er in zijn geval bijzondere omstandigheden zijn die verlening van bijzondere bijstand rechtvaardigen. Deze beroepsgrond slaagt niet. De Raad ziet zonder nadere onderbouwing van de stelling van appellant met de rechtbank niet in om welke reden de enkele toekenning van de onder 1.1 vermelde Wmo-voorzieningen is te beschouwen als een bijzondere omstandigheid die het verlenen van bijzondere bijstand rechtvaardigt.

Uit 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens in tegenwoordigheid van J.B. Beerens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2020.

(getekend) W.F. Claessens

(getekend) J.B. Beerens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?