ECLI:NL:CRVB:2021:1017

ECLI:NL:CRVB:2021:1017, Centrale Raad van Beroep, 04-05-2021, 19/2013 PW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 04-05-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 19/2013 PW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2019:2397
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 6 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Intrekking, terugvordering en boete. Vermogen boven vermogensgrens. Verzwegen bankrekeningen. De gedingstukken bieden geen aanknopingspunten voor de stelling van appellanten dat zij bij hun aanvraag wel melding hebben gemaakt van alle bankrekeningen die op hun naam of op naam van één van hun minderjarige kinderen stonden. Door niet alle bankrekeningen te melden, hebben appellanten de op hen rustende inlichtingenverplichting geschonden. Het college heeft terecht alsnog met de tegoeden op de bankrekeningen rekening gehouden. Het college was niet gehouden daarbij rekening te houden met de gestelde schuld aan de familie, nu niet is gebleken van een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting.

Uitspraak

Intrekking en terugvordering (19/2013 PW)

De te beoordelen periode loopt van 1 februari 2015 tot en met 30 november 2016.

Intrekking van bijstand is een voor de betrokkene belastend besluit. Daarom rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor intrekking is voldaan in beginsel op de bijstandverlenende instantie. Dit betekent dat de bijstandverlenende instantie de nodige kennis over de relevante feiten moet verzamelen.

Niet in geschil is dat appellanten gedurende de te beoordelen periode konden beschikken over negen bankrekeningen die op hun naam of op naam van één van hun minderjarige kinderen stonden. Bij aanvang van de bijstand hebben appellanten op het aanvraagformulier melding gemaakt van slechts twee van die bankrekeningen. Van de overige bankrekeningen hebben zij geen melding gedaan. Het standpunt van appellanten dat zij wel melding hebben gedaan van alle negen bankrekeningen, vindt geen steun in het dossier. Appellanten hebben zich volgens het aanvraagformulier op 7 januari 2015 gemeld en hebben de aanvraag op 10 januari 2015 digitaal ingediend. Appellant heeft de aanvraag om 22:37 uur verzonden en appellante heeft dat om 23:13 uur gedaan. Voor twijfel dat het aanvraagformulier niet door appellanten zou zijn ingevuld maar door een ambtenaar bestaat, gelet op het late tijdstip van indiening en de DigiD-controle die hierbij plaatsvindt, geen aanleiding. Op het aanvraagformulier hebben appellanten bij de vraag naar bank- en spaarrekeningen, twee bankrekeningen ingevuld. Bij de vraag naar bank- en spaarrekeningen van inwonende kinderen onder de 18 jaar hebben appellanten geen rekeningen vermeld. Appellanten hebben ook in hoger beroep geen concrete, verifieerbare stukken ingediend waaruit blijkt dat zij op enig moment wel alle bankrekeningen hebben gemeld. De enkele stelling van appellanten dat het college geen compleet dossier heeft ingeleverd omdat zij stukken missen die zij in het kader van een aanvraag om woonkostentoeslag in november 2015 hebben ingeleverd, is onvoldoende om aannemelijk te achten dat appellanten wel alle bankrekeningen zouden hebben gemeld.

Appellanten hebben in hoger beroep herhaald dat het college met de schuld van € 15.000,- aan familie rekening had moeten houden. De rechtbank heeft gemotiveerd overwogen dat het college deze schuld terecht niet bij de vermogensvaststelling heeft betrokken omdat hieraan geen daadwerkelijke aflossingsverplichting is verbonden. Appellanten hebben geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van deze grond in de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig is. De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank dat niet is gebleken van een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting.

Door niet alle bankrekeningen te melden, hebben appellanten gehandeld in strijd met de op grond van artikel 17, eerste lid, van de PW op hen rustende inlichtingenverplichting. Het college heeft vervolgens terecht alsnog met de tegoeden op de bankrekeningen rekening gehouden. Daarbij heeft het college op goede gronden vastgesteld dat appellanten gedurende de te beoordelen periode beschikten over te veel vermogen en dus geen recht op bijstand hadden. Het college was dan ook op grond van artikel 54, derde lid, eerste volzin van de PW gehouden de bijstand over de beoordelingsperiode in te trekken en de gemaakte kosten van bijstand op grond van artikel 58, eerste lid, van de PW terug te vorderen.

Volgens appellanten is sprake van dringende redenen op grond waarvan het college had moeten afzien van terugvordering.

Dringende redenen als bedoeld in 58, achtste lid, van de PW doen zich alleen voor als de terugvordering onaanvaardbare sociale en/of financiële gevolgen voor de betrokkene heeft. Het moet dan gaan om gevallen waarin iets bijzonders en uitzonderlijks aan de hand is. In die gevallen zal een individuele afweging van alle relevante omstandigheden moeten plaatsvinden.

Dat appellante medisch gezien beperkt is en dat het inkomen onder bijstandsniveau ligt, levert geen dringende redenen op als hiervoor bedoeld. De medische beperkingen zijn geen gevolg van de terugvordering. Wat de financiële omstandigheden betreft, geldt dat een besluit tot terugvordering pas financiële gevolgen heeft bij de invordering. Appellanten hebben bij de invordering als schuldenaar de bescherming van de regels over de beslagvrije voet die zijn neergelegd in de artikelen 475b tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Feiten die maken dat sprake is van onaanvaardbare financiële gevolgen zijn niet gesteld.

Uit 4.3 tot en met 4.8 volgt dat het hoger beroep tegen aangevallen uitspraak 1 niet slaagt. Deze uitspraak zal worden bevestigd.

Boete (19/2363 PW)

Op grond van artikel 18a van de PW legt het college een bestuurlijke boete op indien een belanghebbende de inlichtingenverplichting heeft geschonden. De relevante wetgeving en uitgangspunten bij de beoordeling van de evenredigheid van een bestuurlijke boete staan in de overwegingen 5.1 tot en met 5.11 van de uitspraak van 11 januari 016, ECLI:NL:CRVB:2016:12. Deze uitspraak geldt ook voor artikel 18a van de PW en de artikelen 2 en 2a van het Boetebesluit socialezekerheidswetten, zoals deze sinds 1 januari 2017 luiden.

Appellanten hebben aangevoerd dat geen boete moet worden opgelegd, omdat zij de inlichtingenverplichting niet hebben geschonden. Zij hebben zich in het kader van de boete, net als bij de intrekking, op het standpunt gesteld wel alle bankrekeningen te hebben gemeld. Uit wat bij 4.3 tot en met 4.5 is overwogen, volgt dat het college ook heeft aangetoond dat appellanten de op hen rustende inlichtingenverplichting hebben geschonden door van de negen bankrekeningen er slechts twee te melden. Van het niet nakomen van de inlichtingenverplichting kan appellanten een verwijt worden gemaakt. Het college was daarom verplicht een boete op te leggen. De opgelegde boete van € 1.690,- is evenredig aan de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de overige over appellanten gebleken omstandigheden.

Uit 5.2 volgt dat het hoger beroep tegen aangevallen uitspraak 2 niet slaagt. Ook deze uitspraak zal worden bevestigd.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken.

Deze uitspraak is gedaan door P.W. van Straalen, in tegenwoordigheid van Y.S.S.. Fatni als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2021.

(getekend) P.W. van Straalen

(getekend) Y.S.S. Fatni

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?