ECLI:NL:CRVB:2020:2512

ECLI:NL:CRVB:2020:2512, Centrale Raad van Beroep, 13-10-2020, 17/7853 PW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 13-10-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 17/7853 PW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Toekennen bijstand met toepassen van de kostendelersnorm. Rouleren tussen twee woningen met een medebewoner.

Uitspraak

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant heeft op 20 maart 2017 bijstand aangevraagd. Hij heeft bij zijn aanvraag gemeld dat hij dakloos is en dat hij op straat zwerft tezamen met zijn 9-jarige dochter. Hij deelde mee dat de moeder van zijn dochter is overleden en dat de dochter eigenlijk bij een tante van hem verblijft, op adres A. Omdat de tante op vakantie is in Ghana, is zijn dochter bij hem. De tante wilt niet dat appellant in haar woning verblijft en weet niet dat appellant dakloos is. Zodra zijn tante terug is van vakantie, gaat zijn dochter weer bij haar wonen. Op 6 april 2017 heeft appellant, desgevraagd, aan een medewerker van de afdeling Bijzondere Doelgroepen van de Dienst Werk en Inkomen, meegedeeld dat hij op adres B verblijft en ook dat hij, samen met zijn kind, overnacht op adres C, omdat zijn dochter in die buurt naar school gaat en het daarom handiger is om op dat adres vaker te overnachten.

De inkomensconsulent heeft vanwege de noodsituatie van appellant en zijn kind, aanleiding gezien om zonder nader onderzoek naar de onder 1.1 weergegeven woon- en leefsituatie, bijstand toe te kennen. De inkomensconsulent heeft met appellant besproken dat bij de toekenning voorlopig rekening wordt gehouden met twee kostendelers en dat, indien hij toch recht zou moeten hebben op de volledige alleenstaande norm, dit zal worden aangepast.

Bij besluit van 13 april 2017, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 22 juni 2017 (bestreden besluit), heeft het college aan appellant met ingang van 20 maart 2017 bijstand toegekend met toepassing van de kostendelersnorm tot een bedrag van 50% van het wettelijk minimumloon. Aan de besluitvorming heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant een woning deelt waarbij voor appellant de kostendelersnorm voor twee personen geldt.

Bij besluit van 19 december 2017 is de bijstandsnorm van appellant met ingang van 1 december 2017 gewijzigd in de norm voor een alleenstaande, zijnde 70% van het wettelijk minimumloon met daarop een verlaging van 20%. Het college heeft daarbij vastgesteld dat de woonsituatie van appellant is veranderd. Hij woont niet langer op hetzelfde adres met één of meer personen van 21 jaar of ouder met wie hij kosten kan delen, hij heeft geen woonadres en geen woonkosten.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellant heeft aangevoerd dat de kostendelersnorm onterecht is toegepast en dat de rechtbank heeft miskend dat het college in het kader van zijn aanvraag nader onderzoek had moeten verrichten naar zijn woon- en leefsituatie.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

De hier te beoordelen periode loopt van 20 maart 2017 tot en met 13 april 2017.

De Raad stelt voorop dat blijkens de gedingstukken ten tijde van de aanvraag bij het college onzekerheid bestond over het feitelijk verblijf van appellant. Het college heeft desondanks, vanwege de schrijnende situatie van appellant en kind, besloten aan appellant bijstand ingevolge de Participatiewet (PW) toe te kennen.

De Raad stelt vast dat het college de in geding zijnde kostendelersnorm heeft gebaseerd op de onder 1.1 vermelde informatie van appellant dat hij rouleert tussen twee adressen in [woonplaats] , namelijk adres B en adres C. Uitgaande van deze informatie staat op grond van de gedingstukken verder vast dat in de te beoordelen periode op beide genoemde adressen één ander volwassen persoon stond ingeschreven en gelet hierop op elk van de adressen sprake was van twee meerderjarige personen, appellant en één ander, zoals bepaald in artikel 22a, eerste lid, van de PW. Aldus was op elk van de adressen, waarvan appellant bij zijn aanvraag stelde er te verblijven, sprake van twee kostendelende medebewoners. Het college heeft dan ook, anders dan appellant stelt, op goede gronden de kostendelersnorm toegepast.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellant zijn stelling, dat hij in de te beoordelen periode in de woning van zijn tante op adres A verbleef en aldaar de volledige woonkosten heeft moeten dragen, niet met stukken heeft onderbouwd of anderszins aannemelijk heeft gemaakt. Daarbij komt dat voor de toepassing van de kostendelersnorm op grond van vaste rechtspraak (uitspraak van 3 juli 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA9386), die ook onder de werking van de PW zijn gelding behoudt, de vraag of de medebewoners de kosten feitelijk delen en of elk van hen daadwerkelijk bijdraagt in die kosten, niet relevant is. Het feitelijk niet delen van de woonkosten kan derhalve niet leiden tot het oordeel dat de kostendelersnorm niet van toepassing is.

De gedingstukken bieden geen aanknopingspunten om bij de aanvraag van een andere woon- en leefsituatie uit te gaan dan de onder 4.3 omschreven omstandigheden. De Raad is met het college van oordeel dat ook naderhand geen omstandigheden zijn gebleken, zoals bijvoorbeeld mutaties in de Basisregistratie personen, die het college aanleiding zouden moeten geven tot een nader onderzoek naar de woon- en leefsituatie van appellant.

Uit 4.1 tot en met 4.5 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van S.H.H. Slaats als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2020.

(getekend) A.B.J. van der Ham

(getekend) S.H.H. Slaats

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?