20. 4492 WMO15
Datum uitspraak: 10 september 2021
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Haarlem (college)
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak van 29 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1652, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 21 januari 2020 vernietigd, het beroep van appellante gegrond verklaard en de beslissing op bezwaar van 17 december 2019 vernietigd. Het college is opdracht gegeven om een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen met inachtneming van wat in die uitspraak is overwogen. Verder is met toepassing van artikel 8:113, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat tegen een door het college nieuw te nemen besluit slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld.
Namens appellante heeft mr. E.C. Weijsenfeld, advocaat, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb kan het beroepschrift worden ingediend zodra:
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen of een van rechtswege verleende beschikking bekend te maken, en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
Ingevolge het derde lid van dit artikel kan indien redelijkerwijs niet van de belanghebbende kan worden gevergd dat hij het bestuursorgaan in gebreke stelt, het beroepschrift worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen.
Appellante heeft, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:673, zich op het standpunt gesteld dat in dit geval geen ingebrekestelling is vereist voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar.
De Raad volgt dit standpunt niet. In dit geval is een ingebrekestelling vereist, omdat de Raad in de uitspraak van 29 juli 2020 geen termijn heeft bepaald waarbinnen de nieuwe beslissing op het bezwaar moet worden genomen. Dit betekent dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede en derde lid, van de Awb.
Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor toepassing van artikel 8:55c van de Awb bestaat geen grond.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen nietontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 september 2021.
(getekend) L.M. Tobé
(getekend) P. Boer