ECLI:NL:CRVB:2021:2179

ECLI:NL:CRVB:2021:2179, Centrale Raad van Beroep, 31-08-2021, 19/1464 PW

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 31-08-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 19/1464 PW
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0015703

Samenvatting

Toekenning van bijstand. Ingangsdatum. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die maken dat bijstand moet worden verleend over een periode voorafgaand aan de datum waarop appellant zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen. Niet is aannemelijk geworden dat appellant zich op een eerdere datum online of fysiek heeft gemeld voor het doen van een aanvraag. De inschrijving in de BRP en de ontvangst van een DigiD-code tellen niet als zodanig. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat was zich eerder te melden om bijstand aan te vragen dan wel een gegronde reden heeft voor de late aanvraag.

Uitspraak

19. 1464 PW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 februari 2019, 18/4390 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

Datum uitspraak: 31 augustus 2021

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. G.A.S. Maduro, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 juni 2021. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Maduro. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.W. de Jong.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

Appellant heeft op 3 maart 2018 bijstand op grond van de Participatiewet aangevraagd. Daarbij heeft hij als gewenste ingangsdatum 15 februari 2018 aangegeven. Bij besluit van 11 april 2018 (besluit 1) heeft het college deze aanvraag buiten behandeling gesteld. Appellant heeft tegen besluit 1 bezwaar gemaakt.

Appellant heeft vervolgens op 18 april 2018 een nieuwe aanvraag om bijstand ingediend. Daarbij heeft hij als gewenste ingangsdatum 10 januari 2018 aangegeven. Hierop heeft het college bij besluit van 20 juni 2018 (besluit 2) aan appellant bijstand toegekend met ingang van 3 maart 2018. Het college heeft het bezwaar tegen besluit 1 mede gericht geacht tegen besluit 2 voor zover het de ingangsdatum betreft.

Bij besluit van 20 juli 2018 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen besluit 1 gegrond verklaard, dit besluit herroepen en het bezwaar tegen besluit 2 ongegrond verklaard. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat er geen bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan de bijstand met terugwerkende kracht moet worden toegekend.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

In artikel 44, eerste lid, van de PW is bepaald dat, indien door het college is vastgesteld dat recht op bijstand bestaat, de bijstand wordt toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen.

In beginsel wordt geen bijstand verleend over een periode voorafgaand aan de datum waarop de betrokkene zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen of – in voorkomende gevallen – een aanvraag om bijstand heeft ingediend. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit is vaste rechtspraak (uitspraak van 21 maart 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV8690).

Zulke omstandigheden kunnen zich voordoen als het de betrokkene niet kan worden verweten dat hij zich niet eerder heeft gemeld om bijstand aan te vragen of niet eerder een aanvraag om bijstand heeft ingediend. Dit kan het geval zijn als de betrokkene niet in staat was om zich eerder te melden om bijstand aan te vragen of om eerder bijstand aan te vragen, of als de betrokkene daarvan is afgehouden door de bijstandverlenende instantie.

Appellant heeft aangevoerd dat hij vanaf 10 januari 2018 dan wel een andere datum gelegen voor 3 maart 2018 in aanmerking komt voor bijstand. Vanaf 10 januari 2018 had hij geen inkomsten en was hij met hulp van een derde bezig om digitaal een aanvraag in te dienen. Hij kon zijn aanvraag pas indienen nadat hij op 13 februari 2018 stond ingeschreven in de BRP en op 19 februari zijn DigiD-code had ontvangen. Deze grond slaagt niet.

Appellant heeft op 3 maart 2018 een aanvraag ingediend. Niet is aannemelijk geworden dat appellant zich op een eerdere datum online of fysiek heeft gemeld voor het doen van een aanvraag. De inschrijving in de BRP en de ontvangst van een DigiD-code tellen niet als zodanig. Het behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van appellant om zich tijdig te melden om bijstand aan te vragen. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet in staat was zich eerder dan op 3 maart 2018 te melden om bijstand aan te vragen dan wel een gegronde reden heeft voor de late aanvraag. De door appellant aangevoerde omstandigheden zijn dan ook niet aan te merken als bijzondere omstandigheden als bedoeld onder 4.2.

Uit 4.1 tot en met 4.4.1 volgt dat toekenning van bijstand met terugwerkende kracht in dit geval niet mogelijk is. Voor beoordeling van de financiële omstandigheden van appellant over de periode van 10 januari 2018 tot 3 maart 2018, is dan ook geen plaats.

Uit 4.1 tot en met 4.5 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M. van Paridon, in tegenwoordigheid van W.E.M. Maas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2021.

(getekend) M. van Paridon

(getekend) W.E.M. Maas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?