Datum uitspraak: 9 februari 2021
20/3672 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van
11 september 2020, 20/1901 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen (college)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 11 september 2020 in afschrift aan partijen toegezonden.
Het beroepschrift is op 29 oktober 2020 ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 28 oktober 2020 ter post bezorgd.
Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij brief van 10 november 2020 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
Appellant heeft daarop bij brief van 1 december 2020 geantwoord dat appellant van zijn advocaat te horen heeft gekregen dat hij zelf verantwoordelijk is voor het verdere verloop van deze zaak. Ook is appellant vier à vijf weken bezig geweest met het verzamelen van bewijs bij het college. De vertraging die daarmee is opgelopen is te wijten aan de huidige pandemie, het college werkt alleen op afspraak.
Wat appellant heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De Raad overweegt daartoe dat appellant door de rechtbank is gewezen op de beroepstermijn van zes weken. In situaties als onderhavige geldt het uitgangspunt dat het risico dat het hoger beroep niet tijdig is ingediend, volledig voor rekening komt van de partij die het hoger beroep instelt. Appellant had tenslotte pro forma hoger beroep kunnen indienen om de beroepstermijn veilig te stellen.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door A.M. Overbeeke, in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2021.
(getekend) A.M. Overbeeke
(getekend) K.R. van Renswoude
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
DECISION
The Centrale Raad van Beroep declares that the appeal cannot be heard.
This statement was made by A.M. Overbeeke, in the presence of
K.R. van Renswoude as registrar. The decision was handed down in public on February 9, 2021.
(signed) A.M. Overbeeke
(signed) K.R. van Renswoude
An interested party and the administrative authority may object to this decision in writing within six weeks after the copy of this decision has been sent to the Central Board of Appeal, PO Box 16002, 3500 DA UTRECHT. The person submitting the notice of opposition may request to be given the opportunity to be heard.