ECLI:NL:CRVB:2021:1862

ECLI:NL:CRVB:2021:1862, Centrale Raad van Beroep, 20-07-2021, 20/3017 PW-PV

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 20-07-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/3017 PW-PV
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2020:3948
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 4 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0015703 BWBR0018450

Samenvatting

Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. Niet tijdig bezwaar gemaakt tijdens detentie. Geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding. Als het college niet wordt geïnformeerd over een ander verblijfadres en niet is verzocht post naar dat adres of een ander adres te sturen, kan het college niet anders dan verzenden naar het laatstbekende adres dat correspondeert met het BRP-adres. Het is aan appellant om bij langdurige afwezigheid, zoals detentie, passende en toereikende maatregelen te treffen voor de verzorging van de post, waardoor hij of een door hem aangewezen persoon tijdig kennis neemt van relevante informatie, zoals de hier aan de orde zijnde besluiten. Nu appellant niet de nodige maatregelen heeft genomen om (tijdig) kennis te kunnen nemen van de voor hem bestemde post, waaronder de besluiten van 14 en 23 januari 2019, is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

20. 3017 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 augustus 2020, 19/6053 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college)

Datum uitspraak: 20 juli 2021

Zitting heeft: P.W. van Straalen

Griffier: R.I.S. van Haaren

Ter zitting is verschenen: [appellant]

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Het gaat in deze zaak om de niet-ontvankelijk verklaring van het bezwaar van appellant van 7 oktober 2019 tegen besluiten tot herziening, intrekking en terugvordering van bijstand van 14 en 23 januari 2019.

Niet in geschil is dat het bezwaar te laat is ingediend. De vraag is of dat bezwaar verschoonbaar te laat is ingediend. Dat zou betekenen dat niet redelijkerwijs geoordeeld kan worden dat appellant in verzuim is geweest.

Appellant heeft er in dit verband op gewezen dat hij ten tijde van de besluiten van 14 en 23 januari 2019 in detentie verbleef en het college daarvan wist. Appellant kon door detentie zijn inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP) niet zelf wijzigen. Alleen een casemanager van de penitentiaire inrichting kon een wijziging in de BRP verzorgen.

De omstandigheid dat het college ten tijde van de verzending van de besluiten van 14 en 23 januari 2019 ermee bekend was dat appellant in detentie verbleef, is onvoldoende om te oordelen dat de besluiten daardoor niet op juiste wijze zijn bekendgemaakt. Als het college niet wordt geïnformeerd over een ander verblijfadres en niet is verzocht post naar dat adres of een ander adres te sturen, kan het college niet anders dan verzenden naar het laatst bekende adres dat correspondeert met het BRP-adres. Het is aan appellant om bij langdurige afwezigheid, zoals detentie, passende en toereikende maatregelen te treffen voor de verzorging van de post, waardoor hij of een door hem aangewezen persoon tijdig kennis neemt van relevante informatie, zoals de hier aan de orde zijnde besluiten. Niet gebleken is dat appellant niet in staat was om ervoor te zorgen dat de voor hem bestemde post op een tijdige en juiste wijze werd verzorgd. Dat appellant ervan uitging dat zijn casemanager in de penitentiaire inrichting de wijziging had doorgegeven, terwijl dit niet het geval bleek te zijn, komt voor zijn rekening en risico. Nu appellant niet de nodige maatregelen heeft genomen om (tijdig) kennis te kunnen nemen van de voor hem bestemde post, waaronder de besluiten van 14 en 23 januari 2019, is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.

De in hoger beroep aangevoerde grond slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

Voor een kostenveroordeling bestaat dan geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) R.I.S. van Haaren (getekend) P.W. van Straalen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?