ECLI:NL:CRVB:2021:1746

ECLI:NL:CRVB:2021:1746, Centrale Raad van Beroep, 09-07-2021, 20/2445 AOW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 09-07-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/2445 AOW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002221

Samenvatting

Bij brief van 5 december 2018 heeft appellant – kort gezegd – verzocht om een beslissing te nemen op zijn aanvraag nu hij alle relevante documenten aan de Svb heeft doen toekomen. Gelet op de inhoud van deze brief moet het ervoor worden gehouden dat appellant de verzending en ontvangst van het besluit van 16 juli 2018 ontkent. Indien de geadresseerde stelt dat hij een niet-aangetekend verzonden besluit niet heeft ontvangen, is het in beginsel aan het bestuursorgaan om aannemelijk te maken dat het besluit wel op het adres van de geadresseerde is ontvangen. Vast staat dat de Svb het besluit van 16 juli 2018 niet aangetekend heeft verzonden. Daarnaast heeft de Svb ter zitting gesteld dat de Svb voor dit besluit niet beschikt over een verzendadministratie, zoals in de rechtspraak wordt geëist. Dit betekent dat de Svb de verzending van het besluit van 16 juli 2018 niet overeenkomstig de genoemde vereisten aannemelijk heeft gemaakt. Dit heeft tot gevolg dat de termijn voor het instellen van bezwaar pas is aangevangen op 25 december 2018, te weten de dag na die waarop de Svb een kopie van het besluit van 16 juli 2018 aan appellant heeft toegezonden. Het op 9 januari 2019 ingediende bezwaarschrift, dat door de Svb is ontvangen op 22 januari 2019, is dan ook binnen de wettelijke bezwaartermijn van zes weken ingediend. De Svb heeft het bezwaarschrift van appellant ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Wat is overwogen leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaren en dat besluit vernietigen. De Raad dient aansluitend te bezien welk vervolg aan deze uitkomst wordt gegeven. In het voorliggende geval ziet de Raad, omdat de Svb geen inhoudelijk oordeel heeft gegeven over het bezwaar, geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De Raad zal daarom de Svb opdracht geven om opnieuw op het bezwaar van appellant te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb wordt bepaald dat tegen de door appellant te nemen nieuwe beslissing op bezwaar slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld.

Uitspraak

20. 2445 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

7 april 2020, 19/2489 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 9 juli 2021

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2021. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich middels beeldverbinding laten vertegenwoordigen door mr. E.M. Mulder.

OVERWEGINGEN

Appellant, geboren op [geboortedag] 1936, woont in Marokko en ontvangt een ouderdomspensioen op grond van de Algemene ouderdomswet. De eerste echtgenote van appellant, geboren op 1 januari 1950, is overleden op 25 mei 2016. Gedurende dit huwelijk is appellant op 16 oktober 2006 gehuwd met zijn tweede echtgenote, [A.], geboren in 1966.

Op 9 januari 2018 heeft appellant het huwelijk met zijn tweede echtgenote gemeld aan de Svb en om een allocation speciale gevraagd. Hierop heeft de Svb appellant (onder meer) een aanvraagformulier voor de toeslag doen toekomen. Vervolgens heeft appellant een toeslag op zijn ouderdomspensioen aangevraagd.

Bij besluit van 16 juli 2018 heeft de Svb de aanvraag voor een toeslag op het ouderdomspensioen van appellant afgewezen. Aan dit besluit heeft de Svb ten grondslag gelegd dat appellant op het moment van overlijden van de eerste echtgenote van appellant geen recht had op toeslag. Appellant genoot toen voor haar geen toeslag meer omdat zij de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt. Om die reden bestaat er (ook) geen recht op toeslag voor de tweede echtgenote.

Bij brief van 5 december 2018 heeft appellant de Svb verzocht een beslissing te nemen op zijn aanvraag. Bij brief van 24 december 2018 heeft de Svb een kopie van het besluit van

16 juli 2018 aan appellant toegezonden. Bij brief van 9 januari 2019, door de Svb ontvangen op 22 januari 2019, heeft appellant bezwaar gemaakt tegen het besluit van 16 juli 2018.

Bij besluit van 29 maart 2019 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellant tegen het besluit van 16 juli 2018 niet-ontvankelijk verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Svb het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij in Nederland heeft gewerkt, recht heeft op een ouderdomspensioen, maar dat dit pensioen ontoereikend is om te voorzien in zijn levensonderhoud en dat van zijn echtgenote.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. In artikel 3:41, eerste lid, van de Awb is bepaald dat de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen.

Bij brief van 5 december 2018 heeft appellant – kort gezegd – verzocht om een beslissing te nemen op zijn aanvraag nu hij alle relevante documenten aan de Svb heeft doen toekomen. Gelet op de inhoud van deze brief moet het ervoor worden gehouden dat appellant de verzending en ontvangst van het besluit van 16 juli 2018 ontkent.

Indien de geadresseerde stelt dat hij een niet-aangetekend verzonden besluit niet heeft ontvangen, is het in beginsel aan het bestuursorgaan om aannemelijk te maken dat het besluit wel op het adres van de geadresseerde is ontvangen. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt het vermoeden van ontvangst van het besluit of ander relevant document op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Daartoe is in ieder geval vereist dat het besluit is voorzien van de juiste adressering en een verzenddatum en dat sprake is van een deugdelijke verzendadministratie. Zie de uitspraak van 26 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:325.

Vast staat dat de Svb het besluit van 16 juli 2018 niet aangetekend heeft verzonden. Daarnaast heeft de Svb ter zitting gesteld dat de Svb voor dit besluit niet beschikt over een verzendadministratie, zoals in de rechtspraak wordt geëist. Dit betekent dat de Svb de verzending van het besluit van 16 juli 2018 niet overeenkomstig de in 4.3 genoemde vereisten aannemelijk heeft gemaakt.

Dit heeft tot gevolg dat de termijn voor het instellen van bezwaar pas is aangevangen op 25 december 2018, te weten de dag na die waarop de Svb een kopie van het besluit van 16 juli 2018 aan appellant heeft toegezonden. Het op 9 januari 2019 ingediende bezwaarschrift, dat door de Svb is ontvangen op 22 januari 2019, is dan ook binnen de wettelijke bezwaartermijn van zes weken ingediend. De Svb heeft het bezwaarschrift van appellant ten onrechte nietontvankelijk verklaard. Dit nog daargelaten of artikel 23 in verbinding met artikel 25 van het Administratief Akkoord met Marokko hier van betekenis zou kunnen zijn (Administratief Akkoord, Trb. 1973, 130 horende bij het Algemeen verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko, Trb. 1972, 34).

Wat is overwogen in 4.1 tot en met 4.5 leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaren en dat besluit vernietigen. De Raad dient aansluitend te bezien welk vervolg aan deze uitkomst wordt gegeven. In het voorliggende geval ziet de Raad, omdat de Svb geen inhoudelijk oordeel heeft gegeven over het bezwaar, geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De Raad zal daarom de Svb opdracht geven om opnieuw op het bezwaar van appellant te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.

Met het oog op een voortvarende afdoening van het geschil bestaat aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb te bepalen dat tegen de door appellant te nemen nieuwe beslissing op bezwaar slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak en bepaalt dat tegen het nieuwe besluit slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld;

- bepaalt dat de Svb aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 178,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van M. Buur als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2021.

(getekend) E.E.V. Lenos

(getekend) M. Buur

DÉCISION

Le Centrale Raad van Beroep (conseil central d’appel)

- détruit le jugement attaqué,

- déclare le recours fondé et annule la décision du 29 mars 2019;

- instruit le Svb dans un délai de huit semaines à partir de l’envoi de la copie du présent jugement

prendre une nouvelle décision sur l’objection conformément à cet arrêt et prévoir que la nouvelle décision ne peut faire l’objet que d’un recours devant le CRvB;

- prévoit que la SVB rembourse au requérant la taxe d’enregistrement payée sur le recours et le recours a un montánt de la € 178,-.

Ce verdict a été fait par E.E.V. Lenos en présence de M. Buur en qualité de greffier. La décision a été prononcée en public le 9 juillet 2021.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?