ECLI:NL:CRVB:2021:407

ECLI:NL:CRVB:2021:407, Centrale Raad van Beroep, 24-02-2021, 19/1939 WMO15

Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak 24-02-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 19/1939 WMO15
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Hoger beroep
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2019:2128
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0035362

Samenvatting

Appellante heeft in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht, maar heeft zich in essentie beperkt tot het herhalen van de in bezwaar en beroep aangevoerde gronden. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het bij de Regiotaxipas verstrekte kilometerbudget van maximaal 8.000 per jaar niet toereikend is voor haar noodzakelijke vervoersbehoefte. In de door appellante in hoger beroep ingebrachte stukken, in het bijzonder de brieven van de instellingen waar haar kinderen verblijven en de overzichten van behandelafspraken van haar zoon en van haarzelf, heeft de Raad geen steun gevonden om tot een ander oordeel te komen dan waartoe de rechtbank is gekomen. Ook deze stukken maken onvoldoende aannemelijk dat het verstrekte kilometerbudget in de beoordelingsperiode, die loopt tot en met de beslissing op bezwaar van 12 juni 2018, voor haar geen passende bijdrage is. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

Uitspraak

19 1939 WMO15

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Datum uitspraak: 24 februari 2021

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 maart 2019, 18/3875 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.J.E. Stout, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 januari 2021. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. N. Roos, kantoorgenoot van mr. Stout. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door S.M.P. Geers.

OVERWEGINGEN

Het college heeft aan appellante op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) vervoersvoorzieningen in de vorm van een driewielfiets met elektrische trapondersteuning en een Regiotaxipas verstrekt. Tussen partijen is niet in geschil dat appellante deze pas onder meer gebruikt voor het reizen haar medische afspraken en voor het reizen naar haar dochter en zoon die beiden in een instelling wonen.

Bij besluit van 16 februari 2018 heeft het college het maximum aantal reiskilometers met de Regiotaxipas voor appellante met ingang van 1 januari 2018 bepaald op 8.000 per jaar. Bij beslissing op bezwaar van 12 juni 2018 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellante tegen besluit van 16 februari 2018 ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank (kort samengevat) overwogen dat het college op goede gronden heeft vastgesteld dat bij appellante sprake is van een noodzakelijke vervoersbehoefte van maximaal 8000 kilometer per jaar. Het college heeft de vervoerbehoefte van appellante op zorgvuldige wijze in kaart gebracht en rekening gehouden met de frequente bezoeken aan haar kinderen en haar medische afspraken. Appellante heeft niet met concrete en verifieerbare gegevens onderbouwd dat haar lokale vervoersbehoefte hoger is dan de toegekende 8.000 kilometer per jaar. Het college heeft daarom terecht geoordeeld dat met de verstrekte vervoersvoorzieningen een passende bijdrage wordt geleverd als bedoeld in artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015.

Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft aangevoerd dat zij zowel haar dochter als haar zoon tweemaal per week moet kunnen bezoeken. Hierdoor houdt zij onvoldoende reiskilometers over voor vervoer naar haar eigen medische afspraken en voor vervoer naar de medische en school-gerelateerde afspraken van haar kinderen. Ter nadere onderbouwing van haar standpunt heeft appellante in hoger beroep nadere stukken ingezonden.

Het college heeft de aangevallen uitspraak in verweer onderschreven en toegelicht waarom de in hoger beroep door appellante overgelegde stukken het college niet tot een ander standpunt leiden.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Appellante heeft in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht, maar heeft zich in essentie beperkt tot het herhalen van de in bezwaar en beroep aangevoerde gronden .

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het bij de Regiotaxipas verstrekte kilometerbudget van maximaal 8.000 per jaar niet toereikend is voor haar noodzakelijke vervoersbehoefte. Met het verstrekte kilometerbudget wordt een passende bijdrage aan haar zelfredzaamheid en participatie als bedoeld in artikel 2.3.5, derde lid, laatste volzin, van de Wmo 2015 geleverd. In de door appellante in hoger beroep ingebrachte stukken, in het bijzonder de brieven van de instellingen waar haar kinderen verblijven en de overzichten van behandelafspraken van haar zoon en van haarzelf, heeft de Raad geen steun gevonden om tot een ander oordeel te komen dan waartoe de rechtbank is gekomen. Ook deze stukken maken onvoldoende aannemelijk dat het verstrekte kilometerbudget in de beoordelingsperiode, die loopt tot en met de beslissing op bezwaar van 12 juni 2018, voor haar geen passende bijdrage is.

Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé als voorzitter, in tegenwoordigheid van R.E. Bakker en R.M. van Male als leden en D. Bakker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2021.

(getekend) L.M. Tobé

De griffier is verhinderd te ondertekenen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?